Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Beoordeling Programmatische Aanpak Stikstof: De verwachte effecten voor natuur en vergunningverlening

Rapport | 21-10-2014
Foto van snelweg door Nederlands natuurgebied

Met de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) wil het kabinet beschermde stikstofgevoelige natuurgebieden laten herstellen en tegelijkertijd rondom deze gebieden ruimte voor economische ontwikkelingen creëren. Het PBL heeft gekeken naar de verwachte werking van de PAS in de praktijk, toegespitst op de eerste programmaperiode – van 2015 tot en met 2020.

Natuurherstel én economische ontwikkeling

De PAS geeft naar verwachting een impuls aan het herstel van stikstofgevoelige natuur en kan tegelijkertijd de economische bedrijvigheid rond deze gebieden weer vlot trekken.

Verplichting doorbreekt impasse in uitvoering herstelmaatregelen

Het meeste effect van de PAS valt te verwachten van de voorgestelde duurzame herstelmaatregelen, met name bestrijding van verdroging. Zulke maatregelen wachten vaak al jaren op uitvoering. Naar verwachting doorbreekt de PAS deze impasse.

Onzekerheden in de uitvoering

In de PAS nemen Rijk en provincies een voorschot op te verwachten gunstige effecten van de voorgestelde maatregelen. De hierdoor ontstane ruimte geven zij vrij voor extra vergunningverlening. De uitvoering van de PAS is echter omgeven door onzekerheden. Het gevaar is reëel dat in een aantal gebieden het vereiste natuurherstel uitblijft. De overheid geeft daar dan op voorhand ontwikkelingsruimte vrij die er achteraf gezien niet blijkt te zijn, waardoor de natuur ter plekke verder achteruit gaat. Om dit te voorkomen, vindt het PBL het raadzaam om de voortgang van het programma nauwkeurig te volgen en voorzichtig te zijn met het van te voren uitgeven van ontwikkelingsruimte.

Ammoniakdiscussie versterkt noodzaak tot tijdige monitoring en bijsturing

De huidige discussie over mogelijke oorzaken voor het verschil in gemeten en berekende concentratie ammoniak (waarmee de ontwikkeling van stikstofdepositie samenhangt) verhogen de noodzaak voor tijdige monitoring en bijsturing. Een ander element in de discussie betreft de effectiviteit van maatregelen in de landbouw vanaf 1990. Hierover hebben WUR, RIVM en PBL een bericht opgesteld.

Op 21 oktober 2014 verschijnt ook het rapport van de Commissie van Deskundigen Meststoffenwet (CDM) dat ingaat op de verschillen tussen metingen en berekeningen van ammoniak.

Auteur(s)Rob Folkert (projectleider), Rikke Arnouts, Chris Backes (Universiteit Maastricht), Jan van Dam, Dirk-Jan van der Hoek en Marian van Schijndel
Rapportnr.425
Publicatiedatum21-10-2014
ISBN978-94-91506-81-9
Pagina's98
TaalNederlands