Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Vergroening van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

Rapport | 20-02-2012
Foto van klaprozen en graan op glooiende heuvels

De voorgestelde vergroeningsmaatregelen voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van de EU hebben slechts een relatief kleine invloed op de verduurzaming van de landbouw. De Europese landen moeten 30 procent van het budget voor de eerste pijler (inkomenstoeslagen) besteden aan deze maatregelen: een bedrag van 13 miljard euro per jaar.

Deze vergroeningsmaatregelen kunnen doeltreffender worden gemaakt door de inrichting van de voorgestelde ecologische aandachtsgebieden af te stemmen op de lokale omstandigheden en door de vorming van een groene infrastructuur te bevorderen. Als 5 tot 10 procent van de totale GLB-begroting besteed zou worden aan het stimuleren van meer duurzame veehouderijsystemen, dan zou een aantal hardnekkige problemen in de intensieve veehouderij op het gebied van milieu, diergezondheid en dierenwelzijn dichter bij een oplossing komen. Dit concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in haar rapport Greening the CAP: An analysis of the effects of the European Commission’s proposals for the Common Agricultural Policy 2014–2020 .

Verwacht effect van de vergroening van de eerste pijler op biodiversiteit

De Europese Commissie heeft drie vergroeningsmaatregelen voorgesteld als nieuwe onderdelen van de directe betalingen aan boeren (eerste pijler): ecologische aandachtsgebieden, gewasdiversificatie en behoud van blijvend grasland. Volgens de voorstellen moeten boeren 7 procent van hun areaal inrichten als zogenoemd ecologisch aandachtsgebied: land dat braak ligt, landschapselementen, ruigtestroken of beboste percelen. De PBL-studie schat dat deze eis leidt tot 1 procent meer soortenrijkdom in het landbouwgebied (en daarnaast tot vermindering van de landbouwproductie). Afhankelijk van de regio en hoe boeren de maatregel uitvoeren, kan het effect op de soortenrijkdom ook groter zijn. De twee andere vergroeningsmaatregelen (gewasdiversificatie en behoud van blijvend grasland) hebben nauwelijks een effect op biodiversiteit. Vergroening van de eerste pijler vertraagt de huidige afname van biodiversiteit, maar zal deze niet stoppen. Het stoppen van het biodiversiteitsverlies in landbouwgebieden is van belang om de EU-biodiversiteitdoelstelling te realiseren. Een beter ontworpen GLB zou hierin een centrale rol kunnen spelen. Zo zou de vergroening zich kunnen richten op de tot standkoming van meer aaneengesloten ecologische aandachtsgebieden binnen de landbouwgebieden.

 kaart Europa met daarin weergegeven het effect van vergroeningsmaatregelen van pijler I op relatieve soortenrijkdom op landbouwgrond in 2020 (PBL)

Weinig effect op de uitstoot van broeikasgassen

De vergroeningsmaatregelen leiden samen waarschijnlijk tot een vermindering van de jaarlijkse emissie van broeikasgassen uit de landbouw met circa 7 Mt CO2 equivalenten. Dit komt overeenkomt met 2 procent van de emissies uit de Europese landbouw. Het effect wordt echter deels teniet gedaan door een hogere emissie van broeikasgassen buiten de EU: daar neemt de landbouwproductie immers toe als gevolg van de lagere productie in de EU. De 2 procent jaarlijkse reductie zou vooral te danken zijn aan het verminderde gebruik van kunstmest en de bijbehorende uitstoot van lachgas bij invoering van de ecologische aandachtsgebieden. De voorgestelde maatregel met betrekking tot het behoud van blijvend grasland heeft waarschijnlijk weinig effect op de feitelijke landbouwpraktijk omdat het op grote schaal scheuren van deze graslanden toch niet wordt verwacht. Bovendien staat het voorstel van de Commissie een beperkte mate (5 procent) van scheuren toe. De maatregel zal daarom een zeer bescheiden effect hebben op het tegengaan van emissies door het scheuren van grasland. Het voorstel van de Europese Commissie richt zich vooral op CO2, terwijl verreweg de meeste landbouwgerelateerde broeikasgasemissies in de vorm van methaan en lachgas zijn.

Weinig aandacht in herziening GLB voor veehouderij, maar grote uitdagingen

De veehouderij wordt – meer dan de akkerbouw – in verband gebracht met hardnekkige duurzaamheidsvraagstukken, zoals dierenwelzijn, volksgezondheidrisico's als gevolg van het gebruik van antibiotica en de emissie van nutriënten en broeikasgassen. De voorstellen van de Europese Commissie bieden echter geen stimulans voor flinke verbeteringen in de veehouderij. Als 5 tot 10 procent van het GLB-budget zou worden gebruikt voor investeringen in verbeterde stalsystemen en landbouwpraktijken, dan zou dat een sterke impuls zijn om de veehouderij duurzamer te maken.

Voorstel leidt waarschijnlijk niet tot ander effect van GLB op ontwikkelingslanden

De voorgestelde hervorming zal de invloed die het GLB heeft op ontwikkelingslanden nauwelijks veranderen. Ontwikkelingslanden hebben het meeste baat bij een verdere vermindering van marktverstorende maatregelen. Ook zouden deze landen kunnen profiteren van een betere samenwerking op het gebied van verspreiding van innovaties en technologieën, die met GLB-financiering worden ontwikkeld.

Auteur(s)Henk Westhoek, Henk van Zeijts, Maria Witmer, Maurits van den Berg, Koen Overmars, Stefan van der Esch & Willem van der Bilt
Rapportnr.500136007
Publicatiedatum20-02-2012
Pagina's30
TaalEngels