Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Economische netwerken in de regio

Rapport | 21-05-2006
Omslag van de publicatie

In de relaties tussen bedrijven spelen de centrale steden in een regio nog altijd een cruciale rol. Zo geldt voor het merendeel van de belangrijkste inkoop- en verkooprelaties tussen bedrijven in een regio dat in ieder geval één van die bedrijven in de centrale stad is gevestigd. Deze steden vormen de spil in het netwerk van bedrijven. Voor het ruimtelijk-economisch beleid is het daarom van belang deze dominante rol van de centrale stad, ook in de moderne netwerkeconomie, te erkennen.

Steden zijn cruciaal in netwerkeconomie

Het onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met de Erasmus Universiteit Rotterdam en Royal Haskoning. Aanleiding voor het onderzoek is de recente beleidsmatige en wetenschappelijke belangstelling voor stedelijke netwerken. Dit begrip staat bijvoorbeeld centraal in recente beleidsnota's, zoals de 'Nota Ruimte' van het ministerie van VROM en de nota 'Pieken in de delta' van het ministerie van EZ. Toch is het bestaan van deze veronderstelde stedelijke netwerken voor Nederland nog weinig onderzocht. En ook deze studie naar relaties tussen bedrijven geeft nog maar weinig steun aan de gedachte dat stedelijke netwerken met al hun kriskrasrelaties in de plaats zijn gekomen van het model van de centrale plaatsen (gewesten rondom centrale steden).

Amsterdam heeft sterke bovenregionale functie in economische relaties

Bijna tweederde van de belangrijkste inkoop- en verkooprelaties vindt plaats met bedrijven buiten de eigen regio, elders in Nederland of in het buitenland. Daarbij heeft vooral Amsterdam een sterke bovenregionale functie in het nationale netwerk: bedrijven uit heel Nederland onderhouden aanzienlijke relaties met bedrijven in Amsterdam.

In welke mate bedrijven georiënteerd zijn op de eigen regio, verschilt overigens per sector. Zo zijn vooral bedrijven in de zakelijke dienstverlening, kennisintensieve bedrijven en kleine bedrijven georiënteerd op de eigen regio. Een relatief groot aandeel van hun belangrijkste bedrijfsrelaties vindt daar plaats. De behoefte aan persoonlijk contact bij deze bedrijven vormt een mogelijke verklaring.

Regionale aanwezigheid van gekwalificeerd personeel belangrijkst

Voor bedrijven uit alle sectoren geldt dat de aanwezigheid van gekwalificeerd personeel in de eigen regio verreweg de belangrijkste vestigingsplaatsfactor is. Ook de aanwezigheid van toeleveranciers in de eigen regio blijkt van groot belang te zijn.

De aanwezigheid van onderzoeksinstituten en universiteiten in de eigen regio wordt als vestigingsplaatsfactor van minder groot belang geacht dan vaak wordt verondersteld. Het zijn vooral bedrijven in de zakelijke dienstverlening en kennisintensieve bedrijven die de nabijheid van onderzoeksinstituten en universiteiten waarderen.

Consequenties voor het beleid

Verreweg de meeste relaties tussen bedrijfsvestigingen in een regio vinden plaats binnen de centrale steden en deze centrale steden zijn ook overmatig betrokken bij relaties met bedrijven in andere gemeenten binnen de regio. Ook netwerkrelaties buiten de regio hebben vaak betrekking op centrale steden (G30) in Nederland. Tussen gemeenten buiten de centrale kern in een regio is het aantal bedrijfsrelaties geringer.

Dit betekent dat het model van de stedelijke netwerken, dat in de wetenschappelijke en beleidsliteratuur steeds meer ingang vindt, nog niet in de plaats komt voor het model van de centrale plaatsen. In het ruimtelijk economische beleid moet er dus rekening mee worden gehouden dat, als het gaat om relaties tussen bedrijven, de centrale steden in een regio nog altijd een dominante rol spelen.

Overigens moet het beleid zich niet alleen richten op het regionale schaalniveau; de andere schaalniveaus zijn minstens zo belangrijk. Immers: bijna tweederde van de relaties tussen bedrijven heeft betrekking op plaatsen buiten de eigen regio, elders in Nederland of in het buitenland.

Auteur(s)Frank van Oort, Judith van Brussel, Otto Raspe, Martijn Burger, Jacques van Dinteren en Bert van der Knaap
Publicatiedatum22-05-2006
ISBN90-5662-477-6 / 978-90-5662-477-4
Pagina's171
TaalNederlands
OpmerkingenDe rapporten en achtergrondstudies worden uitgegeven bij NAi Uitgevers te Rotterdam en zijn te bestellen via de boekhandel, telefonisch bij NAi Uitgevers (010 4401203) en via de website van het NAi.