Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Beleidsgericht onderzoeksprogramma fijn stof. Resultaten op hoofdlijnen en beleidsconsequenties

Rapport | 06-07-2010
Foto van een stoffige lucht

Mensen veroorzaken een veel groter deel van het fijn stof in de lucht dan gedacht. Dat blijkt uit het rapport 'Beleidsgericht Onderzoeksprogramma fijn stof' van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN), het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en TNO.

Fijn stof grotendeels door mens veroorzaakt

Fijn stof (PM10) bestaat gemiddeld voor 75 tot 80 procent uit door menselijk handelen gevormde bestanddelen; dat is 25 procent meer dan tot nu gedacht. De fijnere fractie van fijn stof (PM2,5) is zelfs voor 85 tot 90 procent afkomstig van de mens, 20 procent meer dan gedacht. De bijdrage aan de vorming van fijn stof door ammoniak, zwaveldioxide, stikstofoxiden en vluchtige koolstofverbindingen werd altijd onderschat, zo is uit het onderzoek gebleken. Maatregelen die zijn gericht op het terugdringen van deze emissies, zijn daarom mogelijk effectiever om de concentraties fijn stof te verlagen dan eerder is verondersteld.

Zeezout blijkt daarentegen een kleinere bijdrage te leveren aan het fijn stof in de lucht. Zeezoutdeeltjes zijn van natuurlijke oorsprong. EU-lidstaten als Nederland maken daarom gebruik van de zogenaamde 'zeezoutaftrek' als ze gaan toetsen of de lucht aan de Europese normen voor fijn stof voldoet. De huidige zeezoutaftrek blijkt nu hoger dan de daadwerkelijke bijdrage van zeezout.

Dit zijn enkele belangrijke uitkomsten van het ‘Beleidsgericht Onderzoeksprogramma fijn stof’ (BOP). Het BOP-programma liep van 2007 tot 2009 en werd gefinancierd door het ministerie van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM). Belangrijkste doel van het BOP-project was om het aantal beleidsdilemma’s dat zich voordoet bij de handhaving van Europese normen voor fijn stof, te verminderen. Het onderzoek leidde tot verschillende nieuwe inzichten, onder ander over de samenstelling en bronnen van fijn stof en in de voortgang in het fijnstofbeleid. Deze inzichten hebben geleid tot beleidsaanbevelingen. De resultaten van het onderzoek hebben hun weerslag gekregen in vijftien rapporten. Dit rapport schetst de resultaten van het gehele onderzoeksprogramma op hoofdlijnen en behandelt de beleidsimplicaties daarvan.

Meer informatie

Auteur(s)Matthijsen J ; Koelemeijer RBA
Rapportnr.500099013
Publicatiedatum06-07-2010
ISSN1875-2322 (print) 1875-2314 (online)
Pagina's77
TaalEngels