Veelgestelde vragen
Algemene vragen
- Waardoor neemt de bevolking toe?
- Wat is het verschil tussen een bevolkingsprognose en bevolkingsscenario’s?
- Wat is de onzekerheid van bevolkingsprognoses?
Toekomstige ontwikkelingen voor bevolking
- Zal de bevolking in Nederland blijven toenemen?
- Wat is de oorzaak van vergrijzing?
- Hoe sterk zal Nederland vergrijzen?
- Wat zijn krimpregio's?
- Hoe vaak komt de regionale prognose uit?
Waardoor neemt de bevolking toe?
Het aantal inwoners neemt toe als gevolg van het verschil tussen geboorte en sterfte, de zogenoemde natuurlijke aanwas. Momenteel worden er per jaar ongeveer 185.000 kinderen geboren, en overlijden er ongeveer 135.000 mensen. De natuurlijke aanwas bedraagt dus 50.000 mensen per jaar. Een andere belangrijke factor is het migratiesaldo, dat is het verschil tussen immigratie en emigratie. De migratiesaldi vertonen door de jaren heen meer variatie en kwamen gemiddeld uit op 11.000 per jaar tussen 2000 en 2010.
Wat is het verschil tussen een bevolkingsprognose en bevolkingsscenario’s?
Met de PBL/CBS Regionale Bevolkings- en Huishoudensprognose proberen we de meest waarschijnlijke toekomstige ontwikkeling te beschrijven. Een prognose is meestal gebaseerd op statistische analyses van trends uit het verleden. De regionale prognose is met de nodige onzekerheden omgeven. Daarbij neemt de onzekerheid toe naarmate de prognoseperiode zich verder naar de toekomst uitstrekt. Er kan aan de hand van scenario’s een indruk worden gekregen van de bandbreedte van bevolkingsgroei en huishoudenstoename. Scenario’s kunnen worden beschouwd als plausibele en consistente toekomstbeelden. Het doel is niet om de toekomst te voorspellen, maar om een beeld te krijgen van alternatieve toekomsten die tezamen de bandbreedte schetsen waarbinnen de werkelijke toekomst zich naar verwachting zal ontvouwen. Een voorbeeld vormt het lage en hoge scenario van de Ruimtelijke Verkenning 2011.
Wat is de onzekerheid van bevolkingsprognoses?
Demografische prognoses zijn met enkele onzekerheden omgeven. Demografische ontwikkelingen hangen immers samen met sociaal-culturele en economische ontwikkelingen, en deze zijn nu eenmaal lastig te voorspellen, vooral op een langere termijn. Zo hangen geboortecijfers af van individuele keuzen ten aanzien van gezinsvorming, en sterftecijfers van de ontwikkeling van welvaartsziekten. Het voorspellen van deze ontwikkelingen is niet eenvoudig. Vooral over de internationale migratie (immigratie en emigratie) is het lastig goede voorspellingen te doen. Die is sterk afhankelijk van conjuncturele ontwikkelingen (nationaal en mondiaal), internationale politieke ontwikkelingen, en het gevoerde immigratiebeleid (asielverlening, gezinshereniging, arbeidsmigratie). Het CBS gaat bijvoorbeeld uit van een positief migratiesaldo in de komende decennia en van een stabiel vruchtbaarheidscijfer (van gemiddeld 1,7 kind per vrouw).
Bij regionale bevolkingsprognoses zijn de onzekerheden nog groter, vooral omdat het aantal modelparameters aanzienlijk toeneemt. Met andere woorden: de onzekerheid van de voorspelling neemt niet alleen toe naarmate de prognoseperiode toeneemt, maar ook naarmate het geografisch detail wordt vergroot. Voorspellingen op nationaal niveau zijn robuuster dan voorspellingen op regionaal niveau. Voorspellingen op regionaal niveau zijn robuuster dan voorspellingen op gemeentelijk niveau. Vandaar dat regionale en gemeentelijke bevolkingsprognoses gewoonlijk minder ver vooruit kijken (maximaal dertig jaar) dan nationale prognoses (tot vijftig jaar). Vooral interregionale en intergemeentelijke verhuisstromen zijn moeilijk te voorspellen. Gemeentelijke en regionale bevolkings- en huishoudensprognoses (zoals het door het CBS en RPB/PBL ontwikkelde PEARL-model) zijn wel mede gebaseerd op bestaande woningbouwplannen. Regionale krimp en groei zijn derhalve mede afhankelijk van het ruimtelijkeordeningsbeleid.
Zal de bevolking in Nederland blijven toenemen?
De bevolking in de komende decennia toe. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) verwacht in de nationale prognose van 2010 dat het aantal inwoners tot 2040 nog toeneemt, van de huidige 16,5 miljoen inwoners tot een maximum van bijna 17,8 miljoen in 2040. Na 2040 verwacht het CBS een lichte afname van de bevolking. Rekening houdend met een stabiele vruchtbaarheid van 1,7 kinderen per vrouw en een door de vergrijzing oplopende sterfte, zal op termijn de natuurlijke aanwas afnemen en negatief worden. De positieve migratiesaldi droegen het afgelopen decennium bij aan bevolkingsgroei.
Wat is de oorzaak van vergrijzing?
Vergrijzing is de term voor het toenemend aandeel 65-plussers. Vergrijzing ontstaat doordat tegenwoordig minder kinderen worden geboren dan vroeger. De babyboomers (zij die geboren zijn in de periode 1945-1950) komen veelal uit grote gezinnen, maar hebben zelf vaak minder kinderen gekregen. Doordat deze mensen in de komende jaren de pensioengerechtigde leeftijd zullen bereiken en de bevolking niet wordt aangevuld met eenzelfde aandeel kinderen en jongeren, ontstaat vergrijzing.
Hoe sterk zal Nederland vergrijzen?
Momenteel is 15 procent van de bevolking ouder dan 65 jaar. Dit percentage zal stijgen naar meer dan 25 procent. Omstreeks 2040 zal de vergrijzingsgolf zijn hoogtepunt hebben bereikt en neemt het percentage 65-plussers weer af.
Wat zijn krimpregio's?
Vanaf 2040 neemt de Nederlandse bevolkingsomvang af. De zogenoemde krimpregio’s krijgen echter al veel eerder dan 2040 te maken met een afname van de bevolking en/of huishoudens. De drie bekende krimpregio’s zijn Parkstad Limburg (met de gemeenten Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Onderbanken, Nuth, Simpelveld en Voerendaal), Eemsdelta (bestaande uit Appingedam, Delfzijl, Loppersum en Eemsmond) en Zeeuws-Vlaanderen (betaande uit Hulst, Terneuzen en Sluis). Parkstad Limburg zal volgens de PBL/CBS regionale prognose uit 2011 tot 2040 gaan krimpen met ongeveer 10 procent, Eemsdelta met ongeveer 20 procent en Zeeuws-Vlaanderen met iets meer dan 10 procent.
Hoe vaak komt de regionale prognose uit?
De PBL/CBS Regionale Bevolkings- en Huishoudensprognose wordt elke 2 jaar gemaakt. De eerstvolgende prognose verschijnt in het najaar van 2013. Naast de regionale prognose publiceerde het PBL in 2011 ook de Ruimtelijke Verkenning 2011.