Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

OESO milieuverkenning tot 2050

Rapport | 15-03-2012
Plaatje met pijlen waarop een peroon is geplaats.

Meer daadkracht in het milieubeleid is nu nodig om onze welvaart in de toekomst te waarborgen. Door de economische groei en bevolkingstoename is wereldwijd het milieu aangetast en is de beschikbaarheid van natuurlijke hulpbronnen onder druk komen te staan. Dat blijkt uit de mondiale milieuverkenning tot 2050, een gezamenlijk product van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en het Planbureau voor de Leefomgeving.

Meer daadkracht nodig in milieubeleid

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) maakt milieuverkenningen om beleidsmakers beter inzicht te geven in de schaal en samenhang van toekomstige uitdagingen rond milieu. De OESO maakt daarbij gebruik van modellen om projecties te maken. Voor deze verkenning is intensief samengewerkt met het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

De milieuverkenning tot 2050 verkent de gevolgen voor het milieu als meer ambitieuze maatregelen voor het beheer van onze natuurlijke hulpbronnen uitblijven. De verkenning stelt beleidsmaatregelen voor die deze situatie zouden kunnen verbeteren en richt zich op de vier meest urgente thema's: klimaatverandering, biodiversiteit, water en de gezondheidsimplicaties van vervuiling.

Hoe zou het milieu er in 2050 uit kunnen zien?

In 2050 zal de wereldbevolking volgens deze projectie van zeven miljard naar meer dan negen miljard personen stijgen. De wereldeconomie zal bijna viermaal zo groot worden, met een groeiende vraag naar energie en natuurlijke hulpbronnen als gevolg. De druk op het milieu zal verder toenemen. In 2050 kan zonder een ambitieuzer beleid, de volgende situatie worden geschets:

  • Klimaatverandering zal verder ontwrichten
  • Biodiversiteitsverlies zet door
  • Water wordt schaarser
  • Gezondheidschade door luchtverontreining substantieel

Welke beleidsmaatregelen kunnen deze vooruitzichten veranderen?

Verstandig beleid kan de trends, zoals geschetst in het Referentiescenario van deze verkenning, ombuigen. Gezien de complexiteit van de milieuproblematiek moeten er allerlei verschillende beleidsinstrumenten worden gebruikt, vaak in combinatie. Er zijn enkele gemeenschappelijke uitgangspunten:

  • Maak vervuiling duurder dan groene alternatieven; bijvoorbeeld door milieuheffingen en verhandelbare emissierechten. Dergelijke marktinstrumenten kunnen ook voor belastingopbrengsten zorgen.
  • Waardeer en beprijs natuurlijke hulpbronnen en ecosystemen; bijvoorbeeld door de werkelijke kosten van watervoorziening in rekening te brengen, wat een effectieve manier is om schaars water toe te wijzen. Dat kan door gebruikers te laten betalen voor ecosystemen, zoals bij ecotoerisme.
  • Schaf milieuschadelijke subsidies af; een belangrijke stap voor de juiste beprijzing van het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en vervuiling (bijvoorbeeld. subsidie voor fossiele brandstoffen, goedkope of gratis elektriciteit voor het oppompen van water voor irrigatie).
  • Zorg voor effectieve reguleringen en normen; bijvoorbeeld om de menselijke gezondheid of milieu-integriteit te waarborgen of om energie-efficiëntie te stimuleren.
  • Zorg voor groene innovatie; bijvoorbeeld door vervuilende productie- en consumptiemethodes duurder te maken en door overheidsinvesteringen in onderzoek en ontwikkeling (R&D).

Meer informatie

Auteur(s)A.J.G. Manders et.al
Rapportnr.500113003
Publicatiedatum15-03-2012
Pagina's10
TaalNederlands