Conclusies over natuurbeleid uit Natuurbalansen
Vaste onderdelen van de Natuurbalans zijn evaluatie van de beleidsprestaties, en met name de omvang en kwaliteit van de ecologische hoofdstructuur (EHS). Daarnaast is er een jaarlijks hoofdthema. Voor 2008 was dit "natte natuur", in 2005 'geldstromen'. In 2004 was dat “actoren’ en voor 2003: “Klimaatverandering”. Hier volgt een selectie van conclusies die het PBL en vroeger het MNP heeft gepubliceerd in de laatste natuurbalansen.
Natuurbalans 2008: hoofdconclusies
- De oppervlakte van natuurgebieden in Nederland neemt toe. Maar de milieukwaliteit en de ruimtelijke omstandigheden nemen nog niet voldoende toe om de doelen tijdig te halen. De uitgaven kunnen efficiënter afgestemd worden op de door het Rijk gewenste resultaten.
- De natuurkwaliteit in de Waddenzee is licht verbeterd, maar een verdere bescherming is nodig om de natuur in de Waddenzee te behouden. In de Noordzee is nog geen verbetering merkbaar. Om de natuur op zee te beschermen is het nodig om de visserij te verduurzamen, de milieudruk te verminderen en gebieden met extra bescherming aan te wijzen.
- De kwaliteit van het oppervlaktewater is verbeterd, en kan nog verder toenemen. Toch is dat onvoldoende om de in Europa gemaakte afspraken over de bescherming van natte natuurgebieden te halen. Een corridor van natte natuurgebieden door heel Nederland kan Nederland voorbereiden op een veranderend klimaat. Planten en dieren kunnen zich beter aanpassen aan de nieuwe klimaatomstandigheden. Bovendien draagt het bij aan de veiligheid van laag Nederland.
- Natuurbeleid houdt niet op bij de grens. Daarom is in Nederland de discussie gaande over de vraag welke invloed wij als burgers hebben op de kwaliteit van de natuur elders op de wereld. Zonder passende maatregelen wordt het erg moeilijk om het wereldwijde verlies aan biodiversiteit tot staan te brengen.
Natuurbalans 2007: hoofdconclusies
- De overheid is druk bezig om de natuur beter af te stemmen op de wandelaar en de fietser. Doelstellingen worden waarschijnlijk niet gehaald. Er is nog te weinig groen en het is nog niet goed genoeg ontsloten.
- Natuur- en milieueducatie draagt bij aan een positieve houding tegenover natuur. Het wordt ook zeer gewaardeerd, maar sommige gemeenten lukt het niet om de benodigde financiering vol te houden.
- Driekwart van de Nederlanders is betrokken bij de natuur. En ze willen daarvoor best wat meer betalen.
- Om te voorkomen dat tegenstrijdige belangen en verkokerd beleid de overhand krijgen bij ruimtelijke ontwikkelingen in de regio is een integrale aanpak nodig. De rol van de provincie is daarbij cruciaal.
- Bebouwing en infrastructuur zorgen voor een versnipperd landschap. De druk op de groene ruimte wordt vergroot door een toenemend aantal woonwijken, bedrijventerreinen, glastuinbouwkassen, wegen en spoorlijnen.
- De Rijksoverheid zet Nationale Landschappen in om de landschaps-kwaliteit te verbeteren. Of dat lukt, is de vraag. Stedelijke kernen en bouwplannen blijven veelal buiten de begrenzing, en provincies en gemeenten zijn traag bij het uitwerken van streekplannen en bestemmingsplannen.
- Het aantal windturbines groeit in Nederland. In 2006 stonden er ongeveer 1800. De ernst van deze verstoring in het landschap is onbekend. Provincies en gemeenten hebben allemaal eigen regels ontwikkeld om met windturbines om te gaan.
