In dit Werkprogramma 2010 schetst het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) de activiteiten die het in 2010 wil uitvoeren en de belangrijkste producten die het in 2010 zal uitbrengen. De Ministerraad heeft de hoofdlijnen van dit werkprogramma, en die van de andere planbureaus en de adviesraden, in augustus 2009 besproken.
Auteurs
Eggink, G.J.
Rapportnr.
500070010
Datum
6 januari 2010
Aantal pagina's
32
Taal
Nederlands / Dutch
Jaar
2010
Met de onderzoeksprojecten uit zijn werkprogramma wil het PBL de best denkbare kennis aanleveren over ontwikkelingen op het gebied van de kwaliteit en de inrichting van de leefomgeving. We zien het als onze taak om hiermee bij te dragen aan de politiek-bestuurlijke afweging van besluiten op dit terrein. Het PBL is daarbij beleidsgericht: het analyseert en verkent mogelijke aangrijpingspunten voor het beleid, en probeert te verklaren waarom gewenste beleidsuitkomsten (geheel of gedeeltelijk) uitblijven.
Naast deze evaluaties en verkenningen wil het PBL vanaf nu ook aandacht schenken aan visievorming, nieuwe ontwikkelingen of vraagstukken voor het beleid agenderen, en meedenken over mogelijke beleidsopties voor bepaalde problemen en deze oplossingsgericht analyseren. Naast de ‘wat’-vraag – wat is de huidige situatie, wat is de beoogde eindsituatie? – zal de ‘hoe’-vraag daarbij nadrukkelijk aandacht krijgen: welke stappen kan het kabinet zetten om de beoogde eindsituatie te bereiken? Multidisciplinariteit en integraliteit zijn kernwoorden die het huidige en toekomstige PBL-onderzoek typeren: we benaderen onderzoeksthema's vanuit verschillende disciplines en zo volledig mogelijk.
In onze werkzaamheden hebben we aandacht voor zowel het type problemen als de aard van de beleidsmatige acties. Daarbij gaat het ook om de verhouding tussen de schaal waarop het probleem zich voordoet en de maat van het bestuur. Zo willen we het verband leggen tussen de biofysische processen die de leefomgeving beïnvloeden – bijvoorbeeld op het gebied van de klimaatverandering – en de vragen rond sturing en gedrag die daarbij spelen – kort samengevat onder de noemer ‘governance’. Dit betekent dat het PBL ook aandacht heeft voor de plek waar bestuurlijke verantwoordelijkheden zijn belegd. Het nationale schaalniveau is prioritair in ons werk. Daarnaast zijn er processen die zich, biofysisch en/of bestuurlijk, afspelen op een hoger schaalniveau: het mondiale schaalniveau (bijv. klimaatverandering, biodiversiteit) en het Europese niveau (daar waar bevoegdheden – deels – naar ‘Brussel’ zijn overgeheveld, zoals het natuurbeleid, het landbouwbeleid, de territoriale cohesie), of juist op een lager schaalniveau: het regionale of provinciale niveau (landschapsbeleid, Wet Ruimtelijke Ordening, wonen, demografie, bedrijventerreinen). Ook deze hogere en lagere schaalniveaus behoren tot ons werkterrein.