PBL berekent humanitaire en economische gevolgen van klimaatrampen

Rampen als gevolg van overstromingen, stormen, droogte en extreme hitte kunnen ernstige gevolgen hebben op humanitair en economisch gebied. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft een statistische analyse gemaakt van dit soort gevolgen van rampen, als onderdeel van de 'OECD Environmental Outlook to 2050'. Uit deze studie blijkt dat weergerelateerde schades vooral bepaald worden door economische en demografische factoren en veel minder door klimaatverandering. Verder blijkt de schade zeer ongelijk verdeeld over de wereld: economische schades zijn het grootst in rijke landen (de OECD), het aantal getroffen mensen is het hoogst in de zogenaamde opkomende economieën (BRIICS-landen), en het aantal doden is het hoogst in arme landen.

Het PBL-rapport 'A Statistical Study of Weather-Related Disasters: Past, present and future' richt zich op met weersextremen samenhangende rampen en de gevolgen daarvan. Voorbeelden van ernstige rampen zijn de extreme droogte in Ethiopië en Sudan die leidde tot meer dan 400 duizend doden door honger (1983); droogte in India en overstromingen in China die ernstige gevolgen hadden voor 450 miljoen mensen (2002) en orkaan Katrina die een economische schade veroorzaakte van meer dan 140 miljard dollar in de USA (2005).

De rampgegevens zijn ontleend aan de CRED database EM-DAT. Gekozen is voor de meetperiode 1980-2010. Er is gekeken naar het soort rampen: meteorologische (stormen), hydrologische (overstromingen) en klimatologische (droogte en temperatuur-extremen zoals hittegolven). Daarbij is statistische informatie verzameld voor drie economische regio’s: OECD-landen (rijke landen), BRIICS-landen (opkomende economieën: Brazilië, Rusland, India, Indonesië, China en Zuid Afrika) en de overige (arme) landen. Ten slotte zijn drie typen gevolgen bekeken: economische schade, het aantal getroffenen door rampen, en het aantal doden.

Enkele bevindingen

Schade door rampen blijkt sterk af te hangen van de economische ontwikkeling van een regio. De economische schade is het hoogst in OECD-landen (63 procent); de hoogste aantallen getroffen mensen vinden we in de BRIICS-landen (84 procent) en de meeste doden vallen in de arme landen (77 procent). Ook trends in economische schade laten een heel verschillend beeld zien voor de drie regio's. De OECD-trend in economische schade stijgt over de hele meetperiode, de trend voor BRIICS-landen stijgt aanvankelijk maar stabiliseert vanaf 1995, en de trend voor arme landen is stabiel over de hele meetperiode.

Studies naar het verloop van schade door mogelijke rampen in de nabije toekomst zijn schaars. Verkenningen laten zien dat de economische schade waarschijnlijk zal toenemen over de periode 2010-2040. De oorzaak hiervan is vooral de groei van de wereldbevolking en met name een toenemende rijkdom; in veel mindere mate de klimaatverandering. Resultaten van een PBL-studie naar verwachte overstromingen in de periode 2010-2050 geven bijvoorbeeld het volgende beeld: het aantal potentieel getroffenen bij overstromingen zal toenemen in elk van de drie regio’s: 9 procent in OECD-landen, 37 procent in BRIICS-landen en 55 procent in de overige landen. De potentiële economische schade ten gevolge van deze overstromingen stijgt echter veel harder. PBL vergeleek deze potentiële economische schade over de periode van 2010-2050 en vond de volgende percentages: een toename met 130 procent voor OECD -landen, 650 procent voor BRIICS-landen, en 430 procent voor de overige landen.

Gerelateerd

Over het onderwerp:

Water

Onderzoek naar de kwaliteit van water, op basis van ontwikkelingen in het klimaat, zeespiegelstijging, bodemdaling en menselijke activiteiten.

Meer over water