Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Klimaat- en energieroutekaarten naar 2050 in Noordwest Europa

Rapport | 15-10-2012
Foto van houten wegwijzers met windmolens op de achtergrond

Hoewel energiemarkten sterk verbonden zijn en energiebedrijven steeds internationaler opereren, voeren Europese landen nog steeds vooral een nationaal klimaat- en energiebeleid. Er is weinig oog voor de effecten die maatregelen in het eigen land hebben op de buurlanden en andersom. Een betere afstemming tussen deze landen zou de beoogde verduurzaming dichterbij brengen en kosten besparen. Dit blijkt uit een analyse door het PBL van de zogenaamde klimaat- en energie ‘roadmaps’ van Nederland, België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.

Verschillende ambities

Veel Europese landen ontwikkelen plannen voor de transitie naar een koolstofarme samenleving in 2050. Het PBL onderzocht de plannen, de zogenaamde ‘roadmaps’ voor: Nederland, België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Opvallend zijn de grote verschillen in ambitie en aanpak tussen deze landen. Ze hebben zich allemaal in de EU vastgelegd om de uitstoot van broeikassen in 2050 met tenminste 80 procent te verminderen ten opzichte van 1990. In Duitsland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk is ambitieus nationaal beleid in gang gezet om de transitie naar een koolstofarme economie te ondersteunen. Deze landen gaan nationaal voor 2020 al verder dan binnen de Europese Unie gemaakte afspraken voor broeikasgassen en hernieuwbare energie. Nederland, België en Frankrijk zijn nog zoekende naar een stabiele efficiënte benadering. Opvallend is dat plannen van de landen voor een koolstofarme samenleving in 2050 nog heel erg ‘nationaal’ zijn, dus nog heel weinig rekening houden met onderlinge afhankelijkheden en wederzijdse beïnvloeding.

Samenwerking en afstemming

Terwijl nationale visies op de energietransitie heel verschillend zijn, opereren de landen wel in een omgeving waarin sprake is van sterk gekoppelde energiemarkten, grensoverschrijdende gas- en elektriciteitsinfrastructuur, internationaal opererende energiebedrijven en netwerkbeheerders, en technologieontwikkeling in een mondiaal samenspel. Zo zorgt de expansie van hernieuwbare energie in Duitsland voor piektransporten op het Nederlandse elektriciteitsnet en zullen investeerders beslissingen eerder baseren op gunstige subsidieregimes dan waar hernieuwbare energie het meest efficiënt kan worden opgewekt. Het PBL heeft tenminste zes onderwerpen geïdentificeerd waarop nauwere samenwerking en afstemming tussen de landen gewenst is, willen ze elkaar niet in de weg zitten bij een efficiënte uitvoering van hun klimaat- en energieplannen. De belangrijkste onderwerpen zijn: het balanceren van variabele wind- en zonnestroom op het Europese elektriciteitsnet, stimuleringsregimes voor hernieuwbare energie en de rol van gas in de toekomstige energiemix. Daarnaast is afstemming gewenst bij de ontwikkeling van de afvang en opslag van CO2, de inrichting van een transportsysteem op elektriciteit of waterstof en de regulering voor de duurzame inzet van bio-energie.

Draagvlak

Het is opvallend dat er in Denemarken, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk breed politiek en maatschappelijk draagvlak bestaat voor de energietransitie. Bovendien is het hoogste politieke niveau er actief bij betrokken. Ook in Frankrijk lijkt het die kant op te gaan. In Duitsland en Denemarken is de energietransitie het meest nadrukkelijk onderdeel van meerdere politieke ambities; naast het beheersen van de klimaatverandering is dat ook de energievoorzieningszekerheid, en nationale industrie- en innovatiepolitiek.

Auteur(s)Jos Notenboom, Pieter Boot, Robert Koelemeijer, Jan Ros
Rapportnr.500269001
Publicatiedatum15-10-2012
Pagina's30
TaalEngels
OpmerkingenErratum: in tabel 2.2 zijn de gasvoorraden uitgedrukt in billion m³ ipv trillion m³