Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de subnavigatieNaar de hoofdinhoud

Betere bemesting van grasland kan wereldwijd voedselvoorziening helpen verbeteren

Nieuwsbericht | 16-02-2016

Als het beheer van graslanden wereldwijd sterk verbetert, kunnen graslanden een veel belangrijkere rol gaan spelen in de voedselproductie. Beter beheer voorkomt dat vee bijgevoerd moet worden met graan dat anders voor menselijke consumptie beschikbaar zou zijn. Bovendien kan de  productie van vlees en melk erdoor toenemen. Bij het betere beheer is het met name belangrijk om goed te bemesten en daardoor voldoende fosfor in de grasbodem te houden. Wereldwijd krijgen graslanden nu slechts een kwart van de hoeveelheid fosfor die eigenlijk nodig is. Dat concluderen onderzoekers van Wageningen University, het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving), Universiteit Utrecht en de Wereldvoedselorganisatie van de Verenigde Naties (FAO) in een nieuw artikel in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Communication.

Grasland maakt wereldwijd twee derde van het landbouwareaal uit. Die ruim drie miljard hectare grasland wordt, met uitzondering van Noordwest-Europa, over het algemeen heel beperkt beheerd. Het maaien en begrazen gebeurt bijvoorbeeld niet voldoende planmatig. En wat een groter probleem is: de graslanden worden niet of nauwelijks bemest, waardoor ze ieder jaar een stukje verder uitputten door onder andere een tekort aan fosfor. De onderzoekers laten in hun publicatie zien wat de omvang  van deze fosforuitputting is en wat er nodig is om het tij te keren.

Planten zoals gras gebruiken voedingsstoffen, zoals fosfor, uit de bodem voor hun groei. Het gras wordt opgegeten door grazend vee, waardoor het fosfor in de maag van het vee terecht komt. Zo verdwijnt er een deel van de fosfor van het land. Die fosfor heeft het vee op zijn beurt nodig voor de groei van de dieren zelf en de productie van melk. Veel van de opgenomen fosfor verlaat de dieren echter weer via de mest, die slechts voor ongeveer de helft op het grasland blijft. De mest wordt namelijk ook gebruikt voor het bemesten van landbouwgronden met voedselgewassen zoals granen, fruit en groenten of voor andere doeleinden.

Link to infographic: ''
Link to infographic: 2''

De figuur laat de fosforstromen zien binnen het graslandsysteem en tussen grasland en akkerland. Voor het graslandsysteem zien we externe fosfor-inputs in de vorm van veevoer en kunstmest, en uitvoer in de vorm van vlees, melk en andere producten. Er is ook een interne kringloop door de consumptie van gras en de excretie van dierlijke mest (15.8 miljoen ton fosfor per jaar ofwel Tg fosfor per jaar). Een deel van de fosfor in mest wordt in de weide uitgescheiden en komt in de bodem terug; een ander deel (3.5 Tg per jaar) wordt gebruikt in akkerland om voedselgewassen te bemesten, en een deel verlaat het graslandsysteem voor niet-landbouwkundige doeleinden (2.6 Tg per jaar als brandstof, bouwmateriaal, etc.).

In hun publicatie laten de onderzoekers zien hoe sterk de graslanden de laatste tientallen jaren zijn uitgeput. Dat zal leiden tot een slechtere grasgroei. En dat terwijl die graslanden als voeding voor het vee een belangrijkere bijdrage moeten gaan leveren aan de toekomstige voedselvoorziening, om te voorkomen dat granen te veel als veevoer worden gebruikt in plaats van voor brood.

De onderzoekers pleiten daarom voor meer aandacht voor het management van graslanden, met name gericht op een betere bemesting van de gronden via organische mest en minerale mest. Ze stellen dat er de komende tientallen jaren vier keer zo veel fosfor moet worden bemest als nu gebruikelijk is. Alleen dán kan de grasgroei weer op peil komen, waardoor de vlees- en melkproductie aanzienlijk zal kunnen toenemen zonder dat er te veel voedselgewassen zoals granen aan het vee gevoerd hoeven te worden.

Overigens is de situatie in Nederland anders. Daar is door jarenlange overbemesting de fosfaattoestand zo hoog dat extra bemesting de komende jaren niet nodig is.

Contact

Verdere informatie: Erik Toussaint, persvoorlichter Plant van Wageningen UR, 06 51 56 59 49; Mirjam Hartman, persvoorlichter PBL 070 3288688