Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de subnavigatieNaar de hoofdinhoud

Kwaliteitsborging

Het PBL hanteert een aantal methoden om de wetenschappelijke kwaliteit te borgen en is daarnaast steeds op zoek naar nieuwe, efficiëntere wijzen om dit te doen, zowel binnen afzonderlijke projecten als breed voor het hele planbureauwerk. Naast wetenschappelijke kwaliteit is maatschappelijke relevantie een belangrijke toetssteen.

Strategische kennisontwikkeling

Om op een wetenschappelijk geborgde wijze beleidsstudies uit te kunnen voeren, besteedt het PBL een deel van zijn budget aan strategische kennisontwikkeling. Strategische kennisontwikkeling heeft als doel kennis te vergaren en methoden te ontwikkelen die op langere termijn nodig zijn om het PBL-werk op maatschappelijk relevante onderwerpen wetenschappelijk verantwoord te kunnen uitvoeren. Het grootste deel van de strategische kennisontwikkeling vindt plaats binnen de strategische meerjarenprogramma’s.

Voorbeelden van onderwerpen van strategische kennisontwikkeling zijn: institutionele benaderingen in PBL-onderzoek; methode-ontwikkeling multi-level governance; ruimtelijke modellering (bevolking, wonen, werken, mobiliteit); modellering op de terreinen energie, land, biodiversiteit en economie (samengebracht in het integrated assessment model IMAGE, met alle modellen daaromheen); fiscale vergroening; relaties tussen ecosysteemdegradatie, -restauratie, voedsel- en waterzekerheid, klimaat en economische ontwikkeling; ontwikkeling waternatuurpunten; methoden overstromingsrisicobepaling en kosten/baten klimaatadaptatie in ontwikkelingslanden; mondiale governance; en open assessment methodologie, mede gericht op vergroting van transparantie van PBL-onderzoek.

Begeleidingscollege

Het Begeleidingscollege PBL heeft een belangrijke toezichthoudende en adviserende taak. Dit college bewaakt het wetenschappelijke niveau van het werk van het planbureau en de maatschappelijke relevantie hiervan. In het bijzonder adviseert het Begeleidingscollege over het werkprogramma. De leden zijn hetzij werkzaam in de wetenschap (hoogleraren van diverse universiteiten), hetzij in het bedrijfsleven of bij maatschappelijke organisaties en andere overheden. Het Begeleidingscollege dat nu onder voorzitterschap staat van prof.dr. Wim van de Donk komt gemiddeld drie maal per jaar bijeen.

Internationale visitatie

In november 2012 heeft een internationale wetenschappelijke visitatie plaatsgevonden, met als kernvraag ‘doen we de dingen goed?’. Opdrachtgever was het Begeleidingscollege. Het definitieve rapport van de visitatiecommissie is in februari 2013 gepubliceerd samen met een reactie vanuit het PBL, waarbij aan de hand van de aanbevelingen uit de visitatie is aangegeven op welke punten de werkwijze van het PBL verbeterd kan worden en welke maatregelen daar concreet aan kunnen bijdragen. De commissie was vooral positief over de wetenschappelijke kwaliteit van het onderzoek en de manier waarop het PBL wetenschap en beleid met elkaar verbindt. De verbetermaatregelen hebben vooral betrekking op het verbeteren van de kwaliteitscontrole. Een deel hiervan is al ingevoerd in 2013, deels zal implementatie nog volgen in 2014, in overleg met het Begeleidingscollege.

Seminars

Interne seminars waarin PBL-onderzoekers elkaar kritisch bevragen over onderhanden werk, vormen een belangrijk element in het kwaliteitsbeleid. Binnen de PBL-organisatie werken onderzoekers uit een groot aantal verschillende disciplines samen, waaronder planologen, demografen, geografen, economen, milieuwetenschappers, technologen, biologen, methodologen en bestuurskundigen. Die diversiteit van perspectieven creëert de mogelijkheid de interne ‘peer-review’ ook op verborgen aannames in onderzoeksplannen te richten.

De kritische toetsing van aanpak, voortgang en conclusies in seminars helpt de wetenschappelijke kwaliteit van PBL-producten te borgen. Waar relevant worden wetenschappers en andere deskundigen van buiten het PBL gevraagd om deel te nemen aan dit debat om de kwaliteit van de producten te versterken.

Wetenschappelijke toetsing

Bij grote onderzoeken wordt vaak een wetenschappelijke klankbordgroep ingesteld die moet toetsen of met geschikte, dan wel de best beschikbare onderzoeksmethoden wordt gewerkt, en of analyses op de juiste wijze worden uitgevoerd. In andere gevallen vraagt het PBL hoogleraren en/of andere externe deskundigen om een oordeel over een concept-rapport te geven.

Om de wetenschappelijke kwaliteit van de rapportages en studies van het PBL te borgen, krijgen databeheer, informatiemanagement, beheer en ontwikkeling van de modellen en de kennisinfrastructuur van het PBL continu aandacht. Daarbij gaat het enerzijds om het PBL-brede informatiemanagement, ICT-beheer en -advisering, beheer van (geo)data, redactieondersteuning en advisering over methoden en technieken. Anderzijds gaat het voor elk van de inhoudelijke aandachtsvelden om het beheer en de toepassingsgerichte aanpassing van modellen en de wetenschappelijke kwaliteitsborging van data en modelinstrumentarium in een uitgebreid extern kennisnetwerk en door implementatie van PBL-normenkaders voor data en modellen.

Up-to-standards houden van kennis en vaardigheden

Kennis van onderzoekers vormt het belangrijkste kapitaal van het PBL. Daarom investeert het PBL in het onderhouden en vergroten van kennis en vaardigheden. Dit betreft zowel het actueel houden van inhoudelijke wetenschappelijke kennis als het up-to-date houden van kennis van methoden. Kennisontwikkeling geschiedt zowel door formele opleidingen als door training on the job.

PLB handreikingen voor beleidsonderzoekers

Het PBL maakt gebruik van analysemethoden en modellen om betrouwbare, integrale uitspraken te kunnen doen. Om deze methoden en modellen op een goede manier toe te kunnen passen heeft PBL handreikingen, waaronder normenkaders en leidraden opgesteld.

Deze handreikingen zijn door het PBL zelf of in samenwerking met partnerinstituten ontwikkeld. Deze zijn bedoeld voor medewerkers van planbureaus en andere onderzoeksinstellingen, maar kunnen ook waardevol zijn voor degenen die de zeggingskracht van deze onderzoeken willen begrijpen.