Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de subnavigatieNaar de hoofdinhoud

Mondiale ecosystemen zwaar onder druk

Persbericht | 05-10-2010

Het beschermen van waardevolle natuurgebieden is niet voldoende om de afname van de biodiversiteit te verminderen, maar blijft wel noodzakelijk. Bevolkingsgroei en stijgende welvaart zorgen samen voor een steeds grotere druk op mondiale ecosystemen door een toenemende vraag naar grond en landbouwproducten. Om het tempo van het biodiversiteitverlies fors af te remmen, zijn structurele veranderingen in consumptie en productie nodig. Er valt veel winst te behalen bij vermindering van de vleesconsumptie, omdat de productie van vlees een veel groter beslag legt op landbouwgronden dan akkerbouw. Daarnaast zijn vooral in de land- en bosbouw, visserij en energievoorziening veranderingen nodig.

Aanleiding voor het onderzoek

De komende VN-top over biodiversiteit, van 18 tot 29 oktober in het Japanse Nagoya, buigt zich over mogelijke maatregelen om het verlies aan biodiversiteit fors te beperken. Op verzoek van UNEP (United Nations Environment Programme) en medegefinancierd door LNV heeft het PBL, met bijdragen van het LEI/WUR en de Universiteit van British Columbia, Canada, onderzocht wat voor opties er zijn om het verlies aan biodiversiteit te verminderen. Het planbureau heeft zich daarbij in het bijzonder gericht op het in kaart brengen van mogelijke strategieën die leiden tot structurele veranderingen in productie en consumptie. Tijdens de COP10-top in Nagoya zal Achim Steiner, Executive Director van UNEP, het rapport in ontvangst nemen.

Groeiende vraag naar voedsel, water en energie

De komende 40 jaar neemt de vraag naar voedsel, energie en schoon water sterk toe. De wereldbevolking groeit van 6,8 naar 9 miljard mensen en ook het besteedbaar inkomen per persoon neemt toe. Landbouw en verstedelijking concurreren vaak met natuur om dezelfde gronden. Bij ongewijzigd beleid blijft biodiversiteit het kind van de rekening. Als we bij het voorzien in die groeiende vraag doorgaan op de huidige weg, dan zal het landgebruik door menselijke activiteiten sterk toenemen, niet alleen voor de voedselvoorziening maar ook voor productie van hout en biobrandstoffen. De ruimte voor natuurlijke ecosystemen neemt daardoor verder af. De biodiversiteit neemt ook af door overexploitatie, verstoring en versnippering van ecosystemen, klimaatverandering en door de verontreiniging van bodem, water en lucht.

Biodiversiteit is echter van groot belang voor de mens, onder meer omdat het de vruchtbaarheid van de bodem bevordert, zorgt voor waterregulatie en ook voor de noodzakelijke koolstofopslag. Biodiversiteit is dus nuttig voor de mens. Daarnaast zien velen het instandhouden van soortenrijkdom en het bewaren van waardevolle natuurgebieden ook als een morele verantwoordelijkheid van de mensheid

Slimme maatregelen beperken het verlies aan biodiversiteit

Biodiversiteitsverlies in de komende decennia stoppen is nauwelijks mogelijk gezien de groei van de wereldbevolking en de welvaartsontwikkeling in grote delen van de wereld. Wat wel mogelijk is, is het beperken van het verlies. Een eerste stap is bescherming van waardevolle natuurgebieden, tot dusver de kern van het beleid. Er is echter meer nodig. Met een aantal slimme maatregelen is het mogelijk om de toenemende productie en consumptie te combineren met het beperken van het verlies aan biodiversiteit:

  • Veeteelt draagt wereldwijd relatief veel bij aan verlies van biodiversiteit. Verandering van het consumptiepatroon naar minder vlees draagt daardoor bij aan behoud van biodiversiteit. Als mensen minder vlees gaan eten is er minder ruimte nodig voor de landbouw; het verminderen van verspilling van voedsel kan tot hetzelfde effect leiden. Hierdoor blijft meer ruimte beschikbaar voor natuurlijke ecosystemen.

