Planbureau voor de Leefomgeving

Inleiding fijn stof

Fijn stof is een vorm van deeltjesvormige luchtverontreiniging. De deeltjes die deel uitmaken van deeltjesvormige luchtverontreiniging, verschillen in grootte en samenstelling. Sommige deeltjes zijn zo klein zijn dat ze door de mens kunnen worden ingeademd. Deze hebben een diameter van ongeveer 10 µm en kleiner. Een relevante meetgrootheid voor fijn stof, PM10, is hierop geënt. ‘PM’ staat voor particulate matter en ‘10’ voor de deeltjesdiameter. Er is ook PM2,5; dit bestaat uit deeltjes met een diameter van ongeveer 2,5 µm en kleiner.

Fijn stof is een gezondheidsprobleem

Fijn stof komt bij inademing op verschillende plaatsen in de luchtwegen en longen terecht. In het algemeen geldt: hoe kleiner de deeltjes, hoe dieper zij in de luchtwegen en longen doordringen. PM2,5 wordt onder andere daarom als meest gezondheidsrelevant beschouwd, maar de gezondheidskundige relevantie van het grovere deel van het fijn stof met een diameter tussen 2,5 en 10 micrometer is niet te verwaarlozen. 

Fijn stof is schadelijk

De gezondheidseffecten die optreden door langdurende blootstelling aan fijn stof (op een tijdschaal van vele jaren) leiden tot een levensduurverkorting in de orde van een jaar, in vergelijking met een leven lang zonder fijn stof. Gezondheidseffecten kunnen ook optreden bij kortdurende blootstelling aan fijn stof,  dat wil zeggen gedurende enkele dagen. Gezondheidskundige studies wijzen uit dat in Nederland jaarlijks hierdoor enige duizenden mensen vroegtijdig overlijden. De duur van deze levensverkorting is vermoedelijk kort, namelijk enkele dagen tot maanden.

Fijn stof is een mengelmoes

Fijn stof bestaat uit een scala van stoffen die op verschillende wijze in de lucht terechtkomen. Zo zijn er deeltjes die direct door menselijk handelen en/of natuurlijke processen in de lucht worden gebracht, de zogenoemde primaire fractie. De belangrijkste bronnen hiervan zijn transport, industrie en landbouw. De zee vormt in kustgebieden een belangrijke natuurlijke bron voor fijn stof in de vorm van zeezoutdeeltjes. Ook opwaaiend bodemstof is deels van natuurlijke oorsprong.

Ook zijn er stofdeeltjes die in de atmosfeer worden gevormd na chemische reacties in de lucht, de secundaire fractie. Hierbij spelen vooral de gassen ammoniak (NH3), stikstofoxiden (NOx), zwaveldioxide (SO2) en vluchtige organische koolwaterstoffen (VOS) een belangrijke rol.

Minder fijn stof in de lucht

De luchtkwaliteit voor fijn stof is in Nederland in de afgelopen tien jaar verbeterd. Toch worden in Nederland nog overschrijdingen van de Europese grenswaarden waargenomen. Dit geldt ook voor de nabije toekomst en dat blijkt soms een obstakel voor ruimtelijke ontwikkelingen. Bijna de helft van de fijnstofbestanddelen is van antropogene herkomst. Fijn stof kan over grotere afstanden getransporteerd worden en is daardoor een grensoverschrijdend probleem.

Tweesporenbeleid voor fijn stof

Het beleid voor fijn stof (PM10) en de fijnere fractie van fijn stof (PM2.5) is zowel nationaal als in de Europese Unie in beweging. Er zijn twee beleidsinstrumenten om de negatieve effecten van PM10 en PM2.5 te verminderen. De eerste richt zich op de beperking van hoge concentraties onder andere door de vaststelling van grenswaarden. Het tweede beoogt de vermindering van de directe deeltjesuitstoot en van de uitstoot van gassen waaruit PM10 en PM2.5 worden gevormd. Dit gebeurt door de vaststelling van nationale emissieplafonds en door emissiereducties bij voertuigen en in productieprocessen. Daarnaast zijn er voor een aantal stoffen die als deeltjes in de lucht voorkomen, specifieke luchtkwaliteitrichtlijnen. Dit laatste geldt voor benzo[a]pyreen en de zware metalen arseen, cadmium, nikkel en lood.

De rol van het PBL

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is nauw betrokken bij de ontwikkelingen op het gebied van fijn stof. Dit heeft onder andere betrekking op de evaluaties van (Europese) luchtkwaliteitsregelgeving, publicaties als Fijn stof nader bekeken en PM2.5 in the Netherlands, en de productie van de Grootschalige Concentratiekaarten voor luchtverontreiniging in Nederland (GCN). Het PBL coördineert bovendien het door het ministerie VROM gefinancierde ‘Beleidsgeoriënteerd onderzoeksprogramma PM’ (BOP). Dit programma is erop gericht om het aantal beleidsdilemma’s op het gebied van fijn stof te  verminderen.