Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de subnavigatieNaar de hoofdinhoud

Veelgestelde vragen

Algemeen

Wat is bereikbaarheid?

Bereikbaarheid is een veel gebruikte term. Toch verstaat niet iedereen er hetzelfde onder. Soms wordt met bereikbaarheid het gemak bedoeld waarmee zoveel mogelijk mensen een plek kunnen bereiken. In andere gevallen gaat het over fileproblematiek, parkeerproblemen, of het aantal bestemmingen (banen, winkels, etcetera) dat kan worden bereikt vanuit een bepaalde plek.

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte definieert het Rijk bereikbaarheid als de moeite uitgedrukt in tijd en kosten per kilometer, die het gebruikers kost om van deur tot deur hun bestemming te bereiken. Om bereikbaarheid eenduidig te kunnen bepalen, heeft het Rijk heeft een bereikbaarheidsindicator ontwikkeld die reissnelheid op een uniforme wijze uitdrukt. De indicator zal gebruikt worden om te bepalen welke maatregelen of investeringen het beste resultaat opleveren. De aard van de indicator brengt met zich mee dat vooral maatregelen die het reizen makkelijker en sneller maken hierbij gunstig scoren. Dit soort maatregelen zijn meestal gericht op meer infrastructuur en beter vervoersaanbod.

Onderzoekers gebruiken vaak een bredere definitie van bereikbaarheid. Volgens hen gaat het er naast de vraag hoe snel of gemakkelijk men zich kan verplaatsen, ook om de afstand die moet worden afgelegd om een aantrekkelijke(re) bestemming te bereiken. Niet alleen het aanbod van verplaatsingsmogelijkheden is dan belangrijk, maar ook hoe bestemmingen ruimtelijk verdeeld zijn. Daarmee is ook ruimtelijk beleid relevant voor de verbetering van de bereikbaarheid in ons land.

Meer informatie

Balans van de Leefomgeving 2012 – hoofdstuk Bereikbaarheid

Rijden we in de toekomst allemaal in elektrische voertuigen?

De komende decennia blijft naar verwachting de interne verbrandingsmotor de belangrijkste voertuigtechnologie voor personenauto’s. Om op lange termijn de CO2 uitstoot van auto’s sterk terug te dringen, is een grootschalige transitie naar alternatieve brandstoffen en een geavanceerde voertuigtechnologie nodig. Alternatieven naast elektrisch rijden zijn de brandstofcel en biobrandstoffen.

Er zijn enkele obstakels die momenteel een succesvolle introductie van deze alternatieve voertuigtechnologie in de weg staan. Bij elektrisch rijden zijn momenteel de kosten van de accu’s nog te hoog en is de actieradius – de afstand die met een volledig opgeladen accu kan worden afgelegd - van de auto nog te klein. Voor een succesvolle introductie van elektrisch rijden is ook een gestandaardiseerd Europees netwerk van oplaadpunten nodig. Dat betekent dat er naast oplaadpunten bij woningen ook oplaadpunten bij bedrijven en parkeerfaciliteiten nodig zijn. Voor de realisatie van brandstofcelauto’s op waterstof is een speciale waterstofinfrastructuur nodig om auto’s van brandstof te voorzien. Ook moet de brandstofcel nog aanzienlijk goedkoper worden om te kunnen concurreren met de conventionele verbrandingsmotor. Biobrandstoffen kunnen worden gecombineerd met bestaande fossiele brandstoffen. Echter, biobrandstoffen kunnen maar in beperkte hoeveelheden worden geproduceerd en zullen dan bij voorkeur ingezet worden bij vervoerwijzen waarvoor geen ander duurzaam alternatief bestaat zoals vrachtvervoer of luchtvaart. Het is momenteel nog te vroeg om een winnende technologie aan te wijzen.

Is het mogelijk om de files op te lossen?

Files zijn een hardnekkig verschijnsel. In het verleden werd het aanleggen van nieuwe wegen gezien als de oplossing voor het fileprobleem. Maar het is gebleken dat enkel de aanleg van nieuwe wegen op de langere termijn te weinig helpt. Er is immers altijd een zwakste schakel in het netwerk. Als die schakel is aangepakt, wordt een andere plek de zwakste schakel en is er een nieuw knelpunt in het netwerk. Daarnaast leert de ervaring dat er, zeker in gebieden die nog groei kennen van bevolking en werkgelegenheid, vrijwel altijd wel extra vraag naar wegcapaciteit is. Dat betekent dat er door de extra capaciteit meer autoverplaatsingen worden gemaakt (door mensen die eerder deze verplaatsing niet of met een andere vervoerwijze maakten) of dat er langere autoverplaatsingen worden gemaakt (je kunt immers in dezelfde tijd verder komen als er geen files zijn).

