Planbureau voor de Leefomgeving

Veelgestelde vragen

Veiligheid tegen overstromingen

Waterkwaliteit

Overige vragen

Hoe goed is Nederland beschermd tegen overstromingen?

De waterkeringen, zoals dijken, dammen en sluizen, die Nederland beschermen tegen overstroming vanuit de zee of de rivieren zijn nog nooit zo sterk geweest. Ook is de kans op overstroming van delen van het land sinds de watersnoodramp van 1953 sterk verminderd. Aan de andere kant is Nederland in de afgelopen jaren aanmerkelijk kwetsbaarder geworden voor het gevaar van overstroming: door het toegenomen aantal bedrijven en woningen in de afgelopen decennia is de economische schade bij een eventuele overstroming toegenomen. Ook is door de groei van de bevolking de kans op grote aantallen slachtoffers veel groter geworden. Het huidige veiligheidsbeleid leidt daardoor niet tot het ‘veilige en bewoonbare Nederland’ zoals dat oorspronkelijk werd beoogd.

Om wateroverlast in de toekomst tegen te gaan, is meer ruimte voor water nodig. De geconstateerde voortgaande bebouwing in reserveringsgebieden langs grote rivieren en in laaggelegen delen van Nederland en de beperkte aanleg van oppervlaktewater in nieuwbouwgebieden, laten zien dat de uitdagingen voor het ruimtelijk waterbeleid aanzienlijk zijn.

Wat betekent de Europese Kaderrichtlijn Water voor de waterkwaliteitsdoelen?

De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) bepaalt dat het Nederlandse grond- en oppervlaktewater in 2015 overal van goede ecologische en chemische kwaliteit moet zijn. Het huidige voorgenomen beleid in Nederland leidt tot een geringe verbetering van de waterkwaliteit ten aanzien van de nutriënten stikstof (N) en fosfor (P) in de regionale wateren in 2030. Voor verbetering van de ecologische condities is een extra beleidsinspanning nodig, vooral voor fosfor. Met inrichtingsmaatregelen, zoals de aanleg van natuurvriendelijke oevers en het weer laten meanderen van rechtgetrokken beken, kan ook een aanzienlijke bijdrage worden geleverd aan de ecologische kwaliteit van veel oppervlaktewateren.

Door de komst van de KRW krijgen waterkwaliteitsdoelstellingen een hardere status dan tot nu toe gebruikelijk is geweest in het Nederlandse waterbeleid: de goede ecologische en chemische kwaliteit moeten in 2015 zijn bereikt. Deze termijn mag met twee maal 6 jaar worden verlengd; de uiterste termijn waarop de doelen moeten zijn gerealiseerd is dus 2027. Maatregelen moeten al worden genomen op het moment dat duidelijk is dat de doelen waarschijnlijk niet gehaald zullen worden. De Europese Commissie kan sancties gebruiken als drukmiddel. Daarnaast zal beleid op andere beleidsterreinen meer dan nu rekening moeten houden met de waterkwaliteitsdoelen. Dit geldt vooral voor het beleid voor mest, verkeer, bestrijdingsmiddelen, stoffen en producten.

Hoe gezond is het Nederlandse oppervlaktewatersysteem?

De toestand van het Nederlandse oppervlaktewater is sterk verbeterd ten opzichte van de situatie enkele decennia terug. Maar gevoelige functies als ‘natuur’, ‘recreatie’ en ‘drinkwater’ ondervinden nog steeds problemen bij de huidige kwaliteit van het oppervlaktewater. De functies ‘natuur’ en ‘recreatie’ hebben vooral te maken met de gevolgen van eutrofiering, oftewel de aanwezigheid van teveel voedings-/meststoffen stiksof en fosfor in het water. De functie ‘drinkwater’ heeft vooral te maken met de ongewenste aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen.

Wat is verdroging en wat zijn de gevolgen voor de natuur?

