Wat is het klimaat?
Het klimaat is de gemiddelde temperatuur, neerslag, windrichting en windsnelheid in een bepaald gebied meestal over een periode van dertig jaar genomen. De atmosfeer, oceanen, land- en zeeijs, vaste aarde en biosfeer (levende organismen) zijn onderdelen van het klimaatsysteem. Er bestaat een wisselwerking tussen deze onderdelen die invloed hebben op het klimaat. Het klimaat in Nederland kenmerkt zich door relatief milde winters en koele zomers en wordt sterk beïnvloed door de warme golfstroom.
Wat is het natuurlijk broeikaseffect?
De temperatuur op aarde is voor een belangrijk deel afhankelijk van de aanwezigheid van broeikasgassen in de atmosfeer. Van nature bestaat een half procent van de atmosfeer uit broeikasgassen. Deze hebben het vermogen de warmte aan het aardoppervlak vast te houden, en verhogen zo de temperatuur aan het aardoppervlak, de zogeheten broeikaswerking. De belangrijke broeikasgassen zijn waterdamp (H2O), kooldioxide (CO2), methaan (CH4), ozon (O3) en distikstofoxide of lachgas (N2O). Deze stoffen komen van nature al voor in de atmosfeer en worden gevormd en afgebroken door natuurlijke processen. Door de aanwezigheid van broeikasgassen in de atmosfeer is de temperatuur aan het aardoppervlak gemiddeld circa 15 graden Celcius. Zonder broeikasgassen zou de temperatuur op aarde rond de -18 graden Celcius zijn.
Wat is het versterkt broeikaseffect?
Het natuurlijke evenwicht wordt verstoord door menselijke activiteiten. Hierdoor nemen de concentraties van broeikasgassen in de atmosfeer toe. Dit kan leiden tot extra opwarming van de atmosfeer en het aardoppervlak. Om deze reden spreekt men ook wel van het versterkt broeikaseffect. De waargenomen stijging van de temperatuur op aarde in de laatste vijftig jaar is waarschijnlijk voor het grootste deel veroorzaakt door de toename van broeikasgassen.
Wat zijn effecten van klimaatverandering?
Het klimaatsysteem reageert traag op het broeikaseffect. Hierdoor en door natuurlijke variaties, worden de gevolgen van menselijke beïnvloeding van het klimaat pas na lange tijd zichtbaar. Toch zijn in de afgelopen vijftien jaar gemiddeld op aarde de hoogste temperaturen waargenomen sinds 1880. Dit is ook in Nederland het geval. De gevolgen van klimaatverandering door het versterkte broeikaseffect kunnen ingrijpend zijn. Stijging van de zeespiegel en veranderingen in de waterhuishouding, zoals verandering van gemiddelde neerslag en extremen, zijn mogelijke effecten van klimaatverandering. Wereldwijde ecologische, economische en sociale veranderingen kunnen daardoor optreden.
In de natuur treden al veranderingen in ecosystemen op die verband lijken te houden met klimaatverandering. Ook zijn op wereldschaal gletsjers in lengte afgenomen en is de hoeveelheid zeeijs rond de Noordpool fors verminderd. Het is zeer waarschijnlijk dat de temperatuurtoename in de 20e eeuw significant heeft bijgedragen aan de waargenomen stijging van de zeespiegel (IPCC, 2001). Dit is een gevolg van de thermische uitzetting van het zeewater en het wegsmelten van landijs.
Wat zijn CO2-equivalenten en GWP?
Vaak wordt de uitstoot van de broeikasgassen uitgedrukt in CO2-equivalenten (CO2-eq). Dit is een rekeneenheid om de bijdrage van broeikasgassen aan het broeikaseffect onderling te kunnen vergelijken. Het is gebaseerd op het ‘Global Warming Potential’ (GWP), de mate waarin een gas bijdraagt aan het broeikaseffect. Zo heeft methaan een GWP van 21 CO2-eq, de fluor- verbinding zwavelhexafluoride (SF6) een GWP van 23.900 CO2-eq. Dat houdt in dat 1 kilo methaan over een periode van 100 jaar 21 maal zoveel aan het broeikaseffect bijdraagt als 1 kilo CO2. SF6 warmt zelfs 23.900 keer meer op dan CO2.
Wat is het IPCC?
