Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de subnavigatieNaar de hoofdinhoud

Onderzoeksprogramma ter verkleining onzekerheden fijn stof

Het beleidsgeoriënteerd onderzoeksprogramma PM (BOP) is in februari 2007 van start gegaan. Het programma richt zich op een vermindering van het aantal onzekerheden rond fijn stof ter ondersteuning van het fijnstofbeleid. Het Planbureau voor de Leefomgeving is trekker en verzorgt de uitvoering samen met ECN, TNO en RIVM. BOP bestaat uit een verkenning van de kennis en het beleidsinstrumentarium rond PM2.5 en een afgestemd programma met metingen, emissieramingen en modelberekeningen.

Het onderzoeksprogramma BOP

Het fijnstofonderzoeksprogramma BOP is in februari 2007 vastgesteld en van start gegaan. BOP staat voor beleidsgeoriënteerd onderzoeksprogramma PM (particulate matter) en wordt door het ministerie van VROM gefinancierd. Het programma is gericht op het verminderen van het aantal beleidsdilemma’s op het gebied van fijn stof. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is trekker van het programma dat een looptijd heeft van twee jaar (2007-2008). De onderzoeksinstituten ECN, TNO, RIVM en PBL hebben gezamenlijk, in overleg met het ministerie van VROM, het programma opgezet en vastgesteld. Dezelfde instituten verzorgen de uitvoering ervan. Daarnaast zijn ook Wageningen Universiteit en Researchcentrum (WUR) en het KNMI betrokken bij BOP.

Aanleiding

In 2005 zijn Europese luchtkwaliteitgrenswaarden voor fijn stof (PM10) in werking getreden. In Nederland is toen een situatie ontstaan waarbij, enerzijds, de regelgeving kan leiden tot bijvoorbeeld het afschieten van bouwplannen bij overschrijdingen van grenswaarden, terwijl anderzijds vaststelling van overschrijdingen en de meeste andere aspecten van het fijnstofdossier erg onzeker zijn. De onzekerheden bemoeilijken verdere ontwikkeling en uitvoering van adequaat fijnstofbeleid. Met de publicatie “Fijn stof nader bekeken” hebben het MNP en het RIVM in 2005 de feiten over fijn stof in samenhang gepresenteerd. Dit document was het uitgangspunt bij het opstellen van BOP.

Het onderzoeksprogramma

BOP is opgezet om de onzekerheden in het fijnstofdossier te verkleinen. Het programma richt zich naast PM10 ook op PM2.5 met focus op situaties waarin grenswaarden worden overschreden. Overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor PM10 vinden nu plaats in de stedelijke omgeving of in de buurt van snelwegen en plekken met hoge locale emissies. De samenstelling van fijn stof en de bijdragen van verschillende antropogene en natuurlijke bronnen zijn nog slecht bekend vooral in overschrijdingssituaties. Ook is het zicht op de ruimtelijke verschillen in fijnstofconcentraties beperkt. Het gaat hierbij om de ruimtelijke variabiliteit van fijn stof in de stedelijke omgeving en de verschillen ten opzichte van concentraties in het landelijk gebied.

Het onderzoeksprogramma bestaat uit twee min of meer onafhankelijke delen:

  1. Een kort verkennend onderzoek om de kennis, het instrumentarium en de komende beleidsopgave rond PM2.5 te inventariseren: Download de beschrijving (PDF, 30 KB)
  2. Een groot onderzoek met metingen, modelberekeningen en emissie-inverisaties om de bestaande onzekerheden rond de verspreiding van fijn stof te verkleinen: Download de beschrijving (PDF, 62 KB)

Aanpak

1. Kort verkennend onderzoek. In 2005 heeft de Europese Commissie een voorstel gedaan voor een samenvattende luchtkwaliteitrichtlijn (COD/2005/0183). Hierin worden ook voor PM2.5 limiterende regels gesteld. Hoewel PM2.5 gerelateerd is aan PM10 is er voor de Nederlandse situatie nog relatief weinig bekend over de concentratieniveaus, bronbijdragen en mogelijkheden tot emissiereductie. Daarom zal in relatie tot het commissievoorstel de huidige kennis en stand van zaken rond PM2.5 en implicaties voor het Nederlandse beleid worden samenvat. Daarbij wordt ook aangegeven welke acties zijn te voorzien om tot een adequaat instrumentarium te komen voor de ondersteuning van het PM2.5 beleid.

2. Het grote fijnstofonderzoek in BOP bestaat uit de volgende drie componenten:

  • Metingen: samenstelling van PM10 en PM2.5; ruimtelijke variabiliteit fijn stof en fracties; indicatieve metingen fijn stof uit houtverbranding.
  • Modellen: uitbreiding van bestaand modelinstrumentarium (LOTOS-EUROS en OPS) met beschrijving van natuurlijke fracties (zeezout, bodemstof en secundair organisch aerosol) en koppeling met mondiaal luchtkwaliteitsmodel.
  • Emissies: beschrijving van slecht bekende bronnen zoals bodemstof, niet uitlaatgas emissies en re-suspensie door wegverkeer, (zee)scheepvaart.

De drie onderdelen zijn zo afgestemd dat ze elkaar versterken. Zo worden de meetgegevens modelmatig geverifieerd en vice versa. Ook worden nieuwe of herziene emissiebeschrijvingen iteratief getoetst aan modelberekeningen en metingen. Vooral door toepassing van referentieapparatuur bij de samenstellingsmetingen van PM10 èn PM2.5 in combinatie met de afstemming tussen de verschillende onderdelen maakt dat BOP meerwaarde heeft ten opzichte van eerdere studies.

Resultaten

De resultaten van BOP zullen worden gepubliceerd in de vorm van een aparte BOP-rapportenserie. Aan het van het project zal een samenvatting voor beleidsmakers worden gemaakt. Het eerste rapport, over PM2.5, staat gepland voor najaar 2007. Daarnaast zullen de resultaten ook zoveel mogelijk wetenschappelijk worden geborgd door publicatie in peer reviewed tijdschriften.

Wat niet in BOP gedaan wordt

Het programma is beperkt tot het verkleinen van onzekerheden op het gebied van de verspreiding van fijn stof. BOP gaat expliciet niet in op de grote onzekerheden rond de gezondheidseffecten van fijn stof.

Voor meer informatie: info@pbl.nl.

Workshop over PM2.5, 23 en 24 april 2009

BOP-publicaties