Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud
Natuur, landschap en biodiversiteit

Modellen over Natuur, landschap en biodiversiteit

GLOBIO3: A global biodiversity model

Het GLOBIO3 model berekent veranderingen in biodiversiteit. Daarvoor gebruikt het kwantitatieve relaties tussen drukfactoren en biodiversiteit, gebaseerd op wetenschappelijke literatuur. Door combineren van individuele drukfactoren wordt een verandering in biodiversiteitwaarde berekend in termen van gemiddelde relatieve populatieomvang van oorspronkelijke soorten (Mean Species Abundance of original species; MSA) en de grootte van ecosystemen.

vlinderMOV - Model voor effecten op dagvlinders

VlinderMOVE is analoog aan het model voor vegetatie effecten MOVE. zie voor opzet en algemene eigenschappen aldaar.

SUMO 2.2 - Groei van biomassa vegetatie

SUMO 1 beschrijft op basis van de beschikbare hoeveelheid stikstof, licht, grondwaterstand en beheer de groei van biomassa voor vijf vegetatietypen en voorspelt de ontwikkeling en de successie van de vegetatiestructuur in termen van deze typen (kruiden, dwergstruiken, struiken, pionierbomen en climaxbomen).

SMART2 - Verzuring en beschikbaarheid van stikstof voor natuurlijke vegetaties

SMART2 is een model dat de verzuring en beschikbaarheid van stikstof in relatie tot de depositie en de hydrologie simuleert voor natuurlijke vegetaties (bos, heide, onbemest grasland). Het model wordt ingezet op perceel, landelijke en Europese schaal. Het model heeft depositie invoergegevens nodig (b.v. van OPS). Het SUMO model is als successiemodule gekoppeld aan SMART2. De uitvoer van SMART2 wordt gebruikt door andere modellen zoals MOVE.

PCLake

PCLake is een van de modellen ter beschrijving en voorspelling van de (ongewenste) neveneffecten van eutrofiëring op de kwaliteit van het water en van aquatische ecosystemen. PCLake richt zich op het watertype ondiepe meren en plassen. Eutrofiëring veroorzaakt in ondiepe meren het verdwijnen van ondergedoken waterplanten, een hoge algendichtheid en troebel water, gepaard gaande met verlies aan biodiversiteit.

PCDitch

PCDitch is een van de modellen ter beschrijving en voorspelling van de (ongewenste) neveneffecten van eutrofiëring op de kwaliteit van het water en van aquatische ecosystemen. PCDitch richt zich op het watertype sloten: ondiepe, smalle, (semi-)stagnante wateren.

NATPLAN: Natuurplanner

De natuurplanner is een beleidsondersteunend systeem, waarmee het PBL beleidsopties op het raakvlak van milieu en natuur kan onderbouwen. In de natuurplanner zijn modellen opgenomen waarmee de effecten van de belangrijkste milieuthema's op een grote groep van soorten worden ingeschat. De thema's die de meeste effecten op de natuur hebben zijn vermesting, verdroging, verzuring en versnippering.

MOVE 3.2 - MOdel voor de VEgetatie

Het model MOVE berekent de effecten van veranderingen in een aantal bodem- en ruimtelijke eigenschappen op het voorkomen van plantensoorten. MOVE is opgenomen in de modelketen Natuurplanner en wordt vanuit de Natuurplanner aangestuurd. De Natuurplanner zorgt voor de afhandeling van invoer, uitvoer, cartografische weergave en de aansturing/koppeling binnen de keten van modellen.

LUMOS - Land Use MOdeling System

LUMOS is een toolbox voor ruimtelijke modellering, waarvan de Ruimtescanner en de Leefomgevingsverkenner de belangrijkste onderdelen vormen.

De Ruimtescanner is ontwikkeld om toekomstige sectorale ruimteclaims te kunnen vertalen naar een geïntegreerd ruimtelijk toekomstbeeld van Nederland. Hierbij wordt gebruik gemaakt van verschillende (sociaal-economische) toekomstscenario’s om zodoende de bandbreedte van mogelijke ruimtelijke toekomstbeelden te verkennen.

De Leefomgevingsverkenner is bedoeld om snel en interactief de effecten van alternatieve beleidsopties op de kwaliteit van de leefomgeving te verkennen. Het biedt de mogelijkheid om potentieel duurzame ontwikkelingsrichtingen van de maatschappij te selecteren dan wel het tijdig kunnen anticiperen op mogelijk negatieve ontwikkelingen.

LARCH - overlevingskansen van verschillende diersoorten

LARCH berekent de overlevingskansen van populaties van verschillende diersoorten. Dit gebeurt aan de hand van informatie over de vegetatiestructuur en een aantal in het model ingebouwde soortspecifieke gegevens. Het model rekent voor zoogdieren en reptielen met barrièrekaarten. Het model wordt onder meer gebruikt om aan te geven hoe, door natuurgebieden te verbinden, te vergroten danwel te beheren, het rendement van de Ecologische Hoofdstructuur kan worden verhoogd.