Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Effecten van de energietransitie op de regionale arbeidsmarkt - een quickscan

Rapport | 21-03-2018

Op verzoek van de ministeries van EZK en SZW en de SER heeft het PBL een quickscan uitgevoerd naar de regionale en sectorale gevolgen van de energietransitie voor de Nederlandse arbeidsmarkt. Door de huidige arbeidsmarktsituatie te confronteren met wat het kabinetsdoel vraagt aan investeringen en veranderingen in energieproductie en -gebruik in het jaar 2030, brengt de studie de discrepantie tussen de huidige en de gewenste toekomstige situatie in beeld.

Zo wordt duidelijk in welke sectoren en provincies aanpassingen in de huidige arbeidsmarktsituatie nodig zijn.

Energietransitie: productie verschuift

Het doorvoeren van omvangrijke veranderingen in het Nederlands energiesysteem en de investeringen die daarmee gepaard gaan, zullen op de korte termijn leiden tot meer spanning op de arbeidsmarkt. Door de energietransitie verschuift de productie naar andere sectoren en provincies. Werknemers beschikken echter niet allemaal over de vaardigheden die het nieuwe werk vraagt en zijn beperkt bereid te verhuizen voor het werk. Daardoor blijven tegelijkertijd vacatures onvervuld en hebben werkzoekenden moeite met het vinden van nieuw werk.

Gevolgen verschillen per sector

Niet elke sector zal evenveel en dezelfde gevolgen ondervinden van de energietransitie; in sommige sectoren, zoals de machinebouw en architecten- en ingenieursbureaus, stijgt de vraag naar arbeid en ontstaan extra vacatures, terwijl in andere sectoren de vraag naar arbeid daalt en een deel van de werknemers op zoek moet naar ander werk. Die gevolgen reiken verder dan de energiesector of energiegerelateerde sectoren: door de verschuiving in investeringen richting de energietransitie hebben bedrijven, consumenten en de overheid minder budget voor andere investeringen en consumptie

Spanning arbeidsmarkt neemt toe in alle provincies

Omdat sectoren en investeringen ten behoeve van de energietransitie niet gelijkmatig zijn verspreid over de provincies, verschillen de gevolgen ook per provincie.

In alle provincies zullen naar verwachting meer vacatures ontstaan dan dat er werkzoekenden bijkomen. Bedrijven uit de sectoren waar de vraag naar arbeid stijgt, zullen daardoor moeite hebben met het vervullen van de ontstane vacatures. Dit tekort is nog groter, omdat door mismatches op de arbeidsmarkt niet elke werkzoekende in staat zal zijn elke vacature te vervullen.

Op de langere termijn neemt de spanning af

Door de aanpassingen op de arbeidsmarkt die tussen nu en 2030 plaatsvinden, zal de mismatch en daarmee de spanning op de arbeidsmarkt na verloop van tijd weer afnemen. Mede daardoor wijken de kortetermijneffecten af van de effecten op de langere termijn.

Als het aanbod van arbeid niet verandert zal uiteindelijk ook de totale werkgelegenheid niet toenemen (zie daarvoor de CPB/PBL-studie ‘De werkgelegenheidseffecten van fiscale vergroening’). Maar door de grote dynamiek tijdens een transitie is er veel onzekerheid over wanneer wat voor vaardigheden nodig zijn. Dit kan veranderen door bijvoorbeeld de opkomst van nieuwe technologieën en hangt af van de precieze timing van investeringen. Hierdoor zullen aanpassingen bij de energietransitie mogelijk langer een rol spelen. 

Auteur(s)A. Weterings, O. Ivanova, D. Diodato (CID, Harvard University), M. Lankhuizen (VU), M. Thissen, K. Schure, R. Koelemeijer
Rapportnr.3006
Publicatiedatum21-03-2018
Pagina's58