Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Nieuwe Steden in de Randstad

Rapport | 26-09-2012

Deze publicatie bespreekt het heden en verleden van de zogenaamde 'groeikernen' en verkent hun toekomst. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de ontwikkelingen vanuit het perspectief van die groeikernen zelf, maar ook naar hun positie in de nationale verstedelijkingsopgaven, zoals de recentelijk gelanceerde 'metropoolregio'.

Nieuwe fase

De term 'groeikern' komt van het 'groeikernenbeleid', dat in 1972 gestalte kreeg. Dit beleid, waarmee de overheid het verstedelijkingsproces in goede banen wil leiden, was gebaseerd op een model dat in jargon bekend staat als 'gebundelde deconcentratie'. Vanaf de jaren tachtig werd dit verstedelijkingsmodel vervangen door achtereenvolgens het model van 'de compacte stad', 'de netwerkstad', 'het stedelijk netwerk' en meest recentelijk 'de metropoolregio', waarbij steden, buitenwijken en het platteland met elkaar samenhangen en elkaar aanvullen. Wat is de plek en het ontwikkelingsperspectief van nieuwe steden binnen de metropoolregio en wat zou die moeten zijn? Dit is een actuele en urgente vraag voor alle overheden die bij de metropoolregio’s zijn betrokken. Deze vraag heeft er mede toe geleid dat de selectie van steden die in deze publicatie wordt besproken, is beperkt tot de Randstad. Het gaat om: Almere, Capelle aan de IJssel, Haarlemmermeer, Houten, Nieuwegein, Purmerend, Spijkenisse en Zoetermeer.

Ontwikkeling van groeikernen

De ontwikkeling van de groeikernen beweegt zich binnen verschillende spanningsvelden, die in deze publicatie aan de orde komen.

Dit zijn:

  • de stad en de buitenwijk,
  • stedelijkheid en suburbaniteit
  • de schaalniveaus van het nationale ruimtelijk beleid
  • de lokale stedenbouwkundige opgave

Om de voormalige groeikernen te kunnen vergelijken, zijn deze weergegeven op een assenkruis met een ruimtelijke en een sociaaleconomische dimensie. Bij de ruimtelijke dimensie worden de uiteinden gevormd door de 'suburbane stad', een monofunctioneel woongebied met veel forenzen en de 'complete stad', met goed bereikbare activiteitencentra, een gedifferentieerde woningvoorraad, een uitgebreid voorzieningenpakket en een hoge werkgelegenheid. De as met de sociaaleconomische dimensie heeft als uitersten woonlocaties voor 'gearriveerden', bewoners met een hoge opleiding en koopkracht en voor 'stijgers', bewoners met een lage opleiding en koopkracht.

 schema  met de positionering van groeikernen op een sociaal-economische en ruimtelijk-functionele as (PBL)

In deze figuur wordt de huidige positie van de acht onderzochte nieuwe steden weergegeven. Er zijn globaal drie groepen te onderscheiden:

  • Houten, met een duidelijk profiel als woonstad voor gearriveerden,
  • Spijkenisse, Purmerend en Almere als suburbane stad voor stijgers,
  • de middengroep, die zich beweegt in de richting van de complete stad en een steeds meer stedelijk karakter krijgt.

Van sommige groeikernen is de positie in de loop der jaren stabiel gebleven. Dat geldt voor de ‘woonstad voor gearriveerden’ Houten, het geldt deels ook voor de steden voor stijgers als Spijkenisse, Purmerend en Almere. Andere groeikernen als Zoetermeer, Capelle aan den IJssel en Nieuwegein hebben een 'doorstroomfunctie' in de regio en herbergen een grotere diversiteit aan bevolkingsgroepen en functies.

