Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de subnavigatieNaar de hoofdinhoud

Overheden kunnen handelingsperspectief van energiecoöperaties vergroten

Nieuwsbericht | 20-03-2014

De Rijksoverheid en gemeenten kunnen het handelingsperspectief van energiecoöperaties vergroten: de Rijksoverheid door meer zekerheid te bieden over de fiscale stimulering van zonnecentrales en deze zo nodig te verruimen, de gemeenten door in het aanbestedingsbeleid meer ruimte te creëren. Dit blijkt uit onderzoek van PBL en Asisearch, dat vandaag verschijnt. Met het huidige overheidsbeleid zijn grotere projecten, zoals zonnecentrales, windmolens en grootschalige energiebesparingsprojecten in de particuliere woningvoorraad moeilijk uitvoerbaar voor energiecoöperaties. Hun activiteiten beperken zich in veel gevallen tot collectieve inkoopacties voor zonnepanelen, kleinschalige en kortlopende energiebesparingsacties, het doorverkopen van hernieuwbare energie en het beheren van een informatieloket. Hun bijdrage aan de landelijke doelen voor hernieuwbare energie en energiebesparing voor 2020 lijken daarmee vooralsnog beperkt te zijn.

Nederland telt op dit moment ongeveer 110 energiecoöperaties, waaronder 15 windcoöperaties die al 20 tot 25 jaar bestaan, en een nieuwe lichting (vanaf 2007) van bijna 95 energiecoöperaties met een bredere doelstelling dan de windcoöperaties. Deze coöperaties streven ernaar om energiebesparing en -opwekking in de eigen omgeving te bevorderen, en de lokale economie en gemeenschap te versterken. De Rijksoverheid en de gemeenten verwachten veel van dergelijke burgerinitiatieven op het gebied van energieopwekking en –besparing, en geven aan deze zo veel mogelijk te willen faciliteren en stimuleren.

In de praktijk blijkt echter dat met name grotere projecten, zoals zonnecentrales, windmolens en grootschalige energiebesparingsprojecten in de particuliere woningvoorraad moeilijk uitvoerbaar zijn voor energiecoöperaties. Daarvoor zijn verschillende redenen. Zo is het bij zonnecentrales onzeker of deze voldoende rendabel zullen zijn: het financieren en beheren van zonne-installaties op bijvoorbeeld scholen (ook wel ‘ontzorgconstructie’ genoemd) was tot voor kort een financieel aantrekkelijke activiteit, maar vanwege een nieuwe bepaling dat de elektriciteit alleen is vrijgesteld van energiebelasting als deze is opgewekt ‘voor rekening en risico’ van de verbruiker, is het onzeker of dat zo blijft. Daardoor worden plannen momenteel uitgesteld. Of de levering van zonne-elektriciteit onder de nieuwe ‘postcoderoosregeling’ aantrekkelijk zal zijn voor energiecoöperaties moet nog worden afgewacht, maar de eerste reacties wijzen erop dat het verdienmodel waarschijnlijk erg mager is. Windmolenprojecten zijn weliswaar rendabel maar qua uitvoering dermate complex dat deze voor de meeste nieuwe energiecoöperaties alleen haalbaar zijn als zij samenwerken met een professionele ontwikkelaar. Grootschaligere energiebesparingsacties in de particuliere woningvoorraad zijn moeilijk vol te houden voor een enkel uit vrijwilligers bestaande coöperatie.

Het succes of falen van energiecoöperaties wordt deels bepaald door landelijke regelgeving, deels ligt de sleutel in handen van de gemeenten. De Rijksoverheid zou over bijvoorbeeld een jaar kunnen evalueren of de gesignaleerde potentiële knelpunten voor de postcoderoosregeling daadwerkelijk een onoverkomelijke hobbel vormen voor energiecoöperaties, en in dat geval de regeling kunnen verruimen. Daarnaast zou de Rijksoverheid snel duidelijkheid moeten verschaffen onder welke condities vrijstelling van energiebelasting bij ontzorgconstructies voor zonnecentrales wordt toegestaan. Als gemeenten willen dat energiecoöperaties een grotere rol kunnen gaan spelen in het energiezuiniger maken van de particuliere woningvoorraad, zouden ze daar ook een reële vergoeding tegenover moeten zetten, zodat de coöperatie bijvoorbeeld een zzp-er als projectleider kan aanstellen. Ook van belang is dat gemeenten zelf een duidelijke visie ontwikkelen op de lokale energievoorziening en op de onderlinge rol en taakverdeling van de diverse actoren op dit terrein, waaronder ook de lokale coöperaties.

Contact

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Persvoorlichting (070-3288688 of persvoorlichting@pbl.nl).