Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Afkoeling klimaat deze eeuw zeer onwaarschijnlijk

Overig type | 25-05-2008
Foto van een zonsondergang aan de noordpool

Een afkoeling van het klimaat in deze eeuw is zeer onwaarschijnlijk. Onderzoekers van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) reageren op een artikel van Guus Berkhout en Dap Hartmann (Het Financieele Dagblad, Optiek, 15 mei 2008). Berkhout en Hartmann overschatten de invloed van de zon op het klimaat van de komende eeuw en ze zien bewust of onbewust het verschil tussen ‘klimaat’ en ‘weer’ over het hoofd. Daarmee bewijzen zij de wetenschappelijke waarheidsvinding geen goede dienst.

Berkhout en Hartmann zijn te zeker over de invloed van de zon

Geofysicus Guus Berkhout en astronoom Dap Hartmann maken het wel bont wanneer ze stellen dat de politiek te zeker zou zijn over klimaatopwarming door de mens (Het Financieele Dagblad, Optiek, 15 mei 2008). Uit hun onderbouwing van die stelling blijkt namelijk dat ze zelf te zeker zijn over de invloed van de zon op het klimaat van de komende eeuw en dat ze bewust of onbewust het verschil tussen ‘klimaat’ en ‘weer’ over het hoofd zien. Daarnaast simplificeren ze het debat door te suggereren dat klimaatverandering of door de zon komt of door de mens.

Berkhout en Hartmann stellen dat aangezien ook zonder de mens klimaatveranderingen plaatsvinden, natuurlijke krachten volledig het klimaat bepalen. Hier zien de auteurs over het hoofd dat er tegelijkertijd sprake is van menselijk en natuurlijke invloeden en dat per periode in de geschiedenis en toekomst bekeken moet worden hoe de verhouding tussen die invloeden is. Het is geen òf-òf (mens of natuur), maar èn-èn (mens en natuur bepalen het klimaat).

Berkhout en Hartmann zijn niet eerlijk over het Intergovernmental Panel on Climate Change

Berkhout en Hartmann denken kennelijk dat het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) een politieke organisatie is die ‘gekozen’ heeft voor CO2 als de veroorzaker en zij pleiten voor een ‘onafhankelijk onderzoek’ door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Daarmee bewijzen zij de wetenschappelijke waarheidsvinding geen goede dienst. De heren weten kennelijk niet dat de IPCC-rapporten geschreven worden door wereldwijde teams van wetenschappers afkomstig uit alle disciplines – klimaatwetenschappers, meteorologen, geowetenschappers en astronomen incluis. Die krachten zijn dus allang gebundeld. De Amerikaanse National Academy of Sciences heeft op verzoek van president Bush de uitkomsten van het IPCC tegen het licht gehouden, en zij komen tot dezelfde conclusies: met natuurlijke invloeden kan de opwarming van de afgelopen 50 jaar niet worden verklaard; dat kan alleen als men de invloed van CO2 en andere door de mens uitgestoten broeikasgassen in rekening brengt. Daarom stelt het IPCC in haar laatste rapport dat het grootste deel van de toename van de mondiaal gemiddelde temperatuur sinds het midden van de 20e eeuw zeer waarschijnlijk het gevolg is van de toename in antropogene broeikasgassen.

Als belangrijkste natuurlijke oorzaak van klimaatverandering wijzen Berkhout en Hartmann naar de zon. Het is bekend in de klimaatwetenschap dat kleine veranderingen in de zonne-instraling grote gevolgen kunnen hebben (denk aan de ijstijden). Niemand ontkent het belang van de zon. Uitgebreide studies naar de zonneactiviteit de laatste 50 jaar, die onder andere zijn terug te vinden in IPCC-rapporten, maken echter duidelijk dat de zon niet de waargenomen temperatuurstijging kan verklaren.

Berkhout en Hartmann negeren het verschil tussen ‘klimaat’ en ‘weer’

Het bontst maken Berkhout en Hartmann het wetenschappelijk gezien echter door het verschil tussen weer en klimaat over het hoofd te zien. ‘Klimaat’ is ‘gemiddeld weer’ over een periode, bijvoorbeeld enkele decennia. Wanneer we klimaatverandering willen bepalen, dan zullen we dus over langere periodes dan een jaar moeten kijken. Het is daarom onzin om het ontbreken van menselijke klimaatverandering te ‘bewijzen’ door naar de wereldtemperatuur te kijken tussen januari 2007 en januari 2008. Inderdaad nam de temperatuur in die periode met ongeveer 0,6° Celsius af. Maar in februari en maart 2008 is die koeling al weer gehalveerd.

Conclusies over klimaatverandering moeten dus worden verbonden aan het saldo van stijgingen en dalingen over een periode van tientallen jaren. Zo kan in een langer tijdsperspectief van meer dan 150 jaar de ongemakkelijke waarheid aan het licht komen dat de jaren ’90 het warmste decennium zijn geweest en dat het gemiddelde van 2001-2007 daar inmiddels weer 0,2° Celsius boven ligt. Een koude januari in 2008 betekent dus niet dat mondiale opwarming voorbij is.

Keuze voor beleid is aan de politiek

De wetenschap is helder: het is meer dan 90% zeker dat de mens het merendeel van de opwarming de afgelopen 50 jaar heeft veroorzaakt, die opwarming zet zonder maatregelen door, en is met maatregelen binnen de perken te houden. De klimaatpolitiek dient zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hoe het met dit solide wetenschappelijk fundament om wil gaan.

Auteur(s)Arthur Petersen, Bas Eickhout, Bart Strengers (Planbureau voor de Leefomgeving, PBL, Bilthoven), Rob van Dorland (Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut, KNMI, De Bilt)
Publicatiedatum26-05-2008
ReferencePlanbureau voor de leefomgeving (PBL)