Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Natuurverkenning 2010-2040: Visies op de ontwikkeling van natuur en landschap

Rapport | 26-01-2012
Foto van een boom in een aangelegd parklandschap

De Natuurverkenning 2010-2040 maakt zichtbaar dat partijen in de samenleving heel verschillende motieven hebben om zich met natuur bezig te houden. Om tot een vernieuwend natuurbeleid te komen, moeten deze uiteenlopende drijfveren worden gerespecteerd. Dat opent bovendien perspectieven voor nieuwe coalities tussen natuur en andere sectoren.

Na twee decennia relatieve rust is het natuurbeleidsveld op drift

De Natuurverkenning 2010-2040 verschijnt in een turbulente tijd. In het natuur- en landschapsbeleid en aangrenzende beleidsvelden zijn sinds het aantreden van het kabinet Rutte ingrijpende veranderingen gaande. In het natuurbeleid van de afgelopen twee decennia lag het accent op de procedurele uitvoering van complexe regels, maar dit ondervindt in de maatschappij steeds meer weerstand. Met deze Natuurverkenning draagt het PBL handvatten aan voor een nieuwe visie op natuur en natuurbeleid. Een strategische visie die het natuurbeleid weer midden in de samenleving kan zetten en een stevig fundament legt voor meervoudig gebruik van natuur en landschap. Nieuw is het gebruik van normatieve toekomstscenario’s als hulpmiddel om de achterliggende drijfveren voor natuur te verhelderen.

Natuurbeleid weer midden in de samenleving

In de samenleving bestaan sterk uiteenlopende beelden over wat natuur is. Voor de een is bijvoorbeeld een groen bedrijventerrein natuur, voor de ander gaat het om bedreigde soorten en wildernis. Het PBL heeft deze verschillende uitgangspunten vertaald in toekomstbeelden voor natuur (‘kijkrichtingen’) en handvatten voor het beleid.

Vier kijkrichtingen geven ideeën voor nieuwe coalities

De kijkrichting (‘vitale natuur’), toont hoe Nederland eruit kan zien als het beleid zich richt op het behoud en herstel van internationaal belangrijke biodiversiteit. De tweede kijkrichting (‘beleefbare natuur’) als Nederland zich concentreert op het ontwikkelen van recreatiegroen, vooral in de buurt van grote steden. De derde kijkrichting (‘functionele natuur’) laat zien wat de gevolgen kunnen zijn als we de diensten die de natuur levert duurzamer gebruiken. Tot slot toont de laatste kijkrichting (‘inpasbare natuur’) de gevolgen van het versterken van de economische lusten van natuur en de vermindering van lasten van wet- en regelgeving. In de praktijk zullen combinaties van deze scenario’s voorkomen, waarbij Nederland tenminste zal moeten voldoen aan haar internationale verplichtingen. De toekomstbeelden laten zien dat Nederland er heel verschillend kan uitzien in 2040, afhankelijk van welk beleid wordt gevoerd vanaf nu. Het denken in meerdere toekomstbeelden opent ook de weg naar nieuwe coalities van de natuursector met andere sectoren, zoals met de bouwsector of watersector of vernieuwde coalities met de landbouw.

Website Natuurverkenning 2010-2040

Meer handvatten voor vernieuwing van natuurbeleid zijn te vinden op de website Natuurverkenning

Wettelijk product

De Natuurverkenning is een wettelijk product van het PBL en verschijnt elke vier jaar. De Natuurverkenning 2010-2040 is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met Wageningen UR.

Auteur(s)Rijk van Oostenbrugge, Petra van Egmond, Ed Dammers, Arjen van Hinsberg (allen PBL); Dick Melman, Janneke Vader, Wim Wiersinga (allen WUR)
Publicatiedatum26-01-2012
ISBN978-90-78645-88-7
Pagina's139
TaalNederlands