Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de subnavigatieNaar de hoofdinhoud

Nog veel milieuwinst te halen met technologie en internationale samenwerking

Persbericht | 25-04-2006

Afnemende milieudruk bij voortgaande economische groei, is alleen mogelijk bij een sterke overheid en bij veel internationaal milieubeleid. Bij meer marktwerking en hoge economische groei ontstaat echter herkoppeling tussen economische groei en milieudruk, en neemt de uitstoot van veel stoffen weer toe. In beide gevallen produceert Nederland in de toekomst meer, maar ook schoner. Dit concludeert het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) in de vandaag verschenen Milieuverkenning 6. Deze Milieuverkenning kijkt vooruit tot 2040.

Voor de periode na 2010 zijn voor verschillende milieuthema’s meer of scherpere Europese milieudoelen in voorbereiding. Lidstaten krijgen tegelijkertijd meer ruimte om de Europese doelen voor milieukwaliteit naar eigen inzicht te bereiken. Met internationale samenwerking en inzet van technologie zijn de indicatieve Europese doelen voor 2020 voor klimaat en grootschalige luchtverontreiniging binnen bereik. Er zijn nog veel technologische mogelijkheden om de uitstoot van milieuvervuilende stoffen verder tegen te gaan. De milieuproblemen op het mondiale schaalniveau (klimaat, biodiversiteit) of juist het lokale schaalniveau (lokale leefomgevingkwaliteit) blijven echter hardnekkig. De langetermijndoelen uit het NMP4 voor duurzame bescherming van de gezondheid van mensen en natuur blijven buiten bereik.

De EU wil de mondiale temperatuurstijging beperken tot 2oC. Hiervoor dient de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen in 2050 zo'n 30-50% lager te zijn dan in 1990. Dit is technisch mogelijk tegen enkele procenten van het mondiaal bruto product, ondanks de wereldwijde verdere stijging in energiegebruik.

De EU heeft voor de industrielanden reducties voorgesteld van 15-30% in 2020 ten opzichte van 1990, oplopend tot 60-80 % in 2050. Alleen bij sterk internationaal klimaatbeleid stabiliseren de emissies van broeikasgassen in Nederland, en dalen ze op de langere termijn. Momenteel zijn in theorie voldoende maatregelen beschikbaar om in 2020 in Nederland een emissiereductie van 15% te realiseren, tegen jaarlijkse kosten van zo’n 1,4 miljard euro. Energiebesparing kan de meeste reductie opleveren, gevolgd door CO2-opslag, duurzame energie en kernenergie. Zonder kernenergie nemen de kosten - voor zover ze bekend zijn en in geld kunnen worden uitgedrukt - sterk toe. Zonder CO2-opslag of energiebesparing zal dit in nog sterkere mate het geval zijn.

De toegenomen milieudruk is één van de belangrijkste oorzaken van de afname van de natuurkwaliteit. Bij hoge economische groei verandert de hoeveelheid natuur waar de stikstofdepositie te hoog is nauwelijks. Maar met sterk internationaal milieubeleid en een lagere economische groei zal het areaal natuur dat voldoende beschermd is tegen stikstofdepositie toenemen. Het risico op verlies van biodiversiteit is in dit laatste geval aanzienlijk kleiner en natuurbeheer en effectgerichte maatregelen hebben dan meer effect.

De laatste decennia is de luchtkwaliteit sterk verbeterd. Deze verbetering zet door. In 2020 en 2040 resteren bij sterk internationaal milieubeleid nauwelijks knelpunten. Bij achterblijvende internationale samenwerking zullen op beperkte schaal knelpunten overblijven en blijft lokaal beleid nodig. Het geluidbeleid richt zich vooral op het wegnemen van lokale knelpunten, locaties met zeer hoge geluidbelasting. Daar wonen echter relatief weinig mensen; de meeste mensen die last hebben van geluid wonen niet op knelpunten. De geluidbelasting neemt toe met de groei van het wegverkeer. Rustig wonen wordt een steeds schaarser goed.

Links

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Persvoorlichting (070-3288688 of persvoorlichting@pbl.nl).