Een natuurgebied is verdroogd wanneer de grondwaterstand in dat gebied te laag is voor de natuurfunctie die aan het gebied is toegekend. Daarnaast wordt verdroging veroorzaakt door te lage waterstanden in sloten en watergangen en of door te weinig kwel (grondwater dat onder druk naar boven komt). De verdroging in Nederland is vooral (60%) het gevolg van de aanpassing (verlaging) van de waterpeilen ten behoeve van de landbouw. De winning van grondwater voor de productie van drinkwater en voor industriële doeleinden is voor ca 30% verantwoordelijk voor de verdroging. 

Verdroging wordt niet veroorzaakt door een vermindering in de absolute hoeveelheid water, maar door veranderingen in waterstand en watersamenstelling. Daardoor is in verdroogde gebieden de oorspronkelijke verscheidenheid aan planten (biodiversiteit) verdwenen. Voor sommige planten wordt het te droog of de samenstelling van het water veranderd, waardoor bepaalde plantensoorten zich er minder thuisvoelen. Bijzondere soorten die gevoelig zijn voor dergelijke veranderingen zijn onder meer orchideeën, parnassia en zonnedauw. Zij worden verdrongen door minder gevoelige soorten als riet, pijpestrootje en brandnetels. 

Worden de doelstellingen voor bestrijding van verdroging gehaald?

Verdroging van natuur is ook een hardnekkig probleem. Het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) constateerde in de Natuurbalans van 1998 al, dat het tempo van verdrogingsbestrijding te laag was om de gestelde doelen te halen. Deze constatering geldt nog steeds. Het Rijk had zich ten doel gesteld om in 2000 25% van het verdroogde areaal hydrologisch te hebben hersteld; in 2010 zou dat 40% moeten zijn. Tot nu toe is dit herstel beperkt gebleven tot 3%; als ook gedeeltelijk herstel wordt meegerekend is 17% hersteld. 

Inmiddels heeft een daartoe ingestelde Taskforce Verdroging een advies opgesteld hoe de bestrijding van verdroging kan worden versneld. Een onderdeel van dat advies is de opstelling van een zogenaamde TOP-lijst met natuurgebieden, waar de verdroging met prioriteit zal worden aangepakt.

Wat kost schoon oppervlaktewater en wat levert het op?

Nederland geeft jaarlijks ruim 3 miljard euro (meting 2003) uit aan het voorkómen van verontreiniging van het oppervlaktewater. In dit bedrag zitten ook de kosten voor de riolering en het mestbeleid. De grootste kostenpost is de gemeenschappelijke waterzuivering: circa 1,2 miljard euro per jaar.

Schoon water levert ook baten en besparingen op. Zo zou de drinkwatersector ruim 400 miljoen euro per jaar minder kosten hebben als het oppervlaktewaterwater schoon zou zijn en zou jaarlijks ongeveer 60 miljoen euro worden bespaard op waterbodemsanering en effectgerichte maatregelen voor natuur. Hierbij komen de waarschijnlijk veel hogere besparingen indien er geen kosten meer zouden hoeven worden gemaakt voor het verwerken en bergen van verontreinigde baggerspecie uit havens, vaarwegen en overige watergangen.

De inwoners van Nederland hebben gezamenlijk jaarlijks ongeveer 170 tot 215 miljoen euro over voor schoon zwemwater. Toerisme en recreatie die verband houden met waternatuur leveren jaarlijks ongeveer 3 miljard euro (meting 2002) op. De meerwaarde van woningen die grenzen aan een recreatieplas loopt op tot 30%. Het aandeel van schoon oppervlaktewater in deze laatste twee cijfers is niet bekend. Daarnaast zijn er nog de moeilijk in geld uit te drukken natuurwaarden en belevingswaarden.

Degenen die de kosten maken voor het voorkómen van verontreiniging (bijvoorbeeld de industrie, landbouw, gemeenten) zijn niet altijd degenen die de baten hebben van schoon water (bijvoorbeeld de drinkwatersector, recreatiesector, natuur).