Planbureau voor de Leefomgeving

Beleidsevaluaties

Beleid ten aanzien van water

De sinds 1995 in gang gezette herbezinning op het Nederlandse waterbeleid heeft onder andere geleid tot het Nationaal Bestuursakkoord Water. Daarin komen vooral zaken aan de orde die te maken met de waterkwantiteit. De Europese Kaderichtlijn Water, die sinds 2000 van kracht is, gaat in op de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater. Ook zijn de veiligheid tegen overstromingen en wateroverlast onderwerpen die in toenemende mate in de belangstelling staan.

Evaluatie van Deelstroomgebiedsvisies: diversiteit in doelstellingen en ruimtelijke consequenties&

In het kader van Waterbeleid voor de 21e eeuw (WB21) hebben de provincies, in samenwerking met waterschappen en gemeenten, 16 deelstroomgebiedsvisies opgesteld, waarin zij hun visie en keuzen voor het waterbeheer in de 21e eeuw hebben uitgewerkt.

Uit een tweetal evaluatierapporten van het MNP blijkt onder andere dat de deelstroomgebiedsvisies zeer divers zijn in aanpak, beschrijving, detaillering en concreetheid. Dit maakt het lastig inzicht te krijgen in de mate waarin maatregelen zullen bijdragen aan de oplossing van problemen en de hoogte van de bijbehorende kosten. Bovendien leidt realisatie van de doelstellingen tot een aanzienlijke ruimteclaim. Daardoor raakt het waterbeleid in toenemende mate betrokken bij andere beleidsterreinen, zoals landbouw, milieu, natuur, stedelijke gebied en ruimtelijke ordening. De deelstroomgebiedsvisies brengen deze samenhang echter nog onvoldoende in beeld, waardoor nu onvoldoende duidelijk is wat de bestuurlijke keuzen en consequenties zijn.

Meer informatie

Kaderrichtlijn water

De Kaderrichtlijn Water vraagt een aantal maatschappelijke keuzes op het grensvlak van economie en ecologie: Welke ambitie heeft Nederland met het water? Welke ambitie is haalbaar en tegen welke kosten? Die vragen waren voor het Milieu- en Natuurplanbureau aanleiding onderzoek te doen naar de gevolgen van de Kaderrichtlijn Water voor de water- en natuurkwaliteit. Het MNP richtte zich daarbij op fosfor en stikstof omdat die het meest bepalend zijn voor de ecologische kwaliteit van oppervlaktewater en op de grondwaterstand die bepalend is voor de kwaliteit van de landnatuur, met name in de VHR- en Natura 2000-gebieden. Uit het MNP-onderzoek blijkt dat met het Nederlandse beleid de waterkwaliteit in de Nederlandse zoete wateren tot 2030 nauwelijks zal verbeteren.

Meer informatie

Veiligheid tegen overstromingen

De waterkeringen die Nederland beschermen tegen overstroming vanuit de zee of de rivieren zijn nog nooit zo sterk geweest: de kans op overstroming van delen van het land, en daarmee het individueel risico van overlijden, is sinds de watersnoodramp van 1953 sterk verminderd. Toch is Nederland in de afgelopen jaren aanmerkelijk kwetsbaarder geworden voor het gevaar van overstroming: het economisch risico is toegenomen door een sterke toename van de mogelijke gevolgen van een eventuele overstroming. Ook is door de groei van de bevolking de kans op grote aantallen slachtoffers, het groepsrisico, veel groter dan voor alle andere externe veiligheidsrisico’s samen. Het huidige veiligheidsbeleid leidt daardoor niet tot het ‘veilige en bewoonbare Nederland’ zoals dat oorspronkelijk werd beoogd.

Meer informatie