Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Geldstromen naar natuur

Overig type | 02-10-2016

De afgelopen 15 jaar is er veel veranderd in het Nederlandse natuurbeleid, zoals de decentralisatie en de herijking van het natuurnetwerk. Het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) onderzocht of deze ontwikkelingen hebben geleid tot veranderingen in de geldstromen naar natuur. De uitgaven lijken niet fors te zijn gedaald. Wel zijn er forse verschuivingen in de geldstromen.

Het onderzoek richt zich op de periode tussen 1999 en 2013, waarbij voor de jaren 2003 en 2013 de meest gedetailleerde data beschikbaar zijn.

Naast de generieke analyse van de geldstromen is voor 4 natuurorganisaties een gedetailleerde vergelijking gemaakt van de inkomstenbronnen in 2013 ten opzichte van 2003. Het gaat om Natuurmonumenten, de Provinciale Landschappen, Vogelbescherming Nederland en Wereldnatuurfonds.

In 2013 bedroegen de uitgaven voor natuur- en landschap in Nederland zo’n € 901 miljoen ofwel € 54 per Nederlander. Dit was 0,14% van het BBP. De beschikbare middelen voor natuur- en landschapsbeheer zijn in de periode 2003-2013 ongeveer op hetzelfde niveau gebleven.

Geld voor natuur grotendeels naar inrichting en beheer

Ongeveer 55% van de directe uitgaven aan natuur en landschap werd in 2013 gedaan door de overheid. Dit is zelfs 75% als we ook de indirecte uitgaven meerekenen van de overheid aan natuurorganisaties en bedrijven. Van de publieke partijen is de Rijksoverheid de grootste financier, al vond door de decentralisatie wel een verschuiving plaats richting provincies.

Ook in de bestemming van het geld vonden verschuivingen plaats. Het aandeel van het geld voor inrichting en beheer nam toe van 40% in 1999-2003 naar 50% in 2011-2013. De uitgaven voor verwerving van nieuwe natuurgebieden daalden gestaag, van € 307 miljoen in 2000 naar € 57 miljoen in 2013.

Veranderende inkomstenbronnen voor natuurorganisaties

De 4  onderzochte natuurorganisaties hadden alle in 2013 meer te besteden dan in 2003. De terreinbeherende organisaties hebben in die periode ook beduidend meer grond in hun bezit gekregen. De samenstelling van de inkomsten is echter veranderd en inkomsten uit contributies en donaties zijn gestegen, zeker voor de niet-terreinbeherende organisaties WNF en Vogelbescherming.

Auteur(s)Marianne Schuerhoff en Arjan Ruijs
Publicatiedatum03-10-2016