- Het verlies aan biodiversiteit is nog niet gestopt. Meer soorten broedvogels en dagvlinders worden bedreigd. De belangrijkste reden is dat de condities voor de natuur nog altijd niet op orde zijn. Het is onwaarschijnlijk dat het biodiversiteitverlies in 2010 gestopt is. Daarvoor moeten namelijk milieu-, water- en ruimtecondities op orde worden gebracht. De sleutel ligt in het creëren van grote eenheden natuur.
-
Het weer wordt warmer en extremer. Dat maakt de natuur kwetsbaarder. De door de klimaatverandering veroorzaakte opwarming en verandering van neerslagpatronen hebben ook gevolgen voor het voorkomen van planten en dieren.
Natuurbalans 2006: hoofdconclusies
- Het Nederlandse platteland wordt steeds minder landelijk, minder open en er is meer visuele verstoring. Boerderijen hebben vaker alleen nog een woonbestemming en de landbouw wordt steeds industriëler van karakter.
- De natuur wordt eenvormiger. Karakteristieke planten- en diersoorten blijven in aantal achteruitgaan, hoewel het natuurareaal is toegenomen en milieucondities in de natuur zijn verbeterd. De EU-doelstelling om de biodiversiteitsafname in 2010 tot stilstand gebracht te hebben kan in Nederland waarschijnlijk niet gehaald worden.
- De oppervlakte bebouwd gebied is de afgelopen 15 jaar met ruim 20% toegenomen. In gebieden waar een restrictief beleid is gevoerd, is minder gebouwd dan daarbuiten. De visuele verstoring is groter, open gebieden zijn minder open geworden. De afgelopen 15 jaar is het platteland minder landelijk geworden doordat meer stedelingen in boerderijen zijn gaan wonen, de recreatie is toegenomen en meer industriële landbouw plaatsvindt. Sommige gebieden krijgen een industrieel of parkachtig karakter.
-
In de periode 1990-2005 is ongeveer 50.000 hectare nieuwe natuur ingericht. De kwaliteit van leefgebieden is toegenomen door verbeterde milieu- en ruimtecondities, inrichting en beheer. Dit alles heeft niet kunnen verhinderen dat de Nederlandse natuur steeds eenvormiger wordt en nog steeds veel planten- en diersoorten in aantal achteruitgaan. De situatie is voor een groot aantal soorten en gebieden, waaronder internationaal unieke, nog altijd ongunstig. De Europese Unie, en dus ook Nederland, heeft zich ten doel gesteld dat in 2010 de afname van de biodiversiteit moet zijn gestopt. Ondanks het ingezette natuurbeleid lijkt Nederland die doelstelling in 2010 niet te gaan halen.
Natuurbalans 2005: Hoofdconclusies
-
De (inter)nationale ambities voor natuur en landschap en de beschikbare middelen zijn niet in evenwicht. Het gaat daarbij niet alleen om financiële middelen. Door de beperkte ruimte in Nederland zijn ook planologische duidelijkheid en bestuurlijke wilskracht essentieel om de natuur- en landschapsdoelen te realiseren. De voortgaande decentralisatie van het natuur- en landschapsbeleid legt een zware last op de schouders van provincies.
Locale successen, maar nog geen breed herstel
- In Nederland is de druk door habitatverlies, veranderingen in landgebruik, milieudruk en versnippering groter dan gemiddeld in de EU. Ondanks dit is het areaal natuur tussen 1990 en 2000 ongeveer gelijk gebleven. Maar de kwaliteit heeft nog steeds te lijden van bovengenoemde drukfactoren. Met veel planten en dieren gaat het nog bergafwaarts. Zo gaan de meeste dagvlindersoorten in aantal achteruit. Ook de voor graslanden kenmerkende dagvlinders doen het slecht. Dat geldt eveneens voor akkervogels en weidevogels. Nederland heeft in internationaal opzicht een bijzondere verantwoordelijkheid voor weidevogels en besteedt hier al meer dan dertig jaar aandacht aan. Desondanks gaat het slecht met diverse weidevogelsoorten, zoals de grutto, veldleeuwerik en graspieper.
