Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de subnavigatieNaar de hoofdinhoud

Minder neerslag van stikstof dan eerder gedacht

De hoeveelheid stikstof die vanuit de lucht op de bodem terecht komt blijkt bijna 20 procent lager te zijn dan eerder werd gedacht. Met de verbeterde inzichten heeft 61 procent van de natuur een zodanig hoge toevoer van stikstof dat kwetsbare plantensoorten worden verdrongen door grassen en brandnetels. Voorheen werd geschat dat het om 65 procent van de natuur ging.

Ammoniakonderzoek afgerond

In de afgelopen jaren is door het RIVM en de Universiteit van Wageningen gezocht naar een verklaring voor het verschil tussen de gemeten en berekende ammoniakconcentraties in de lucht. Uit metingen bleek dat de concentraties circa 25% hoger lagen dan uit berekeningen bleek. Uit onderzoek is gebleken dat de snelheid waarmee ammoniak uit de atmosfeer verdwijnt lager is dan werd verondersteld. Planten blijken bij hoge concentratieniveaus ammoniak op te nemen en uit te stoten. Daarom is de hoeveelheid ammoniak die op de grond terecht komt lager dan aangenomen, vooral op bemeste graslanden. Op basis van deze inzichten is het atmosferische verspreidingsmodel OPS bijgesteld en zijn nieuwe kaarten gemaakt voor de stikstofdepositie op natuurgebieden.

Tegelijk met deze aanpassing is ten behoeve van het te voeren natuurbeleid het ruimtelijke detailniveau van de berekeningen verhoogd van 5x5 naar 1x1 km en zijn enkele technische verbeteringen doorgevoerd. Het gevolg van deze aanpassingen is dat de berekende jaarlijkse depositie op de Nederlandse natuur gemiddeld zo'n 400 mol per ha lager uitkomt (1800 in plaats van 2200 mol stikstof per hectare). Ook verdwijnt er meer ammoniak naar het buitenland.

Figuur: kaart Nederland met de overschrijding van kritische stikstofdepositie op natuur volgens de oude inzichten en volgens de nieuwe inzichten 2009 (PBL); Volgens de nieuwe inzichten is de  jaarlijkse depositie op de Nederlandse natuur gemiddeld zo'n 400 mol per ha lager

Om de berekende stikstofdepositie in overeenstemming te brengen met de beschikbare metingen is echter nog steeds een depositiebijtelling van gemiddeld 15% nodig. Deze valt te verklaren uit nog onbekende buitenlandse of natuurlijke bronnen en – niet denkbeeldige – onderschattingen in de binnenlandse emissies van ammoniak en stikstofoxiden. Zo zijn emissies bij het afrijpen van gewassen niet meegeteld en wordt er bij de emissieberekeningen van uitgegaan dat verspreiding van mest geheel volgens de regels wordt uitgevoerd. Deze bijtelling is echter aanzienlijk lager dan voorheen.

Lees verder