Huishoudens

Hoe de ontwikkeling van het aantal huishoudens verloopt, is belangrijk voor de planning van de woningbouw. In de afgelopen decennia is het aantal huishoudens voortdurend sterk gestegen, waarbij het groeitempo twee keer zo hoog was als het tempo van de bevolkingsgroei. In de komende decennia blijft het aantal huishoudens naar verwachting sterk doorgroeien.
Huishoudens

- download alle kaarten over huishoudens (ZIP, 1.4MB)
In vrijwel alle regio’s neemt het aantal huishoudens tussen 2010 en 2025 toe. Net als bij de bevolkingsgroei, loopt de Randstad in de toename van het aantal huishoudens voorop. In termen van procentuele groei van het aantal huishoudens is Flevoland de koploper, waarbinnen Almere de stad is die het sterkste groeit. Ook in de Noord- en Zuidvleugel van de Randstad is de relatieve groei sterk. Met name de vier grote gemeenten daarbinnen groeien sterk. Buiten de Randstad zijn het vooral de gemeenten met een bovenregionale functie die in de komende vijftien jaar waarschijnlijk stevig groeien. Voorbeelden hiervan zijn Groningen, Nijmegen, Tilburg, Breda, Zwolle, Eindhoven, Leeuwarden en Arnhem.
Bij de gemeentelijke bevolkingsgroei is krimp een vrij breed voorkomend verschijnsel, maar bij het aantal huishoudens speelt krimp een zeer bescheiden rol. Enkel in de huidige krimpregio Delfzijl en omgeving wordt tussen 2010 en 2025 een duidelijke krimp verwacht. Dat betekent dat bevolkingskrimp in veel gevallen niet samengaat met een huishoudensafname. Dit komt omdat het proces van gezinsverdunning compenserend inwerkt op de bevolkingskrimp. Bevolkingskrimp treedt veelal op in de meer vergrijsde gemeenten; hier vallen door sterfte weliswaar veel levenspartners weg maar het huishouden blijft bestaan, nu als eenpersoonshuishouden. Daarnaast leidt het uit elkaar gaan van samenwonende partners tot extra huishoudens, omdat beide partners dan meestal zelfstandig gaan wonen.
In de periode 2025-2040 gaat krimp van het aantal huishoudens een wat belangrijker rol spelen, hoewel in het merendeel van de gemeenten het aantal huishoudens zal blijven toenemen.
Eenpersoonshuishoudens

- download alle kaarten over eenpersoonshuishoudens (ZIP, 1.7MB)
Ruim drie op de tien huishoudens is momenteel een eenpersoonshuishouden. In 2040 zal dit vier op de tien huishoudens zijn. Eenpersoonshuishoudens vormen de motor achter de groei van het aantal huishoudens in de toekomst.
In de grote steden en in het bijzonder de universiteitssteden ligt het aandeel eenpersoonshuishoudens hoog. Veel jongeren trekken naar de grote stad voor het volgen een opleiding of het vervullen van een eerste baan. In Amsterdam, Groningen en Wageningen bestaat ruim de helft van de huishoudens uit dit type. In een aantal plattelandsgemeenten ligt het aandeel eenpersoonshuishoudens ook hoog, zoals langs de kust van Noord-Holland en rond de Vecht. Deze gemeenten zijn landschappelijk zeer aantrekkelijk en trekken veel ouderen die na het overlijden van de partner hier alleen achter blijven. In diverse christelijke gemeenten is het aandeel eenpersoonshuishoudens juist vrij laag. In deze gemeenten trouwen jongeren relatief jong en komen scheidingen minder vaak voor. Ook in gemeenten met veel nieuwbouw ligt het percentage eenpersoonshuishoudens vaak laag, omdat hier veel jonge gezinnen met kinderen wonen.
Eenpersoonshuishoudens 65 jaar of ouder

Het aandeel eenpersoonshuishoudens van 65 jaar of ouder ten opzichte van het totaal aantal eenpersoonshuishoudens varieert regionaal sterk. Aan de randen van Nederland en in diverse plattelandsgemeenten bestaat meer dan de helft van de eenpersoonshuishoudens uit alleenstaanden van 65 jaar of ouder. In de meeste grote steden en diverse universiteitssteden bestaat ongeveer 1 op de 3 van de eenpersoonshuishoudens uit alleenstaanden van 65 jaar of ouder.
Eenouderhuishoudens

- download alle kaarten over eenouderhuishoudens (ZIP, 1.7MB)
Ongeveer één op de twintig huishoudens is een eenoudergezin. Vroeger ontstonden eenoudergezinnen vooral door het overlijden van een ouder, maar tegenwoordig is scheiding van relaties veruit de belangrijkste oorzaak.
Het percentage eenouderhuishoudens is hoog in diverse gemeenten in Flevoland, Noord-Holland en Zuid-Holland. Vooral in de grotere gemeenten ligt het percentage hoger dan het landelijk gemiddelde en in het bijzonder Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Almere. Dit lijkt verband te houden met een andere leefstijl van de stedelijke bevolking: ze zijn vaker niet gelovig en wonen vaker niet gehuwd samen, hetgeen samengaat met een hogere scheidingskans. Ook wonen hier veel Surinamers en Antillianen, onder wie eenoudergezinnen meer gebruikelijk is. In de meeste plattelandsgemeenten ligt het aandeel eenouderhuishoudens op slechts enkele procenten.
| Auteur(s) | A. de Jong, M. ter Veer, M. Breedijk |
|---|---|
| Publicatiedatum | 18-07-2012 |