Gevolgen Europees natuurbeleid nog onduidelijk
- Op Europees niveau is afgesproken om de achteruitgang van de biodiversiteit in 2010 te hebben gestopt. Daartoe wordt gewerkt aan het tot stand brengen van een netwerk van beschermde natuurgebieden: Natura 2000. De gebieden die door de Nederlandse overheid als Natura 2000-gebied zijn aangewezen liggen allemaal in de Ecologische Hoodfstructuur. Ze zijn beschermd door de Natuurbeschermingswet. Het is nog onduidelijk welke gevolgen Natura 2000 heeft voor het milieu- en waterbeleid en het beheer. De rijksoverheid is nu bezig om de instandhoudingsdoelen in kaart te brengen, die daar bepalend voor zijn. Dat de huidige situatie bij een groot deel van de habitats ongunstig is, blijkt uit een inventarisatie van de huidige instandhoudingtoestand.
Verbetering ruimtelijke samenhang en milieucondities nodig
- Als de EHS in 2018 volledig gerealiseerd is, zal ruim de helft van de EHS bestaan uit grote eenheden met aaneengesloten natuur (groter dan 2.000 ha). Deze ‘nieuwe’ eenheden ontstaan doordat kleinere bestaande natuurgebieden worden uitgebreid en aaneengeschakeld via verwerving, inrichting en beheer van aangrenzende en tussenliggende gronden. Ongeveer 20% van de EHS zal na volledige realisatie bestaan uit mozaïeken van natuurgebieden. Om de mozaïeken ook als grote eenheid te laten functioneren, moeten vaak wel de ruimte-, water- en milieucondities worden verbeterd. In veel gebieden zal dat forse inspanningen vragen.
Omslag van aankoop naar beheer houdt risico's in
- De rijksoverheid heeft een verschuiving ingezet van verwerving van natuurgebieden naar stimulering van particulier en agrarisch natuurbeheer. De omslag is bedoeld om de betrokkenheid van grondeigenaren en agrariërs bij het natuurbeheer te vergroten, met behoud van de beoogde natuurdoelen. Daarnaast spelen budgettaire overwegingen een rol. Op basis van de huidige ervaringen met particulier en agrarisch natuurbeheer ziet het er naar uit, dat de omslag niet het gewenste effect heeft. Voor particulier natuurbeheer is vooralsnog weinig animo.
Landelijk gebied verstedelijkt
- Nederland is een sterk verstedelijkt land. Bijna 15% van het land is bebouwd of in gebruik voor infrastructuur, en dat percentage groeit. Het effect ervan op de landschapskwaliteit is echter groter. Door de visuele uitstraling van gebouwen en wegen, wordt in een kwart van Nederland de belevingswaarde van het landschap negatief beïnvloed door verstedelijking. De verdeling tussen ‘rood’ en ‘groen’ verschilt per regio. Vooral de noordelijke provincies zijn relatief groen. In West-Nederland, Noord-Brabant en Limburg zijn er weinig aaneengesloten groene gebieden die niet beïnvloed worden door stedelijke bebouwing en infrastructuur.
Geldstromen voor natuur: vooral een zaak van de overheid
- Nederland geeft jaarlijks ruim 60 euro per inwoner uit aan natuur en landschap. In totaal wordt ongeveer 1 miljard euro per jaar uitgegeven. Daarvan komt 80% van de overheid. Het Rijk neemt daarin met bijna 615 miljoen euro het leeuwendeel voor zijn rekening.Het meeste geld gaat naar het beheer van natuur en landschap: ongeveer 285 miljoen euro. Naast apparaatkosten en onderzoek wordt de rest van het geld grotendeels besteed aan verwerving van terreinen en de inrichting van natuurgebieden (bijna 280 miljoen euro). Tweederde van het rijksgeld wordt besteed aan de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).
