Beleidsevaluaties
Nationaal mobiliteitsbeleid
Sinds het verschijnen van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) in 2011 is in Nederland voor het eerst het nationale beleid voor ruimtelijke en mobiliteitsvraagstukken samengebracht in één beleidsdocument. De SVIR staat in dienst van een concurrerend en bereikbaar Nederland, waarbij betere bereikbaarheid moet bijdragen aan meer (internationale) concurrentiekracht. Om optimaal tegemoet te komen aan de mobiliteitswensen in de maatschappij en om de bereikbaarheid te verbeteren, is volgens de SVIR inzet op alle vervoerstypen van groot belang. Daarbij krijgen zowel het benutten als het uitbreiden van capaciteit aandacht. Verder moet het beter laten aansluiten van de verschillende soorten infrastructuur bijdragen aan een zo soepel mogelijk functionerend multimodaal vervoerssysteem. De SVIR benadrukt ook de samenhang tussen infrastructuur en stedelijke ontwikkeling. Zo moet nieuwbouw optimaal bereikbaar zijn en moeten nieuwe projecten die niet binnen de bestaande stad kunnen worden gebouwd, het liefst met meerdere soorten van vervoer worden ontsloten. Het beïnvloeden van de vraag naar mobiliteit door maatregelen die het gedrag beïnvloeden, heeft een veel kleinere rol in het beleid dan in bijvoorbeeld de jaren negentig. Het gaat nu met name om het beïnvloeden van de behoefte aan verplaatsen op piekmomenten en de spreiding daarvan naar minder drukke perioden gedurende de dag. Dat bereikbaarheid één van de centrale termen in de SVIR is, betekent overigens niet dat deze tegen elke prijs moet worden verbeterd: ook de bescherming van natuurgebieden en van landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten worden benoemd als nationale belangen.
De SVIR zet in belangrijke mate het beleid voort dat ingezet was met de Nota Mobiliteit uit 2004. Een belangrijke wijziging in beleid is dat het voornemen om een kilometerprijs in te voeren is komen te vervallen. De discussie over het hanteren van financiële instrumenten woedt echter voort. In het Lenteakkoord dat in het voorjaar van 2012 werd gesloten is bijvoorbeeld de afschaffing van de fiscale vrijstelling van reiskostenvergoedingen voor forenzen opgenomen.
Het PBL voert regelmatig, gevraagd en ongevraagd, evaluaties uit van het beleid. De meest recente daarvan treft u hieronder aan.
Beleidsnota’s
Evaluaties
Mobiliteit en milieubeleid
Het PBL evalueert regelmatig nationaal milieubeleid met betrekking tot mobiliteit. De afgelopen jaren waren dat onder meer het ‘Werkprogramma Schoon en Zuinig’ (kabinet Balkenende IV) en de ‘Beleidsnota Verkeersemissies’ (kabinet Balkenende II). Ook zijn in het verleden verschillende maatregelen met betrekking tot fiscale vergroening uit de Belastingplannen geëvalueerd. Voorbeelden daarvan zijn de Beoordeling Belastingplan 2008 en de evaluatie van de herziening van de autobelastingen uit het Belastingplan 2013. Daarnaast komt een zeer belangrijk deel van het milieubeleid met betrekking tot verkeer en vervoer van de EU, zoals emissienormen voor voertuigen. Effecten van Europees beleid worden onder meer geëvalueerd in de Referentieramingen die periodiek verschijnen.
Enkele voorbeelden van evaluaties
- Doet kabinet zuinige auto in de ban? Evaluatie herziening autobelastingen Belastingplan 2013
- Referentieraming energie en emissies: actualisatie 2012
- Referentieraming energie en emissies 2010-2020
- Aanvullende beleidsopties Schoon en Zuinig
- Verkenning potentieel en kosten van klimaat en energiemaatregelen voor Schoon en Zuinig
- Beoordeling werkprogramma Schoon en Zuinig
- Tussenstand van een aantal onderdelen uit het werkprogramma Schoon en Zuinig
- Quick Scan Beleidsnota Verkeersemissies
- Beoordeling van milieumaatregelen in het Belastingplan 2008