Samenhang

In het huidige rijksbeleid wordt verstedelijking gezien als onderdeel van de metropoolvorming. Het doel van de metropoolvorming in de Randstad is versterking van de economische positie van Nederland. De metropoolregio’s bestaan niet alleen uit steden, maar ook uit omvangrijke suburbane gebieden. Goede suburbane en groene woon- en werkgebieden zijn van groot belang voor de economische positie van de metropoolregio’s, omdat deze in trek zijn bij een aantal bevolkingsgroepen. Maar die opgave krijgt tot nu toe weinig aandacht in het verstedelijkingsbeleid. Deze studie laat zien dat al tijdens de totstandkoming van de groeikernen de opgave niet gericht was op specifieke kwaliteiten van suburbane woonmilieus, omdat de keuze van de locatie en de aantallen te bouwen woningen voorop stonden. Later zijn de suburbane woonmilieus in de schaduw komen te staan van de binnenstedelijke herstructureringsopgave en van de compacte stad. Hierdoor worden kansen gemist om te komen tot een evenwichtige samenstelling van woonmilieus in metropoolregio’s. In plaats van te focussen op de grote steden in de regio zou gekeken moeten worden naar samenhang tussen grote steden, groeikernen, infrastructuur en landschap. Dit leidt tot verschillende economische functies, diversiteit in voorzieningen en woonbuurten die elkaar aanvullen en profiteren van de ligging in een attractief, metropolitaan landschap.

Duurzame verstedelijking

Het vormgeven van specifieke suburbane stedelijke gebieden is een essentieel onderdeel van de totstandkoming van duurzame verstedelijking op het niveau van de Nieuwe Stad en op het niveau van de metropoolregio. De 'duurzame stad' is een stad die nieuwe sociaaleconomische en functionele ontwikkelingen kan accommoderen zonder dat daarvoor grote structurele aanpassingen noodzakelijk zijn. Het is een opgave om nieuwe suburbane plekken te maken, die samen een goed functionerende metropoolregio vormen. Dat zijn enerzijds klassieke woonwijken, maar ook zullen plekken ontstaan die gerichte combinaties bevatten van wonen, werken en recreëren, met nieuwe mobiliteitsdiensten en nieuwe bedrijvigheid.

Dat vraagt op termijn om ruimtelijke aanpassingen, maar het doel van duurzame verstedelijking moet zijn om grote herstructureringsoperaties als die van de laatste decennia te vermijden. Zowel de groeikernen als de daarna ontstane Vinex-wijken laten mogelijkheden én belemmeringen hiervoor zien. Een belangrijke beperking van zowel groeikernen als Vinex-wijken is dat grote woongebieden in één keer zijn gebouwd, waardoor ze ook tegelijkertijd verouderen. Een belangrijk voordeel van de groeikernen is hun ruime en flexibele opzet, waardoor gemakkelijk nieuwe functies kunnen worden toegevoegd. Daardoor is er in de groeikernen ruimte voor dynamiek op verschillende schaalniveaus: stad, wijk en buurt.

Metropoolvorming vraagt om een verstedelijkingsstrategie die zich richt op de gehele regio. Op dat niveau zal een ruimtelijk en landschappelijk raamwerk ontwikkeld moeten worden dat voorwaarden biedt voor meer spontane, informele ontwikkelingen en nieuwe vormen van suburbane stedelijkheid mogelijk maakt. De Nieuwe Steden kunnen een sleutelpositie vervullen in zo’n raamwerk, door hun gunstige ligging en bereikbaarheid, en de aanwezige suburbane en stedelijke kwaliteiten.

Atlas Nieuwe Steden

Tegelijkertijd met het PBL rapport kwam bij uitgeverij Trancity de Atlas nieuwe steden uit, waarin de plannings-, ontwerp-, en bewoningsgeschiedenis van de groeikernen beschreven wordt. Tezamen geven beide publicaties niet alleen een inzicht in één van de meest productieve perioden uit de Nederlandse ruimtelijke ordening, maar ook in de toekomstperspectieven van suburbaan Nederland.

Auteur(s)Arnold Reijndorp, Like Bijlsma, Ivan Nio, Ries van der Wouden
Rapportnr.9999
Publicatiedatum26-09-2012
TaalNederlands