Conclusies uit Natuurbalans 2004
- Hoofdboodschap: ombuigingen in het rijksbeleid vormen risico's voor natuur en landschap. Met de Nota Ruimte legt het kabinet meer verantwoordelijkheden neer bij provincies en gemeenten. Van hen wordt een krachtige regie gevraagd om de problemen op te lossen. Enkele andere uitkomsten: Europees beleid is belangrijk voor Nederlandse natuur. Nederland behoort tot de koplopers binnen de Europese Unie als het gaat om aanwijzing van Europese natuurgebieden. Dit betekent echter niet dat hiermee de kwaliteit van die gebieden is veiliggesteld. Veel aangewezen natuurgebieden liggen naast stedelijk gebied of landbouwgebied. Daardoor is de milieudruk hoog en het risico van verdere versnippering groot. Zie verder:Europa biedt kansen, maar kan bedreigend overkomen.
- Resultaten natuurbeleid zijn zichtbaar, maar druk op natuur blijft groot. Dankzij verbetering van de waterkwaliteit neemt de soortenrijkdom in beken en rivieren toe. Natuurgebieden blijven echter versnipperd. De combinatie van versnippering, verdroging en vermesting heeft tot gevolg, dat in veel gebieden de beoogde natuurdoelen nog lang niet zijn bereikt. Zie verder: Druk op natuur houdt aan
- Gebiedsgerichte aanpak lijkt kansrijk. In Europa gaat het slecht met de vogels van het agrarisch landschap. De toenemende samenwerking tussen boeren en natuurbeschermingsorganisaties kan hier perspectief bieden. Zie verder: Weidevogels en ganzen vragen gebiedsgericht beleid en Gebiedsgerichte samenwerking: boeren georganiseerd aan de slag met natuur
- Groen,
landschap en natuur zijn belangrijk voor recreatie. In 2002 maakten Nederlanders een miljard recreatieve dagtochten. Vooral in de Randstad is nog altijd een tekort aan recreatiegroen. Nederlanders maken niet alleen gebruik van natuur, velen zijn er ook actief mee bezig. Dit kan gaan om bijvoorbeeld vrijwillig landschapsbeheer, het inventariseren van planten- en diersoorten, agrarisch natuurbeheer en het beheer van landgoederen. Zie verder: Groene ruimte in de randstad: aanleg recreatiegroen stagneert en Draagvlak belangrijk voor groene coalities - Onduidelijkheid in beleid vormt bedreiging voor landschapskwaliteit. De verstedelijking van Nederland leidt tot een afname van de kwaliteit van het landschap. Tussen 1990 en 2000 is 31.000 hectare karakteristiek ‘open gebied’ verdwenen. Het kabinet kiest in de Nota Ruimte voor een focus op twintig Nationale Landschappen. De kansen die dit beleid biedt kunnen echter alleen benut worden als de rijksoverheid duidelijk maakt welke concrete doelen zij in deze gebieden wil bereiken. Zie verder: Rood-groene coalities in de Randstad
Conclusies uit Natuurbalans 2003
- Het veranderende klimaat brengt inmiddels ook in de natuur structurele veranderingen teweeg: leefgebieden van planten en dieren verschuiven en soorten passen hun levenscyclus aan. De snelheid van de temperatuurstijging is zo hoog, dat naar verwachting niet alle planten- en diersoorten het tempo kunnen bijbenen. Het beleid kan de aanpassing van de natuur ondersteunen door samenhangende natuurgebieden te creëren, zodat planten en dieren nieuwe leefgebieden kunnen bereiken. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) beoogt dit. Echter, de realisatie van de EHS loopt achter op schema en dreigt verder te vertragen.
- In
Nederland gaan veel planten en dieren in aantallen achteruit. In de meeste Vogel- en Habitatrichtlijngebieden is de milieukwaliteit onvoldoende om soorten duurzaam te beschermen. Het landelijk gebied buiten de beschermde natuurgebieden vormt door verstedelijking en intensieve landbouw een steeds grotere barrière voor planten en dieren.
Voor meer informatie over de overige onderwerpen in de Natuurbalans 2003:
