Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de subnavigatieNaar de hoofdinhoud

Hoofdconclusies VN-klimaatpanel over regionale gevolgen klimaatverandering overeind

Persbericht | 04-07-2010

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft geen fouten gevonden die de hoofdconclusies van het wetenschappelijke VN-klimaatpanel IPCC uit 2007 over de mogelijke toekomstige regionale gevolgen van klimaatverandering ondergraven. Het rapport van het IPCC toont overtuigend aan dat die gevolgen al op veel plaatsen in de wereld zichtbaar zijn en ernstiger zullen worden als de aarde verder opwarmt. Wel is de onderbouwing van conclusies in sommige gevallen onvoldoende helder.

Dat blijkt uit het rapport ‘Evaluatie van een IPCC-klimaatrapport: analyse van conclusies over de mogelijke regionale gevolgen van klimaatverandering’ dat het Planbureau voor de Leefomgeving vandaag heeft gepubliceerd. Het PBL heeft deze studie naar de betrouwbaarheid van de regionale hoofdstukken in het rapport van IPCC-werkgroep II, dat gaat over de gevolgen van, aanpassing aan en kwetsbaarheid voor klimaatverandering, verricht op verzoek van de minister van VROM. De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) heeft toegezien op de kwaliteit van het onderzoek.

Aanleiding en aanpak

Aanleiding voor het onderzoek waren fouten in het rapport van werkgroep II van het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) over de regionale gevolgen van klimaatverandering. Het ging daarbij om onjuiste informatie over het smelten van gletsjers in de Himalaya en over het percentage landoppervlak in Nederland dat onder de zeespiegel ligt. In de Tweede Kamer ontstond hierdoor bezorgdheid over de betrouwbaarheid van de wetenschappelijke informatie waarop het klimaatbeleid van de overheid is gebaseerd.

De minister van VROM heeft het PBL vervolgens gevraagd onderzoek te doen naar mogelijke andere onjuistheden in het rapport en te beoordelen wat de fouten betekenen voor de hoofdconclusies die het IPCC trekt over de regionale gevolgen van klimaatverandering.

Gezien de vraag die de minister het PBL heeft gesteld, besteedt de planbureau-analyse de meeste aandacht aan de beoordeling van de onderbouwing van de hoofdconclusies van het rapport. De PBL-onderzoekers hebben onderscheid gemaakt in concrete fouten enerzijds en kritiekpunten op de kwaliteit van de onderbouwing van de hoofdconclusies anderzijds.

Gevonden kritiekpunten tasten de hoofdconclusies niet aan, wel meer transparantie nodig

In de 32 hoofdconclusies van het IPCC over de gevolgen van klimaatverandering heeft het PBL één kleine fout gevonden, overigens zonder dat deze de inhoud van conclusies ondergraaft. Dit betrof een onnauwkeurigheid in één conclusie: de schatting van het aantal mensen in Afrika dat in 2020 risico loopt op watertekort door klimaatverandering blijkt niet 75 tot 250 miljoen te zijn, maar 90 tot 220 miljoen mensen. Deze correctie valt binnen de onzekerheidsmarges.

Op de onderbouwing van zeven van de 32 samenvattende hoofdconclusies heeft het planbureau één of meer kritiekpunten. Het meest voorkomende kritiekpunt (bij zes van de 32 conclusies) is onvoldoende uitleg in het rapport over hoe de deskundigen tot een bepaald oordeel zijn gekomen. Dat kan bijvoorbeeld een niet onderbouwde generalisatie betreffen. Het PBL pleit daarom voor meer transparantie in de redeneringen die leiden tot bepaalde conclusies.

Nadruk op ernstige negatieve gevolgen

Het planbureau constateert dat werkgroep II van het IPCC in de samenvattingen de nadruk heeft gelegd op de ramingen van de ernstige negatieve gevolgen van klimaatverandering. Deze selectie ligt voor de hand en is ook goedgekeurd door de regeringen die het IPCC vormen. In het rapport komen daardoor de minder erge gevolgen en de positieve effecten niet terug in de samenvattingen voor beleidsmakers, wat het totale beeld in de samenvattingen negatiever van toon maakt dan de onderliggende hoofdstukken. Zo worden bijvoorbeeld de mogelijk positieve gevolgen voor de bosbouw in Noord –Azië wel genoemd in een hoofdstuk maar niet meer in de samenvattingen. Verder wordt in de onderzochte 32 samenvattende conclusies niet vermeld dat er naast klimaatverandering soms ook andere factoren een belangrijke rol spelen, zoals bijvoorbeeld de invloed van bevolkingsgroei op watertekorten. Het PBL beveelt daarom aan in de volgende IPCC-rapporten (in 2013 en 2014) de te verwachten ontwikkelingen in de samenvattingen voor beleidsmakers breder weer te geven.

De laatste jaren is meer wetenschappelijke literatuur verschenen over mogelijke klimaatontwikkelingen met een kleine kans, maar met potentieel grote gevolgen. Het PBL stelt Werkgroep II voor om ook aandacht te schenken aan ‘worst-case scenario’s’.

Verbetering van de kwaliteitscontrole aanbevolen

Het IPCC is een internationaal netwerk waarin wetenschappers vanuit de hele wereld samenwerken. Doel is te komen tot een ‘assessment’, een beoordeling van de stand van de wetenschappelijke kennis ten behoeve van evenwichtige politieke besluitvorming. Het PBL constateert dat het in de praktijk onvermijdelijk lijkt dat in een weergave van de stand van de wetenschap die bestaat uit duizenden pagina’s fouten voorkomen.

Om fouten zoveel mogelijk te vermijden adviseert het PBL de VN-landen die samen het algemeen bestuur van het IPCC vormen, meer te investeren in de kwaliteitscontrole van IPCC-rapporten. Nu de gevolgen van klimaatverandering steeds zichtbaarder worden, stelt de maatschappij hogere eisen aan de kwaliteit van de wetenschappelijke informatie. Tegelijkertijd neemt de hoeveelheid wetenschappelijke literatuur enorm toe. De leidinggevende hoofdauteurs van het IPCC die het schrijfproces coördineren, zouden daarom betaalde assistenten moeten krijgen.

Het IPCC kan de kans op fouten verder verkleinen door meer mensen bij de totstandkoming van de rapporten te betrekken. Zowel voor als na publicatie zou het IPCC geïnteresseerden via het internet de gelegenheid kunnen bieden mogelijke fouten te melden. Door deze openheid kan de geloofwaardigheid van het IPCC toenemen.

Ook breekt het planbureau een lans voor meer onderzoek naar de gevolgen van klimaatverandering in ontwikkelingslanden. Over de gevolgen voor Europa en de VS is veel meer informatie beschikbaar dan voor ontwikkelingslanden, terwijl juist ontwikkelingslanden kwetsbaar zijn voor klimaatverandering.

Himalayagletsjers en deel Nederland onder de zeespiegel

Naar aanleiding van de discussie in de Tweede Kamer gaat het PBL in zijn rapport ook kort in op de fout met betrekking tot de Himalayagletsjers en het deel van Nederland dat onder de zeespiegel ligt. Ook voor deze twee fouten die de aanleiding vormden voor de discussie over de kwaliteit van het IPCC-rapport geldt dat ze de hoofdconclusies van het IPCC-rapport niet hebben beïnvloed.

De gletsjers in de Himalaya zullen in 2035 zeker niet verdwenen zijn, zoals in het IPCC-rapport stond. Dan zouden de gletsjers 25 maal zo snel moeten smelten als in de afgelopen periode. De fout rond de stijging van de zeespiegel stamt uit een door het PBL aangeleverde tekst. In het rapport staat dat 55% van Nederland onder zeeniveau ligt. Er had moeten staan dat 55% van Nederland gevoelig is voor overstromingen: 26% van Nederland ligt onder zeeniveau en 29% is gevoelig voor rivieroverstromingen.

Het huidige beleid ten aanzien van de bescherming van Nederland tegen overstromingen zoals geformuleerd in het Nationaal Waterplan en het Deltaprogramma is gebaseerd op de beschikbare kennis over klimaatverandering, zeespiegelstijging, rivierafvoeren en onzekerheden. De discussies over IPCC hebben geen effect op de aannames die ten grondslag liggen aan het Nationaal Waterplan.

Meldpunt op website

Het PBL heeft begin maart 2010 een website geopend waarop wetenschappers, deskundigen en andere geïnteresseerden buiten het planbureau tot begin april fouten in de hoofdstukken over de werelddelen konden melden. Op deze website kwamen zo’n veertig reacties binnen. De meeste (35) hadden betrekking op andere onderwerpen dan de regionale gevolgen van klimaatverandering. De meldingen die wel gingen over de regionale gevolgen zijn meegenomen in het onderzoek. Alle meldingen en de reactie van het PBL daarop staan op de website van het PBL.

IPCC

Het IPCC evalueert gemiddeld iedere zes jaar de stand van de klimaatwetenschap. In 2007 deed het klimaatpanel dit voor de vierde keer. Toen verschenen vier rapporten over klimaatverandering. Het rapport van werkgroep I gaat over de natuurwetenschappelijke basis van klimaatverandering: warmt de aarde op, wat zijn daarvan de oorzaken en welke invloed heeft de mens? Het rapport van werkgroep II behandelt de gevolgen van klimaatverandering, de mogelijkheden voor aanpassing aan klimaatverandering en de kwetsbaarheid van mens en natuur voor klimaatverandering. Het rapport van werkgroep III brengt de mogelijkheden in kaart om klimaatverandering tegen te gaan: met hoeveel kan de uitstoot van broeikasgassen worden teruggedrongen en wat zijn daarvan de kosten? De conclusies van de drie werkgroepen zijn samengevat in een vierde, overkoepelend rapport (Synthesis Report). Het PBL heeft dit laatste rapport als uitgangspunt genomen, omdat dit het meest zichtbaar is geweest voor beleidsmakers. De onderzoekers zijn nagegaan of de 32 hoofdconclusies in dit rapport over de gevolgen van klimaatverandering in de verschillende werelddelen voldoende zijn onderbouwd in het rapport van werkgroep II.

Dit jaar start het IPCC met de vijfde evaluatie van de klimaatwetenschap, die zal leiden tot een nieuwe rapportenreeks in 2013 en 2014. De aanbevelingen van het PBL zijn gericht op verbetering van deze evaluatie.

Links

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Persvoorlichting (070-3288688 of persvoorlichting@pbl.nl).