Mestbeleid verbetert voorlopig kwaliteit oppervlaktewater niet
De kwaliteit van het oppervlaktewater in landbouwgebieden wordt de komende twintig jaar niet slechter maar ook niet beter als gevolg van de in de Meststoffenwet beoogde fosfaatevenwichtsbemesting. Hiermee wordt voldaan aan de minimumeis van “standstill”van de Kaderrichtlijn Water. Dat blijkt uit de evaluatie “Werking van de Meststoffenwet 2006” van het Milieu- en Natuurplanbureau, die vandaag verschijnt. In deze berekeningen is het voorgenomen beleid gericht op evenwichtsbemesting in 2015 meegenomen.
Minder mest
Door de invoering van evenwichtsbemesting in 2015 via de Meststoffenwet kan er 35 miljoen minder fosfaat uit dierlijk mest worden gebruikt. Dit betekent een grote opgave voor de intensieve veehouderij om hun mest af te zetten. Deze sector zag in 2006 door het gebruiksnormenstelsel haar mestafzetkosten al met 80-100 miljoen euro toenemen.
Op 65% van het areaal is de hoeveelheid mest die volgens landbouwkundig advies nodig is, minder dan volgens het voorgenomen beleid. Dit biedt perspectief voor verdere aanscherping van fosfaatgebruiksnormen als maatregel om de kwaliteit van het oppervlaktewater te verbeteren.
EINDE PERSBERICHT
-------------------------------------------------------------------------------------------------
Het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) voorziet de Nederlandse regering van onafhankelijke evaluaties en verkenningen over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en de invloed daarvan op mens, plant en dier. Het MNP vormt de brug tussen wetenschap en beleid.
-------------------------------------------------------------------------------------------------
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met afdeling persvoorlichting, tel: 070 - 3288 688; persvoorlichting@pbl.nl
Zie ook
- Persbericht "Nederland kan voldoen aan Europese nitraatnorm"