Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Pilotproject Bodembiologische Indicator voor Life Support Functies van de bodem

Rapport | 23-03-2000

In het milieu- en natuurbeleid is er een groeiende behoefte aan instrumenten die de kwaliteit van ecosytemen kunnen voorspellen in relatie tot milieudrukfactoren. Duurzame ontwikkeling en duurzaam gebruik van biodiversiteit zijn in dit verband de sleutelwoorden. In Nederland is het biodiversiteitsbeleid gebaseerd op de klassieke benadering van soortbescherming en natuurreservaten. Er is echter een toenemende zorg bij de overheid of deze maatregelen ook voldoende zijn om een duurzaam gebruik van bijv. agrarische ecosystemen te waarborgen. Het hier beschreven onderzoek vindt z'n oorsprong in het biodiversiteitsverdrag van Rio de Janeiro (UNCED 1992). Er wordt verslag gedaan van een pilotproject dat is uitgevoerd om het Bodembiologische Indicatorsysteem in de praktijk te te testen. Dit werd gedaan in het kader van het Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit op 20 veehouderijbedrijven op zeeklei en 17 vollegrondstuinbouwbedrijven. De Bodembiologische indicator is ontworpen om een geintegreerd beeld te geven van de eologische bodemkwaliteit. Door de opzet van de indicator wordt een koppeling gelegd tussen structuur en functies van het ecosysteem zoals afbraak van organisch materiaal en mineralisatie van stikstof . Gebruikte indicatorgroepen waren: nematoden, pot- en regenwormen, potentiele nitrificatie, diversiteit van microbiole afbraakroutes en aantal, biomassa en activiteit van microorganismen. Analyse van bodemmijten en een complete voedselwebmodellering kon slechts op twee locaties worden uitgevoerd. In het rapport worden aggregatiemethoden gepresenteerd (AMOEBE en index) waarmee een ecologische kwaliteitsbeoordeling kan worden uitgevoerd. Aansluitend worden de bevindingen van de pilot geevalueerd. Het leidt tot de aanbeveling om het meetprogramma uit te breiden naar meerdere grondsoorten en bodemgebruikstypen, en een goede referentieset op te bouwen. Hierdoor ontstaat een database waarmee ook een prognostisch instrument te maken is in de vorm van habitat-responsrelaties, naar voorbeeld van het MOVE-model.

Bibliografie
Auteur(s)Schouten AJ ; Bloem J ; Breure AM ; Didden WAM ; Esbroek M van ; Ruiten PC de ; Rutgers M ; Siepel H ; Velvis H
Rapportnr.607604001
Publicatiedatum23-03-2000
Pagina's102
Taalnl