Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

De innovatieve stad

Rapport | 29-05-2016

Steden zijn ambitieus bij het initiëren van verregaande innovatie. Denk daarbij aan het opzetten van living labs en proeftuinen. Het essay ‘De innovatieve stad’ van PBL-onderzoeker David Hamers brengt in beeld onder welke condities Nederlandse steden deze ambities op de terreinen economie, groen en sociaal het beste kunnen realiseren. En hoe zij een balans tussen de terreinen kunnen vinden.

Slagkracht, maatwerk en leervermogen

Het essay De innovatieve stad houdt de belangrijkste actuele perspectieven op innovaties in de economische, groene en sociale stad kritisch tegen het licht. In het Nederlandse rijksbeleid en in het maatschappelijk debat is de veronderstelling dat steden daadkrachtig kunnen optreden, maatwerk kunnen leveren en snel kunnen leren van experimenten. De centrale vraag in het essay is onder welke condities steden hierin slagen. De aandacht gaat hierbij primair uit naar de rol van gemeenten en de Rijksoverheid - in het bijzonder naar nieuwe leerprocessen rondom experimenten, nieuwe soorten kennis die daaruit voortkomen en nieuwe verhoudingen tussen beleidsmakers en burgers die initiatief nemen.

Economie, groen, sociaal: spanningen en raakvlakken

Innovatie betekent op verschillende terreinen steeds iets anders. In de stad als motor van de economie staat efficiency centraal, in de groene stad gaat het om een transitie naar een nieuw energiesysteem en in de sociale stad wordt gestreefd naar gelijke kansen om te participeren. Tussen de domeinen bestaan spanningen, maar er zijn ook raakvlakken die mogelijkheden bieden om tegelijkertijd samenhangende innovaties te realiseren op verschillende terreinen. Het essay verkent deze mogelijkheden.

Institutionele vernieuwing

Overheden die (samenhangende) experimenten en innovaties willen stimuleren, lijken zich nog onvoldoende te realiseren dat dit niet alleen technische en economische vernieuwing inhoudt, maar ook sociale en institutionele vernieuwing. De controle over experimenten is beperkt.

Daarnaast moeten beleidsmakers beseffen dat mislukkingen inherent zijn aan experimenteren en dat succes vele gezichten heeft. Bovendien hebben initiatiefnemers van experimenten vrijheid nodig en voldoende middelen om vernieuwingen in gang te zetten, te testen en door te ontwikkelen. Vrijheid betekent overigens niet dat de overheid zich afwendt van experimenten. Door heldere kaders te bieden, kunnen prioriteiten worden aangegeven en publieke belangen worden gewaarborgd. Als deze kaders worden gedeeld en uitgedragen over de grenzen van verschillende beleidssectoren heen, kan worden voorkomen dat de ene overheid (bestuurslaag of afdeling) voor de burger een partner is, terwijl de andere een hindermacht vormt.

Auteur(s)David Hamers
Rapportnr.2185
Publicatiedatum30-05-2016
Pagina's97