Planbureau voor de Leefomgeving

Zijn modellen geschikt om emissiefactoren van indirecte landgebruiksveranderingen te bepalen?

Rapport | 25-05-2010
Foto van een biomassa installatie

Biobrandstoffen hebben de potentie om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren. Naast directe emissies uit de productieketen kunnen ook emissies van indirect landgebruik deze potentie verminderen. Daarom wordt onderzocht of daarvoor een extra emissiefactor kan worden opgenomen in de duurzaamheidscriteria die de EU hanteert. Met een aantal integrale modellen kunnen indirecte emissies worden berekend en vergeleken. Dat geeft inzicht in de orde van grootte, maar de complexiteit en de daarmee samenhangende aannames leiden tot relevante verschillen in uitkomsten. Bovendien varieert de indirecte emissie in de tijd met veranderende omstandigheden.

Links

Modellen bieden beperkt houvast om emissiefactoren van indirect landgebruik voor biobrandstoffen te bepalen

In de huidige duurzaamheidscriteria voor biobrandstoffen die de EU hanteert zijn minimum waarden opgenomen voor de vermindering van broeikasgasemissies ten opzichte van fossiele brandstoffen, berekend over de gehele productieketen. Indirecte emissies zijn hier niet in opgenomen. Vooral de emissies van de indirecte omzetting van land met een natuurlijk karakter in landbouwgrond kunnen aanzienlijk zijn. Een van de beleidsopties is het opnemen van een extra emissiefactor (aangeduid met ILUC-factor, voortkomend uit Indirect Land Use Change) in de broeikasgasbalans.

Simulatie landgebruik in werelregio's is essentieel

Modellen kunnen worden ingezet om de indirecte emissies te berekenen. Deze moeten in staat zijn de interactie tussen specifieke productieketens van biobrandstoffen en het dynamische mondiale systeem te analyseren. Een ILUC-factor is een karakteristiek van deze interactie en niet van de biobrandstof alleen. De ILUC-factor varieert daarom in de tijd en met de mate van toepassing van biobrandstof.

Het is essentieel dat de gebruikte modellen landgebruik in alle wereldregio’s kunnen simuleren en de invloed van co-producten zoals veevoer meenemen. Ze moeten ook de afweging tussen extra productie door intensivering van de landbouwproductiviteit dan wel door uitbreiding van het landbouwareaal en vermindering van de consumptie in zich hebben. Vele modellen voldoen hieraan, maar daarbij zijn nog tal van veronderstellingen nodig om genoemde onderwerpen en afwegingen te kunnen kwantificeren. Dit leidt tot aanzienlijke verschillen in uitkomsten van de beschouwde modellen.

De notitie ‘Zijn modellen geschikt om emissie factoren van indirecte landgebruiksveranderingen te bepalen?’ is een verdere uitwerking van het rapport ‘Identifying the indirect effects of bio-energy production’, dat eerder verscheen.

Meer informatie

Identificatie van de indirecte effecten van de productie van bio-energie

Indirecte effecten van biobrandstoffen: intensivering in de landbouw

De bijdrage van bijproducten op de duurzaamheid van biobrandstoffen

Indirecte effecten van biobrandstoffen op biodiversiteit: integrale beoordeling over verschillende ruimte- en tijdschalen

Het verkennen van de indirecte effecten van bio-energie – Benadering met economische modellen.

Bibliografie
Auteur(s)Prins A.G; Stehfest E ; Overmars K.P.and Ros J.P.M.
Rapportnr.500143006
Publicatiedatum25-05-2010
Pagina's12
TaalEngels