Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de subnavigatieNaar de hoofdinhoud

Milieu-innovaties en consumptiepatroon cruciaal voor slagen milieubeleid

Persbericht | 09-09-2009

De klimaatdoelen en de doelen voor het behoud van de biodiversiteit vragen om gedragsverandering van consumenten en om gerichte investeringen van het bedrijfsleven. Dit betekent een grote opgave voor de overheid: consumentengedrag – zeker op het gebied van de vlees-, vis- en zuivelconsumptie – is lastig te beïnvloeden, en bedrijven investeren, mede vanwege de kredietcrisis, beduidend minder in milieu-innovaties, zoals biobrandstoffen, wind- en zonne-energie. Dat blijkt uit de Milieubalans 2009 van het Planbureau voor de Leefomgeving, die vandaag is aangeboden aan minister Cramer van VROM.

Kredietcrisis remt milieu-innovaties

Investeringen in nieuwe milieutechnieken worden extra geraakt door de kredietcrisis. Cruciale milieu-investeringen komen in het gedrang, niet alleen omdat banken terughoudend zijn met de financiering van risicovolle projecten, maar ook omdat de lage prijzen van olie en CO2-emissierechten het voor bedrijven minder interessant maken om te investeren in milieusparende technieken. Om hun liquiditeit te vergroten, verkopen bedrijven overtollige emissierechten, waardoor de CO2-prijs nog verder daalt. Bedrijven kunnen hun overtollige emissierechten ook opsparen voor latere jaren. Daardoor zal de prijs van emissierechten naar verwachting voorlopig rond de 20 €/ton CO2 blijven schommelen. Om voldoende CO2-reducerende technieken rendabel te maken, moet de prijs van emissierechten echter oplopen tot 50 €/ton. Hoge olieprijzen zouden ook helpen, maar deze zijn door de recessie eveneens flink gedaald. De olieprijs schommelt nu rond de 70 $/vat, terwijl de overheid voor het klimaatbeleid nog scenario’s hanteert met olieprijzen tussen 80 en 130 $/vat. Nationale overheden zullen de komende jaren weinig financiële middelen beschikbaar hebben om deze voorlopig zwakke marktkrachten te compenseren. Daarom zijn nieuwe instrumenten nodig om milieu-innovaties te stimuleren.

Minder vlees, vis en zuivel eten

Wereldwijd veroorzaakt het eten van vlees, vis en zuivel momenteel ongeveer 12% van de uitstoot van broeikasgassen en 30% van het verlies aan biodiversiteit. Dat laatste komt omdat 80% van alle landbouwgrond nodig is om koeien te laten grazen en veevoer te verbouwen, wat ten koste gaat van de natuur, vooral in de tropen. Daarnaast zijn de grenzen aan de visvangst bereikt. De Milieubalans 2009 biedt een geactualiseerde inventarisatie van de meest betrouwbare cijfers over deze problematiek.

Tot 2030 zal de mondiale consumptie van vlees, vis en zuivel naar verwachting met 50% toenemen, vooral doordat mensen in opkomende economieën westerse voedingsgewoonten over gaan nemen. Hierdoor zal de productie van vlees, vis en zuivel toenemen, evenals de bijbehorende milieudruk.

Minder vlees, vis en zuivel eten is een effectieve manier om de milieudruk te verminderen. Geen rundvlees maar kip of kalkoen eten helpt al een beetje, omdat de productie van ‘wit vlees’ per kilo minder landbouwgrond vraagt en minder broeikasgassen veroorzaakt dan die van rundvlees. Vervanging van vlees door kaas levert weinig milieuwinst op. Technische oplossingen (het verduurzamen van de productie, certificering) helpen wel, maar zijn waarschijnlijk onvoldoende om de achteruitgang van de biodiversiteit en de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan.

Gezamenlijke aanpak nodig

De teruggang in de biodiversiteit en de beteugeling van de klimaatverandering vragen om grote inspanningen van consumenten, bedrijven en de overheid. Consumenten kunnen hun bestedingen aanpassen, bijvoorbeeld bij de keuze van vervoermiddelen, de mate waarin ze energie besparen en bij de keuze van hun voedsel. Producenten kunnen overschakelen op schonere productieprocessen: efficiënter mestgebruik, elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, schonere en stillere voertuigen, enzovoort. Door het ontwikkelen van en vasthouden aan een heldere langetermijnvisie voor de energievoorziening, de voedselvoorziening en de nationale natuur kan de overheid de condities scheppen die dit soort aanpassingen mogelijk en aantrekkelijk maken. Ook kan zij nieuwe stimulansen ontwikkelen voor milieusparende technieken en consumenten extra steunen bij de aanschaf van milieuvriendelijke producten.

Daarnaast ligt er een bestuurlijke opgave op diverse schaalniveaus.

Milieubalans

De Milieubalans is de bij wet gevraagde rapportage over de toestand en de trends in het milieu, in relatie tot het gevoerde milieubeleid en maatschappelijke ontwikkelingen, die het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) jaarlijks uitbrengt. Dit jaar is speciaal aandacht besteed aan de gevolgen van de recessie voor het milieu op de korte en op de lange termijn.

Uit de Milieubalans 2009 blijkt dat Nederland de kortetermijndoelen voor klimaat en lucht zal halen. Dat geldt ook voor de doelen voor bodemsanering en afval. De doelen voor de milieucondities van de natuur in het landelijk gebied worden op deze termijn daarentegen waarschijnlijk niet gehaald, of vragen zelfs fundamentele herziening van het beleid. Dat geldt ook voor de doelen in de stedelijke leefomgeving voor geluid, geur en externe veiligheid.

Vrijwel alle milieudoelen voor 2020 en daarna worden met het huidige vastgestelde en voorgenomen beleid niet gehaald. Dat betekent dat het milieubeleid aanzienlijk moet worden geïntensiveerd om deze langetermijndoelen te realiseren. Door extra stimulering van milieu-innovaties kan realisering van die milieudoelen dichterbij worden gebracht.

Links

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Persvoorlichting (070-3288688 of persvoorlichting@pbl.nl).