Het probleem onderkennend van een mondiale klimaatverandering, hebben WMO en UNEP in 1988 het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) opgezet voor hun leden (UNEP is het milieu programma van de Verenigde Naties, WMO is de Wereld Meteorologische Organisatie). De rol van het IPCC is wetenschappelijke informatie te bundelen en samen te vatten, en alle verschillende gegevens te integreren. Dit werk wordt uitgevoerd door een internationale groep van vooraanstaande wetenschappers. De informatie die het IPCC toetst en samenvat is breed: van socio-economische en technische zaken tot gegevens van natuurwetenschappelijke aard. Deze kennis is afkomstig uit gereviewde (door collega wetenschappers getoetst) publicaties van wetenschappers uit de hele wereld. Door deze beoordeling van reeds gedaan onderzoek kan het IPCC een zo goed mogelijk beeld vormen van de laatste stand van zaken over de risico’s van klimaatverandering, de oorzaken ervan en mogelijke oplossingen ervoor. Het IPCC heeft het werk georganiseerd in onder andere drie werkgroepen.
Wat zijn Annex 1-landen?
Toenmalige lidstaten van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling), enkele lidstaten van de voormalige Sovjet Unie en de meeste Midden- en Oost Europese landen. De overige partijen in het Klimaatverdrag zijn automatisch de niet-Annex 1 landen (ook wel Annex 2 genoemd).
In zijn algemeenheid geldt dat Annex 1-landen geacht worden het voortouw te nemen bij alle relevante stappen om tot reductie van broeikasgasemissies te komen. Dit omdat zij de hoogste emissies hebben – zowel in totaal als nog veel meer per hoofd van de bevolking. Bovendien hebben ze het leeuwendeel van de toename van de atmosferische concentratie in de laatste anderhalve eeuw veroorzaakt. Zij hadden zich in Rio de Janeiro al, zij het niet bindend, voorgenomen hun emissies in het jaar 2000 op of onder het niveau in 1990 te houden als eerste stap naar verdere reducties.
Haalt Nederland de Kyotodoelstellingen?
Het is nog te vroeg om te kunnen concluderen of Nederland aan de verplichtingen uit het Kyoto Protocol kan voldoen, maar waarschijnlijk gaat het wel lukken. Nederland is als een van de weinige EU-landen actief bezig met de aankoop van buitenlandse reducties via de Kyotomechanismen (zie Hoofdstuk 3). De overheid heeft hiervoor ook geld gereserveerd in de Rijksbegroting.
Waarom moet pas in 2008 aan het reductiepercentage worden voldaan?
Er was een aanlooptijd nodig voor landen en bedrijven om maatregelen te nemen die het mogelijk maakten aan de uitstootbeperkingen te voldoen. Bovendien moesten de Kyotomechanismen nog worden uitgewerkt en ontwikkeld.
Wat is hot-air?
Veel landen in het voormalig Oostblok hebben een economische crisis doorgemaakt in de jaren negentig. Daardoor zijn hun emissies van broeikasgassen sterk gedaald en beneden het niveau van hun emissiedoelstellingen terechtgekomen. Deze landen hebben de mogelijkheid om hun emissieoverschot te verkopen aan andere Annex 1-landen. Ze kunnen het overschot ook ‘bewaren’ voor na 2012. Dit overschot heet hot-air.
Wat gebeurt er als een land zijn emissiereductie niet haalt?
De regels voor naleving van het Kyoto Protocol zijn uitgewerkt in de Marrakesh Akkoorden
(COP-7). Als wordt vastgesteld dat een land zijn doelstelling niet heeft gehaald, krijgt het eerst de kans om binnen een bepaalde periode dat alsnog te bewerkstellingen, bijvoorbeeld door extra maatregelen te nemen of emissiereducties van andere landen te kopen. Als een land alsnog in gebreke blijft, volgen er sancties. Het land mag dan geen gebruik meer maken van de Kyotomechanismen. Bovendien moet het in de volgende budgetperiode de niet gerealiseerde reducties alsnog realiseren, plus 30% extra (bovenop de nieuwe doelstellingen).
Het halen van de Kyoto-doelen is vooral voor de Europese Unie van groot belang. De vijftien oude EU-lidstaten hebben een gezamenlijke doelstelling op zich genomen, die het mogelijk heeft gemaakt om intern verschillende doelstellingen af te spreken. Echter, als de EU zijn -8% doelstelling niet haalt, geldt deze doelstelling weer voor elke lidstaat afzonderlijk. Dat zou sommige lidstaten in grote problemen brengen.