Dat maakt beleid om de files te beheersen echter nog niet zinloos. Het uitbreiden van de capaciteit op de drukste trajecten heeft wel degelijk een positief effect op de doorstroming en heeft daarmee ook economische en maatschappelijke voordelen. Ook kunnen files verminderd worden door de vraag naar mobiliteit beter te verdelen over de dag. Het Rijk probeert dit te stimuleren in het programma ‘Beter Benutten’. Andere mogelijkheden om de vraag te beïnvloeden zijn het herverdelen van de kosten van mobiliteit. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het afschaffen van de belastingvrijstelling voor woon-werkvergoedingen of het invoeren van een kilometerprijs. Beiden kunnen de fileomvang doen afnemen.

meer informatie

Is het openbaar vervoer een reëel alternatief voor de auto?

Dagelijks maken ongeveer één miljoen mensen in Nederland gebruik van het openbaar vervoer (OV). Zo’n 11 procent van alle reiskilometers wordt met het OV afgelegd. Voor bijna 90 procent van de autoverplaatsingen biedt het OV geen concurrerende reistijd: ook in de spits duren deze reizen met het OV meer dan tweemaal zo lang als met de auto. Ondanks de files maken veel mensen dan toch de keuze om met de auto te reizen. Bij langere reisafstanden is het verschil in reistijd tussen auto en openbaar vervoer veel kleiner en soms is openbaar vervoer zelfs sneller. Dat komt omdat het voor- en natransport – de reistijd van waar je vandaan komt en de opstaphalte en van de eindhalte tot je bestemming - dan minder zwaar weegt in de totale reistijd. Het aandeel van mensen die lange afstanden met het OV reizen is dan ook groter. Bij ongeveer 40 procent van het aantal reizen van meer dan tien kilometer wordt het OV gebruikt.

meer informatie

Kan de ruimtelijke ordening een bijdrage leveren aan beperking van personenmobiliteit?

Bundeling van verstedelijking zorgt voor nabijheid van bestemmingen. Dit maakt het mogelijk voor mensen om op relatief korte afstand van hun woning voldoende bestemmingen te vinden om in hun dagelijkse behoeften (werken, winkelen, recreatie) te voorzien. Bij kortere afstanden is de concurrentiepositie van het openbaar vervoer of lopen/fietsen ook beter ten opzichte van de auto. Het realiseren van nieuwbouw in bestaand stedelijk gebied in de nabijheid van treinstations zorgt ervoor dat de automobiliteit afneemt en het treinvervoer toeneemt. Bovendien heeft dit positieve effecten op de bereikbaarheid. Op landelijke schaal zijn de effecten op de personenmobiliteit echter beperkt, omdat een groot deel van de huidige woningvoorraad vastligt.

Wat zijn de voor- en nadelen van mobiliteit en bereikbaarheid?

Mobiliteit en bereikbaarheid hebben een aantal voor- en nadelen. Dat mensen zich makkelijk kunnen verplaatsen is prettig. Het draagt bij aan het economisch presteren van Nederland en het maakt het ook mogelijk dat mensen kunnen deelnemen aan de maatschappij. Mobiliteit, en dan met name automobiliteit, gaat echter ook gepaard met schadelijke effecten voor leefomgeving, zoals de uitstoot van CO2 en luchtvervuilende stoffen, geluidhinder en onveiligheid. Het sneller en makkelijker maken van verplaatsen, bijvoorbeeld door extra wegen of rijstroken aan te leggen, kan erg prettig zijn en economisch gunstig, maar het kan ook sociaal ongewenste effecten hebben. In het verleden leidde het versnellen van verplaatsen tot schaalvergroting en grotere autoafhankelijkheid. Groepen die minder mobiel zijn, zoals jongeren, ouderen, mensen met een beperking of een laag inkomen, kunnen daar de dupe van worden.

Regio’s met een grotere concentratie van verstedelijking en hogere dichtheden brengen meer bestemmingen binnen bereik: er is meer keus en je hoeft minder ver te reizen naar je bestemming. Dat kan prettig zijn en heeft vaak ook minder negatieve effecten voor het milieu. Meer bundeling en verdichting in de verstedelijking vormt echter een grotere opgave met betrekking tot herstructurering en vormgeving en gaat mogelijk met hogere kosten gepaard.

Het faciliteren van mobiliteit en bereikbaarheid, zoals het Rijk beoogt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, kan gunstig zijn voor de economie. Ook kan het mogelijkheden vergroten voor maatschappelijke participatie en leiden tot prettig reizen. Daar tegenover staat dat er hogere maatschappelijke kosten zijn voor infrastructuur en vervoeraanbod en dat er veelal sprake is van meer negatieve externe effecten (milieuvervuiling, CO2-uitstoot en verkeersonveiligheid). Het verminderen van de vraag naar mobiliteit door financiële prikkels (zoals een kilometerprijs) verbetert de doorstroming en verkleint mogelijk op termijn de afstanden waarover mensen zich gemiddeld verplaatsen, maar maakt reizen ook duurder (voor sommigen te duur).