Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de subnavigatieNaar de hoofdinhoud

Decentrale elektriciteitsopwekking cruciaal voor toegang tot elektriciteit in Afrika

Nieuwsbericht | 22-05-2017

Meer dan 600 miljoen mensen in Sub-Sahara Afrika hebben geen toegang tot elektriciteit. Veel mensen wonen bovendien te ver van bestaande hoogspanningskabels om tegen een redelijke prijs te worden aangesloten op het centrale elektriciteitsnetwerk. Decentrale elektriciteitsopwekking, in een combinatie van mini-grids en standalone systemen, is daarom cruciaal om  algemene toegang tot elektriciteit te bewerkstelligen.

Nederland kan nationale en lokale overheden helpen bij de beleidsontwikkeling en het ondersteunen van lokale marktonwikkeling voor decentrale elektriciteitsopwekking. Daarnaast kan internationale klimaatfinanciering beter worden afgestemd op de meer kleinschalige decentrale elektrificatieprojecten.

Dit concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in het rapportTowards universal electricity access in Sub-Saharan Africa. Hierin verkent het PBL, op verzoek van het ministerie van Buitenlandse Zaken, de technologische en investeringsbehoeften om iedereen in Sub-Sahara Afrika van elektriciteit te voorzien. Met het aannemen van de VN Sustainable Development Goals (SDGs) heeft de wereldgemeenschap zich immers gecommitteerd aan het bereiken van universele toegang tot elektriciteit in 2030. De doelstelling van het kabinet om met Nederlandse inzet in 2030 50 miljoen mensen in ontwikkelingslanden toegang tot hernieuwbare energie te hebben verleend, draagt in belangrijke mate bij aan het realiseren van deze SDG-doelstelling.

Extra investeringsbehoefte van 9-33 miljard dollar per jaar

Geschat wordt dat tot 2030 15–19 miljard dollar per jaar zal worden geïnvesteerd in het elektriciteitssysteem in Sub-Sahara Afrika en dat 530 tot 600 miljoen mensen toegang kunnen krijgen tot elektriciteit. Echter, zonder additioneel beleid zullen in 2030 nog steeds 350-600 miljoen mensen, waarvan 90% woonachtig op het platteland, geen toegang hebben tot elektriciteit.

Algemene toegang tot elektriciteit vergt dus verdere uitbreiding van de productiecapaciteit en van transport- en distributienetten. Of een centraal of decentraal  elektrificatiesysteem daarbij beter is hangt sterk af van de te verwachten elektriciteitsvraag van huishoudens die voor het eerst toegang krijgen. Bij een lage vraag in dun bevolkte rurale gebieden zijn decentrale systemen, zoals mini-grids of standalone-systemen, het goedkoopst. Afhankelijk van de te verwachten vraag worden de totale jaarlijkse extra investeringskosten om iedereen in 2030 van toegang tot elektriciteit te hebben voorzien, geschat op 9-33 miljard dollar.

Meer nodig dan alleen financiering

Decentrale elektrificatieprojecten worden geconfronteerd met een reeks van belemmeringen, zoals achterlopende wet- en regelgeving, hoge investeringsrisico’s, lage investeringsopbrengsten en hoge transactiekosten. Deze belemmeringen worden niet alleen opgelost door meer financieringsmogelijkheden. Nederlandse ontwikkelingssamenwerking kan bijdragen door nationale en lokale overheden in beleidsontwikkeling te helpen om decentrale elektriciteitsopwekking te stimuleren. Ook kan ze lokale marktontwikkeling voor decentrale elektrificatiesystemen ondersteunen en nternationale klimaatfinanciering beter afstemmen op decentrale elektrificatieprojecten.

Verwaarloosbaar effect op klimaatverandering

De verwachte elektriciteitsconsumptie van veel arme huishoudens die net toegang tot elektriciteit hebben gekregen is laag. Daarnaast laten de modelprojecties zien dat zonder additioneel beleid al meer dan 50% van de verwachte capaciteitsuitbreiding uit hernieuwbare bronnen bestaat. Het realiseren van algemene toegang tot elektriciteit heeft daardoor tot 2030 maar een klein effect op de mondiale uitstoot van broeikasgassen en daarmee op klimaatverandering.

Internationale klimaatbeleid kan helpen bij het inzetten op hernieuwbare energie

Een groot deel van de productiecapaciteit en de transport- en distributienetten in Sub-Sahara Afrika – centraal en decentraal - moet nog worden aangelegd. Dit zorgt niet alleen voor uitdagingen, maar biedt ook de mogelijkheid om daarbij in te zetten op de ontwikkeling van hernieuwbare energie. Sub-Sahara Afrika is rijkelijk bedeeld met hernieuwbare energiebronnen, die potentieel veel meer elektriciteit kunnen leveren dan de verwachte toekomstige vraag. Bovendien zijn de kosten van hernieuwbare energieopwekking de laatste decennia aanzienlijk gedaald en zal deze trend naar verwachting doorzetten.

Internationaal klimaatbeleid, en internationale klimaatfinanciering, kan Afrikaanse landen verder stimuleren om hun potentieel aan hernieuwbare energie ook daadwerkelijk te benutten.

Contact

Meer informatie: Mirjam Hartman (woordvoerder) via persvoorlichting@pbl.nl.