Voor het beheersen van de geluidoverlast en de risico’s zouden vliegverkeer en ruimtelijke ontwikkelingen beter op elkaar moeten worden afgestemd. Na invoering van het wetsvoorstel kunnen de provincies deze afstemming verbeteren, mits ze bereid zijn veel aanvullende maatregelen te nemen. Een beleid, in overeenstemming met dat voor andere geluidbronnen, vraagt om een expliciete afweging bij nieuwbouw binnen het gebied van de 49 dB(A) Lden contour.
Situaties met een relatief hoog groepsrisico kunnen worden voorkomen als de bouw van kantoren en instellingen rondom luchthavens wordt beperkt. Globaal kan daarvoor het gebied binnen de contour van het plaatsgebonden risico van eens in de tien miljoen jaar (PR>1.10-7) worden aangehouden. Beide gebieden (49 dB(A) Lden contour en PR>1.10-7) zijn aanzienlijk groter dan de gebieden die in de voorgestelde regeling zijn opgenomen (20 Ke respectievelijk PR>10-6).
Voor een effectieve uitvoering van deze maatregelen is het van belang dat de door het vliegverkeer veroorzaakte geluidbelasting en veiligheidsrisico’s ook daadwerkelijk daar plaatsvinden waar de aan te wijzen gebieden met beperkingen voor ruimtelijke ontwikkelingen liggen. De regels voor het vliegverkeer die daarvoor in het wetsvoorstel zijn opgenomen garanderen dit in onvoldoende mate. De effectiviteit van het provinciale beleid kan dan ook nog worden vergroot als bij de afwikkeling van het vliegverkeer in de lucht, meer rekening wordt gehouden met de ligging van de bebouwing. De rijksoverheid speelt daar een belangrijke rol omdat die verantwoordelijk blijft voor de vaststelling en het gebruik van de vliegroutes.
terug naar de vragen