Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de subnavigatieNaar de hoofdinhoud

Door vergrijzing over twintig jaar groot aanbod aan koopwoningen

Nieuwsbericht | 01-03-2013

Ouderen verhuizen veel minder dan jongeren. De verwachting is dan ook dat door de vergrijzing op de korte termijn (5-10 jaar) de woningmarkt verder stagneert. Op de langere termijn (na 15-20 jaar) neemt het aanbod aan woningen sterk toe. Dit komt omdat de babyboomers (geboren tussen 1945 en 1960) dan de leeftijd bereiken dat ze niet meer zelfstandig kunnen wonen of overlijden. Er komen dan vooral veel koopwoningen op de markt.

Deze conclusie trekken onderzoekers van het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) in een artikel in het Tijdschrift voor Volkshuisvesting. Dit artikel is gebaseerd op de PBL-studie 'Effecten van de staatssteunregeling voor de middeninkomens op de woningmarkt, een simulatie' die in oktober 2012 verscheen. De onderzoekers signaleren dat door de vergrijzing op de lange termijn grote verschuivingen op de woningmarkt zijn te verwachten.

Link to infographic: 'Grafiek van verhuisgeneigdheid en verhuisdynamiek naar leeftijd in 2008'
Link to infographic: 'Grafiek van verhuisgeneigdheid en verhuisdynamiek naar leeftijd in 2008'

Jongeren verhuizen veel, ouderen verhuizen weinig

Vooral jongeren tot 30 jaar verhuizen vaak. Ze krijgen een nieuwe baan, beginnen een andere opleiding of gaan samenwonen. Na het 30e levensjaar raken de meeste mensen meer gesetteld en wordt er minder verhuisd. Senioren zijn maar weinig geneigd om te verhuizen en stellen een verhuizing vaak uit totdat ze niet meer zelfstandig willen of kunnen wonen. Momenteel maken huishoudens van 75-plussers ongeveer 11% uit van de zelfstandig wonende huishoudens en bijna tweederde van hen woont in een huurwoning. Bij overlijden of verhuizing naar een verzorginstelling komen vooral huurwoningen vrij. In deze tijden van crisis is daar veel vraag naar.

Babyboomers wonen vaak in koopwoning

Over vijftien tot twintig jaar zal de groep 75-plus flink zijn toegenomen (16% van alle huishoudens in 2030, dat zijn 1,35 miljoen huishoudens). Er zullen dan vooral koopwoningen vrijkomen, omdat de babyboomers (geboren tussen 1945 en 1960) veel vaker dan de vooroorlogse generatie huiseigenaar zijn (64 procent heeft koopwoning). Op dit moment komen er als gevolg van de uitstroom van oudere huishoudens jaarlijks circa 50.000 huurwoningen vrij en circa 30.000 koopwoningen. In 2030 zal het aantal door uitstroom van ouderen vrijkomende huurwoningen zijn gedaald naar ca. 40.000 terwijl het aantal zo vrijkomende koopwoningen stijgt naar ongeveer 50.000. Ter vergelijking: dat is ongeveer evenveel als de totale nieuwbouwproductie aan koopwoningen van voor de kredietcrisis.

Link to infographic: 'Grafiek van vrijkomende woningen door uitstroom oudere huishoudens tot 2030'
Link to infographic: 'Grafiek van vrijkomende woningen door uitstroom oudere huishoudens tot 2030'

De exacte gevolgen van deze veranderingen op de woningmarkt, zullen per regio verschillen. Het PBL adviseert beleidsmakers nu alvast voor te sorteren op de uitstroom van oudere huishoudens uit de woningmarkt.

Contact

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Persvoorlichting (070-3288688 of persvoorlichting@pbl.nl).