Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Evaluatie Meststoffenwet 2012

Rapport | 21-10-2012
Door landbouw beïnvloede sloot

Mede dankzij de inzet van de boeren is onder invloed van het mestbeleid de waterkwaliteit tot ongeveer 2003 verbeterd. Daarna verbeterde de waterkwaliteit nog maar beperkt. Momenteel voldoet op ongeveer de helft van de meetlocaties zowel het grond- als het oppervlaktewater aan het doel voor stikstof. Dit geldt ook voor fosfor in oppervlaktewater. De bodemvruchtbaarheid is niet afgenomen en de kosten van het mestbeleid zijn niet gestegen.

25 jaar Nederlands mestbeleid: de waterkwaliteit is beter, maar doelen nog niet bereikt

Nederland voert al 25 jaar mestbeleid met als doel om de milieubelasting door het gebruik van de voedingsstoffen stikstof en fosfor in meststoffen terug te dringen. Daarbij gaat het vooral om de milieubelasting te verminderen en daarmee de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater te verbeteren. Door het huidige mestbeleid verbetert de grondwaterkwaliteit na 2010 mogelijk nog licht, voor de oppervlaktewaterkwaliteit zal dit nauwelijks het geval zijn. Wil Nederland overal de doelen voor oppervlakte- en grondwater realiseren, dan is het nodig het mestbeleid verder aan te scherpen.

Grondwaterkwaliteit onvoldoende in lössregio en in zuidelijk zandgebied

In de zandregio en in de lössregio (löss is heel fijn zand dat door de wind vooral in Zuid-Limburg is afgezet) ligt de gemiddelde nitraatconcentratie boven de norm van 50 milligram nitraat per liter (zie onderstaande figuur). In regio’s met klei- en veengronden ligt de gemiddelde nitraatconcentratie ruim onder het doel. Binnen de zandregio zijn er grote verschillen. In het zuidelijk zandgebied ligt de gemiddelde nitraatconcentratie nog ruim tweemaal zo hoog als het doel, terwijl in het noordelijk en centraal zandgebied gemiddeld het doel wordt bereikt.

 lijngrafiek met nitraat (per liter) in bovenste grondwater van landbouwgrond 1992-2010; In de zandregio en in de lössregio  ligt de gemiddelde nitraatconcentratie boven de norm van 50 milligram nitraat per liter. In regio’s met klei- en veengronden ligt de gemiddelde nitraatconcentratie ruim onder het doel (RIVM)

Dat de gemiddelde nitraatconcentratie in het zuidelijk zandgebied hoger is dan in de andere zandgebieden, komt onder andere doordat er hier meer gewassen en bodems voorkomen die gevoelig zijn voor uitspoeling van stikstof. Ook na 2010 wordt in het zuidelijk zandgebied en in de lössregio het doel nog niet bereikt.

De grondwaterkwaliteit is bij melkvee- en derogatiebedrijven beter dan bij andere bedrijven

Bij melkveebedrijven ligt de nitraatconcentratie in het grondwater in de zandregio gemiddeld rond het doel. Ook bij bedrijven met meer dan 70 procent gras -veelal melkveebedrijven- die met EU-toestemming meer stikstof via dierlijke mest gebruiken (derogatiebedrijven) is dat het geval. Dit is in overeenstemming met de criteria voor derogatie in de Nitraatrichtlijn. Bij akkerbouw- en hokdierbedrijven liggen de concentraties 1,5 tot 2,5 maal hoger dan bij melkvee- en derogatiebedrijven.

Oppervlaktewaterkwaliteit reageert traag op mestbeleid

Het mestbeleid werkt minder direct door op de oppervlaktewaterkwaliteit dan het beleid gericht op de aanpak van lozingen door industrie en rioolwaterzuiveringsinstallaties. Dit komt door de bufferende werking van de bodem die vooral voor fosfor sterk is. Af- en uitspoeling van stikstof en fosfor vormen nu de belangrijkste bron van de belasting van regionale wateren.

Toekomstig mestbeleid: kansen en risico's

Het mestbeleid na 2013 biedt kansen voor het ondernemerschap maar heeft risico’s voor het milieu, vooral in Zuid-Nederland. Er is een extra risico dat zowel water- als luchtkwaliteit verslechteren als de veestapel na afschaffing van de melkquotering en de productierechten voor varkens en pluimvee in 2015 weer gaat groeien.

De synthese van de evaluatie van de meststoffenwet 2012 is uitgevoerd door het PBL in samenwerking met de WUR, Deltares en RIVM op verzoek van de ministeries van Economische zaken, Landbouw en Innovatie en van Infrastructuur en Milieu.

Meer lezen in de achtergrondrapporten

Auteur(s)Jaap Willems en Marian van Schijndel
Rapportnr.500252001
Publicatiedatum22-10-2012
Pagina's150
TaalNederlands