Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

De atlas van kennis en innovatie

Rapport | 13-12-2005
Omslag van de publicatie

De aanblik van het Nederlandse platteland zal de komende decennia flink veranderen. Op steeds meer plaatsen verdwijnt de landbouw als dominante functie en daarmee als bepaler van het landschap, terwijl nieuwe grondeigenaren het landschap een ander gezicht geven. De mate van verandering hangt wel sterk samen met de aard van het landschap. Zo zal de landbouw dominant blijven in het zeekleilandschap maar in het veenlandschap op termijn mogelijk volledig verdwijnen.

Kenniseconomie

Kennis en innovatie nemen een steeds belangrijker plaats in binnen de moderne economie. In de discussie over de versterking van de internationale concurrentiepositie zijn kennis en innovatie zelfs sleutelbegrippen geworden. We kunnen dan ook in toenemende mate spreken van een kenniseconomie.

Bij internationale vergelijkingen van kenniseconomieën scoort Nederland over het algemeen vrij middelmatig. Vooral de ‘Kenniseconomie monitor 2003’ van de Stichting Nederland Kennisland leidde tot veel media-aandacht over de afglijdende positie van Nederland. Om te voorkomen dat de economische positie van Nederland verder verzwakt, richt het beleid zijn pijlen vooral op het stimuleren van sectoren waarin R&D een belangrijke rol speelt. Zowel het Centraal Planbureau (2002) als het Centraal Bureau van de Statistiek (2005) waarschuwden echter voor zo’n beperkte visie op de kenniseconomie, omdat hierdoor de positie van Nederland onderschat zou kunnen worden.

Ook wij vragen ons af of de focus op R&D niet een te eenzijdig beeld geeft van de (Nederlandse) kenniseconomie. In deze atlas van kennis en innovatie in Nederland laten we zien dat deze meer dimensies kent dan technologische ontwikkeling alleen. Daarbij worden in ieder geval twee dingen duidelijk.

In de eerste plaats bestaan er in Nederland aanzienlijke verschillen ten aanzien van de ruimtelijk-economische spreiding van sectoren én ten aanzien van de concentratie van kennisdimensies. Een eenzijdige focus op technologische ontwikkeling kan zo niet alleen leiden tot een onderschatting van de internationale positie van Nederland maar ook tot een onderschatting van de kennis-economische potenties van regio’s in ons land.

In de tweede plaats blijkt uit de analyse dat de R&D-intensieve velden farma-biotechnologie en halfgeleidertechnologie in Nederland een sterk internationale oriëntatie kennen. Dat betekent dat een groot deel van de kennisstromen die leiden tot economisch-technologische vernieuwing, niet primair verbonden zijn met andere kennisinstituten en bedrijven in dezelfde regio, maar juist met een (inter)nationaal netwerk van bedrijven en universiteiten.

Dit suggereert dat Nederlandse R&D-hotspots niet optimaal gebaat zijn bij een beleid dat uitsluitend gebiedsgericht is. Voor de bedrijven die deze potentievolle technologieën ontwikkelen, lijkt aansluiting bij internationale kennisrelaties minstens zo belangrijk. Kortom: deze atlas laat zien dat een industriële focus van het ruimtelijk kennisbeleid een te eenzijdig beeld geeft. De kenniseconomie is méér dan R&D alleen. Bovendien hebben de technologieën waarin R&D centraal staat, een sterk internationale oriëntatie.

Beleid gericht op specifieke (R&D-)regio’s loopt daardoor het gevaar dat de potenties van andere regio’s in Nederland worden onderschat en dat er te weinig oog is voor de internationale kennisrelaties in R&D-intensieve technologieën. Deze punten worden hierna geëxpliciteerd.

Auteur(s)Anet Weterings, Otto Raspe en Frank van Oort
Publicatiedatum13-12-2005
Pagina's104
TaalNederlands