Inleiding Luchtverontreiniging en Verzuring
De luchtkwaliteit in Nederland wordt bepaald door Nederlandse emissies, maar ook door stoffen die in het buitenland zijn uitgestoten. In het laatste geval gaat het om stoffen die zich over grote afstanden kunnen verspreiden, zoals de verzurende en/of vermestende stoffen zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3), fijn stof, ozon, zware metalen, vluchtige organische stoffen (VOS) en persistente organische stoffen (POP). De belasting van het milieu met deze stoffen heeft nadelige effecten op ecosystemen, materialen en de volksgezondheid.
Luchtverontreiniging is veelvormig
Grootschalige luchtverontreiniging betreft een aantal stoffen die een grootschalig verspreidingspatroon kennen en die in ongewenst hoge concentraties kunnen voorkomen. Dit kan leiden tot gezondheidseffecten. Dit geldt vooral voor ozon (O3) en fijn stof (PM10). Daarnaast is er nog stikstofdioxide (NO2). Deze laatste stof is bij de huidige concentraties in de buitenlucht niet zo schadelijk, maar wordt gebruikt als indicator voor verkeersgerelateerde luchtverontreiniging. Dit laatste wordt wel als schadelijk beschouwd.
Verzurende en vermestende depositie is schadelijk
Overmatige depositie van zuur leidt tot een verandering van de soortensamenstelling in vegetaties. Overmatige depositie van stikstof, ook wel vermesting genoemd, veroorzaakt vooral achteruitgang van de biodiversiteit. De ecologische effecten van vermesting door stikstof zijn tegenwoordig belangrijker dan de verzurende effecten van zwavel en stikstof. De overmatige stikstoftoevoer geeft veelal aanleiding tot extra groei. Daarbij is de beschikbaarheid van stikstof bepalend voor de concurrentieverhoudingen tussen de plantensoorten. Meestal neemt een beperkt aantal plantensoorten sterk toe ten koste van verschillende andere, zodat de biodiversiteit afneemt. Vergrassing van heide en bossen, kroos- en algenbloei zijn herkenbare voorbeelden van de gevolgen van vermesting.
Bronnen zijn zeer uiteenlopend
De bronnen van de hiervoor genoemde stoffen zijn divers. Zo is de agrarische sector verreweg de belangrijkste bron van ammoniak. Het verkeer is de belangrijkste bron van stikstofoxiden, maar de industrie- en de energiesector leveren ook belangrijke bijdragen. Zwaveldioxide is vooral afkomstig van de industrie. Zwaveldioxide komt hoofdzakelijk vrij bij de verbranding van kolen en olie. De uitstoot van vluchtige organische stoffen is vooral afkomstig van verkeer en industrie.
Europese regelgeving helpt milieukwaliteit verbeteren
Het Europese beleid richt zich onder andere op de verbetering van de luchtkwaliteit. Daarvoor zijn luchtkwaliteitsdoelstellingen voor een groot aantal stoffen geformuleerd, waaronder stikstofoxiden, fijn stof, benzo[a]pyreen en een aantal zware metalen. Daarnaast moet onder Natura 2000 en de Vogel- en Habitatrichtlijn de biodiversiteit van daartoe aangewezen natuurgebieden gehandhaafd worden. Het is vooral de stikstofdepositie die in Nederland een van de belangrijkste beperkende factoren voor biodiversiteit blijft.
Ook bestrijding aan de bron
In internationaal verband hebben 31 landen, waaronder alle EU-lidstaten, in 1991 in het zogenoemde Gothenburg Protocol afspraken gemaakt over emissieplafonds voor 2010. Op 23 oktober 2001 zijn de EU-lidstaten bindende nationale emissieplafonds overeengekomen in de National Emission Ceilings Directive (NEC-richtlijn). De Nederlandse doelstellingen zijn vastgelegd in het vierde Nationaal Milieubeleidsplan. Dit zijn inspanningsverplichtingen, die scherper zijn gesteld dan wat er internationaal is afgesproken. De reden hiervan is om een veiligheidsmarge op te bouwen bij tegenvallers.
De rol van het PBL
Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is nauw betrokken bij de wetenschappelijke ontwikkelingen op het gebied van luchtverontreiniging en verzuring. Dit heeft onder andere betrekking op de (Europese) luchtkwaliteitsregelgeving, recente publicaties als Ammoniak in Nederland en Het ammoniakgat: onderzoek en duiding en de productie van de Grootschalige Concentratiekaarten voor luchtverontreiniging in Nederland (GCN). Het PBL huisvest het Coordination Centre for Effects (CCE) van de Convention on Long-range Transboundary Air Pollution (LRTAP). Ook het Europese Thematisch Centrum voor Lucht en Klimaatverandering (ETC/ACC) is bij het PBL ondergebracht. Daarnaast levert het PBL de voorzitter van de Task Force on Integrated Assessment Modelling (TFIAM) van de Convention on Long-range Transboundary Air Pollution.