  • Moderne, duurzame landbouwmethoden kunnen de voedselproductie per hectare wereldwijd aanzienlijk te verbeteren.

  • Bosbouw kan veel effectiever. Het uitbreiden van bosplantages met een hoge opbrengst vermindert de ontbossing in gebieden met nog veel natuurlijke bossen. De daar resterende houtproductie kan vaak plaatsvinden met veel minder schade aan de bossen.

  • Duurzame visserij leidt tot herstel van de visvoorraden en maakt daarmee een structureel hogere en beter houdbare vangst mogelijk.

  • Het tegengaan van ontbossing helpt bij het verminderen van klimaatverandering. Dit maakt al deel uit van het klimaatbeleid.

Deze maatregelen, in combinatie met het beproefde beschermen van specifieke soorten en ecosystemen, bieden perspectief op een forse beperking van het verlies aan biodiversiteit in 2050. Dat kunnen we echter niet ‘gratis’ bereiken; er zijn ook zeer aanzienlijke negatieve gevolgen verbonden aan bovengenoemde maatregelen. Om een duurzame visserij te bereiken is bijvoorbeeld een jarenlange forse beperking van de visvangst nodig, wat een enorme impact zal hebben op het bestaan van vissers over de hele wereld. Duurzame landbouwmethoden vragen om forse investeringen, met als gevolg hogere landbouwprijzen. En veel consumenten eten graag vlees; zij zullen het een gemis vinden als ze hun vleesconsumptie echt moeten minderen. Een dergelijke aanpassing van consumptiepatronen kunnen overheden overigens niet afdwingen. Burgers zullen zelf hun keuze moeten maken, waarbij de prijs van producten en voorlichting over alternatieven een rol zullen spelen.

Het PBL is niet uniek in het benoemen van mogelijke opties, maar wel in de kwantitatieve analyse van de effecten van deze opties. De onderzochte opties worden ook genoemd in vele recente studies, onder meer in de Global Biodiversity Outlook 3 van het secretariaat van de Convention on Biological Diversity (CBD). Bij de analyse van de gecombineerde opties heeft het planbureau al te extreme ambities vermeden en is het uitgegaan van ontwikkelingsrichtingen die haalbaar lijken. De onderzoekers hebben niet gekeken naar de precieze vormgeving van concrete maatregelen.

Integrale aanpak levert het meeste op

Afzonderlijk bieden de geschetste opties beperkte mogelijkheden om het verlies aan biodiversiteit tegen te gaan. De meeste opties grijpen slechts aan op één of enkele oorzaken van het verlies. Sommige opties werken elkaar zelfs tegen. Ook kunnen opties negatieve effecten hebben op andere problemen als voedselzekerheid. In deze studie laat het PBL zien dat een gecombineerde aanpak de grootste winst oplevert. Als voorbeeld is het effect van een bepaalde combinatie van maatregelen doorgerekend. Er zijn nog vele andere combinaties van maatregelen mogelijk, die tot grotere of kleinere effecten kunnen leiden dan de nu berekende halvering van het biodiversiteitsverlies in de periode tot 2050.

Het verlies aan biodiversiteit zorgt voor een grote politieke en maatschappelijke opgave, zowel in individuele landen als internationaal. Samenwerking op mondiaal niveau, tussen landen en tussen VN-organisaties als UNEP (biodiversiteit), FAO (voedsel, bosbouw), IPCC en UNFCC (klimaat), UNDP (ontwikkelingssamenwerking) en WHO (gezondheid) is cruciaal. Alleen dan kan er een integrale mondiale aanpak komen. De Conference of Parties (COP10) van het Biodiversiteitsverdrag (Convention on Biological Diversity: CBD) in Nagoya eind oktober, moet hiertoe een aanzet geven.

Links

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Persvoorlichting (070-3288688 of persvoorlichting@pbl.nl).