Levensverwachting en sterfte
De levensverwachting is een indicator voor het aantal jaren dat iemand verwacht te leven op het moment van geboorte en is samengesteld uit de sterfteniveaus op verschillende leeftijden. Door de vergrijzende bevolking zal het aantal overledenen de komende decennia sterk toenemen.
Levensverwachting
Verbeteringen in leefomstandigheden en medische zorg hebben ertoe geleid dat de levensverwachting de afgelopen jaren is toegenomen. De levensverwachting was in 2001 75,8 jaar voor mannen en 80,7 jaar voor vrouwen. Voor de vier toekomstscenario's worden de volgende veronderstellingen gemaakt:
|
Scenario |
Levensverwachting (in jaren) |
|
|
mannen 82,0 |
vrouwen 85,0 |
|
|
mannen 82,0 |
vrouwen 85,0 |
|
|
mannen 79,0 |
vrouwen 82,0 |
|
|
mannen 80,5 |
vrouwen 83,5 |
|

Sterfte
Jaarlijks overlijden er in Nederland ongeveer 140 duizend mensen. Het aantal overledenen stijgt gestaag (75 duizend in 1950, 113 duizend in 1975). Dit wordt vooral veroorzaakt door het toenemende aantal ouderen in de bevolking.

Het aantal overledenen stijgt in alle vier scenario's naar een niveau van 220.000 per jaar. De verschillen tussen de vier toekomstscenario's zijn niet zo groot, doordat de vergrijzing in alle scenario's verder zal doorzetten.
Toelichting
De sterfterisico’s op verschillende leeftijden zijn de uitkomst van verschillende processen en gezondheidsdeterminanten die deels met elkaar samenhangen. De volgende determinanten zijn van belang voor sterfte:
-
Sociaal-economische status en leefstijl
-
Medische technologie
-
Preventiebeleid & Toegang tot gezondheidszorg
Voor alle vier scenario’s is beschreven hoe deze determinanten zich in de toekomst zullen gaan ontwikkelen en hoe groot het effect op sterfte zal zijn.