Planbureau voor de Leefomgeving

Beleidsevaluaties

Het onderdeel beleidsevaluaties laat zien wat de gevolgen (kunnen) zijn van het actuele of voorgenomen beleid. Voor een beschrijving van het beleid zelf verwijzen wij naar het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV).

In 2004 is door de planbureaus een ex-ante toets uitgevoerd voor de Nota Ruimte. De conclusies voor landschap zijn de volgende.

  • De selectie van Nationale Landschappen is over het algemeen goed en beargumenteerd op basis van inhoudelijke criteria.
  • De Nota Ruimte geeft aan de doelen en kernkwaliteiten in de Nationale Landschappen geen streefwaarden en termijnen en koppelt het ‘ja, mits-regime’ niet voldoende duidelijk aan deze kernkwaliteiten.
  • Tweederde van de genoemde kernkwaliteiten is niet gebaat bij ontwikkeling, maar vraagt om behoud en inpassing.
  • Het instrumentarium en geldmiddelen zijn ontoereikend voor het realiseren van de doelen voor het landschapsbeleid in Nationale Landschappen. Het begrip ‘basiskwaliteit’ als randvoorwaarde buiten de Nationale Landschappen is onvoldoende gespecificeerd voor de rijkstoetsing van het provinciale beleid. 

In 2008 heeft het PBL de Agenda Landschap geëvalueerd. Met het huidige beleid worden de meeste landschapsdoelen waarschijnlijk niet gehaald. Met extra beleidsinzet kunnen enkele doelen wel binnen bereik komen, zoals de kernkwaliteiten van de Nationale Landschappen. Voor andere doelen, zoals de waardering voor landschap en groen, blijft ook met aanvullend maatregelen de kans klein dat ze worden gehaald.

Er is een aantal aantal beleidsopties om tot een sterker landschapsbeleid te komen.

  • Heldere kaders en keuzes van het Rijk geeft duidelijk aan provincies en gemeenten. Hiervoor biedt de nieuwe Wro uitstekende mogelijkheden.. Generiek beleid volstaat echter niet, differentiatie is noodzakelijk. Geef aan wat er waar precies beschermd moet worden, onder wiens verantwoordelijkheid en onder welke randvoorwaarden en houd gedurende langere tijd vast aan dit beleid.

  • Nieuwe ontwikkelingen zijn vaak nodig en gewenst. De SER ladder biedt goede mogelijkheden om de locatiekeuze zorgvuldig te geleiden.

  • Blijvende mogelijkheden voor Rijk of provincie om te kunnen sturen in de handhaving op lokaal niveau lijken gewenst.

  • Er zijn extra publieke middelen nodig om de landschapsdoelen te realiseren. Financiering uit de markt biedt onvoldoende soelaas en ook de vermaatschappelijking van landbouwsubsidies is op de kortere termijn slechts in beperkte mate een optie. Bovenplanse verevening is binnen de Wro momenteel geen optie. Fiscale faciliteiten zijn dat wel.