Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de subnavigatieNaar de hoofdinhoud

RPB: Ruimtelijke concepten missen overtuigingskracht

Persbericht | 06-12-2005

De streefbeelden uit de ruimtelijke ordening passen steeds minder op een snel veranderende samenleving. Om de toenemende ruimtelijke complexiteit het hoofd te bieden, hebben beleidsmakers de afgelopen decennia daarom veelvuldig hun heil gezocht in nieuwe ruimtelijke streefbeelden ofwel concepten. Toch blijkt de werkelijkheid vaak zo ingewikkeld en dynamisch dat het die nieuwe concepten aan overtuigingskracht ontbreekt. Een goed voorbeeld is de Randstad waarvoor herhaaldelijk mislukte pogingen zijn gedaan deze te definiëren als metropool. Dit metropoolconcept leidt tegenwoordig als ‘Randstad Holland’ nog wel een papieren leven maar is in de beleidswerkelijkheid van alledag alweer opgedeeld in een Noordvleugel en een Zuidvleugel.

Dit is één van de conclusies van de studie ‘Tussen droom en retoriek. De conceptualisering van ruimte in de Nederlandse planning’ van het Ruimtelijk Planbureau (RPB), die op 6 december is verschenen. De studie biedt inzicht in de rol die concepten spelen in het Nederlandse ruimtelijk beleid op bovenlokaal niveau en heeft de ontwikkelingen van de laatste tien à vijftien jaar geanalyseerd. Aan de hand van dergelijke planconcepten biedt de studie zo een fraai overzicht van het ruimtelijk beleidsterrein. De analyse onderscheidt vier grote thema’s die de Nederlandse ruimtelijke planning kenmerken: de inrichting van het landelijke gebied en de relatie tussen stad en land, de structuur en inrichting van stedelijke gebieden, de ruimtelijke structuur van de Randstad en het ruimtelijk-economisch functioneren van regio’s en provincies in Nederland.

Onderscheid stad-land nog altijd belangrijk bij inrichting landelijk gebied

Het onderscheid tussen stad en land, decennialang een hoeksteen van de ruimtelijke planning, verandert. Functies en activiteiten kunnen niet langer één op één aan de predikaten ‘stedelijk’ dan wel ‘landelijk’ worden gekoppeld. Niettemin bestaat een grote huiver om het onderscheid tussen stad en land volledig los te laten. Provincies willen bijvoorbeeld nieuwe woonconcepten realiseren, maar wel binnen het huidige patroon van dorpen en steden. Zo komen zij vaak tot de conclusie dat stadsranden de ideale vestigingsplaats vormen voor landelijk wonen. Hiermee wordt landelijk wonen geplaatst in de gangbare systematiek van woonmilieus; het vernieuwende zit dan alleen in de lagere woningdichtheden.

In het algemeen bestaat er een teveel aan instrumentele concepten. Ten aanzien van het landelijke gebied bestaan er tegelijk prangende onderwerpen waarvoor geen ruimtelijke concepten of ruimtelijke strategieën zijn ontwikkeld. Dit geldt vooral voor de toekomst van gebieden waar nu nog de grondgebonden landbouw domineert. Hier ontbeert de ruimtelijke planning een krimpstrategie.

Concept van stedelijk netwerk heeft vooral een instrumentele functie

De actuele stedelijke ontwikkeling vraagt erom te worden bezien vanuit een regionaal perspectief. Vanuit die gedachte is het concept ‘stedelijk netwerk’ ontstaan. Dit lijkt vernieuwing, maar dat is schijn. Overheidsplanologen introduceerden veertig jaar geleden al het stadsgewestconcept. Anders dan toen bestaat er nu een voorkeur om het stedelijke netwerk te begrenzen. Dit komt doordat stedelijke en ruimtelijk-economische concepten vaak worden gebruikt als leidraad voor het aanwenden van rijksmiddelen. Veelal zijn zij vooral bedoeld om claims voor ruimtelijke investeringen te onderbouwen. Hun functie is dan niet primair conceptueel, maar instrumenteel. Daarnaast heerst op dit moment grote verwarring over wat onder een stedelijk netwerk kan worden verstaan. Het rijk gaat aan deze verwarring voorbij.

Veel retoriek en tekort aan realiteitszin in regionale concepten

Concepten die betrekking hebben op de positie van regio’s en provincies in wijder verband, zijn doorgaans gebaseerd op een zeer selectieve interpretatie van de ruimte. Regio’s hebben er baat bij zich te positioneren als belangrijke schakel in ruimtelijk-economische relaties die delen van het Europese continent omspannen. Waar veel geld op het spel staat en er een sterk geloof is in het sturingsvermogen van beleid, bestaat een grote gretigheid om communicatief alles uit de kast te halen. Het realiteitsgehalte van deze ruimtelijke concepten lijdt hieronder. Vaak wordt gebruik gemaakt van retoriek, in beeld en in geschreven taal. Conceptualisering neemt de vorm aan van geopolitiek. Ruimtelijk-economisch beleid, met zijn belofte van een ‘pot goud aan het eind van de regenboog’, doet menig bestuurder grijpen naar zwaar aangezette concepten over de beloftevolle positie van de eigen regio in groter verband. Dit heeft veelal geleid tot claims voor de aanleg van infrastructuur. De vraag is echter of de relaties die deze infrastructuur zou moeten faciliteren, in werkelijkheid wel zo sterk zijn als wordt voorgesteld.

Links

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Persvoorlichting (070-3288688 of persvoorlichting@pbl.nl).