Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Verslag Nacht van de Circulaire Economie: 'De transitie moet nog komen'

Overig type | 08-10-2017

‘Het stenen tijdperk ging voorbij omdat we iets beters op het spoor waren’, stelde PBL-directeur Hans Mommaas op 5 oktober 2017 tijdens de Nacht van de Circulaire Economie. Lineaire vormen van productie en consumptie hebben hun langste tijd gehad, daarover leek iedereen het roerend eens. Maar hoe krijgt een economie van zo min mogelijk verspilling precies vorm? Proberend en lerend zetten ondernemers én overheden hun beste beentje voor.

In Amsterdam, in een volgepakt Pakhuis de Zwijger, loodst spreekstalmeester Donatello Piras sprekers en bezoekers door een dynamisch programma. Beknopte presentaties worden telkens gevolgd door interactieve sessies met het publiek. Buzzmaster Hester van Dijk haalt uit de vloed van digitale reacties de meest treffende naar voren. Een woordenwolk geeft nu en dan de teneur van de interactieve gedachtenvorming weer.

Voorkomen dat afval ontstaat

Nederland is goed in recyclen, vertelt Mommaas in zijn introductie, maar in een circulaire economie wil je liever voorkomen dat er überhaupt afval ontstaat. Bijvoorbeeld door producten zo te ontwerpen dat de onderdelen opnieuw kunnen worden gebruikt. Of door reststromen uit het ene productieproces als grondstof in te zetten in een ander proces. ‘Het gaat niet alleen om schaarste van grondstoffen. Een circulaire economie is gericht op optimaal inzetten en hergebruiken van grondstoffen. Dat wil zeggen grondstoffen benutten met de hoogste waarde voor de economie en de minste schade voor het milieu.’

 ‘Het mooie en tegelijk ingewikkelde van het verhaal is dat het succes ervan voor een groot deel afhangt maar van hoe wij dingen met elkaar organiseren’ meent PBL-directeur Hans Mommaas.  ‘Ergens moet interactie plaatsvinden tussen nieuwe initiatieven uit de samenleving en regelgeving door de overheid.’ Het prikkelen dan wel belonen van circulaire in plaats van niet-duurzame productievormen is een punt van aandacht. Daarbij komt, legt Mommaas uit, dat voor dit thema Europese doelen of andere maatstaven vooralsnog ontbreken. Naar aanleiding van vragen uit het publiek vraagt Piras of een nieuw kabinet wellicht iets concreets op het oog heeft? ‘Op dit dossier tasten we nog in het duister’.

Wat vindt het publiek?
 

Uit consultatie van het qua leeftijd gemêleerde publiek (circa 40% is jonger dan 35 jaar) blijkt dat de meerderheid (circa 70%) de glasbak al heel circulair vindt en vermoedt dat het vooralsnog slecht (40%) tot matig (50%) gesteld is met het circulaire gehalte van de Nederlandse economie. Wel is meer dan de helft ervan overtuigd dat binnen 20 jaar tijd een veel duurzamer systeem van productie en consumptie in Nederland een feit is.

Schiphol pioniert in de praktijk

Denise Pronk, programmanager Corporate Responsibility Schiphol Group, vertelt dat de luchthaven zes Sustainable Development Goals (VN) heeft omarmd om de eigen verduurzamingsopgave (geen verlies van waarde van reststromen in 2030 en een klimaat neutrale operatie in 2040) handen en voeten te geven. Ervaring is opgedaan met producenten zelf verantwoordelijk maken voor het beheer en onderhoud van onder meer displays en verlichting. Gelijkgestemde partners, die bereid zijn in nieuwe samenwerkingsvormen te investeren, zijn volgens Pronk hiervoor belangrijk.

Ze geeft aan op zoek te zijn naar manieren waarop kleine innovatieve bedrijven kunnen meedoen in de aanbesteding van grote circulaire economieprojecten. Desgevraagd verzekert ze de aanwezigen dat ook de luchtvaartindustrie zelf hard bezig is om te verduurzamen, bijvoorbeeld in de omslag naar vliegen op biobrandstof.  ‘Over 20 jaar is denk ik de commerciële luchtvaart in Europa zo ver.’ Ook verwacht zij dat op die termijn hybride en zelfs elektrische vliegtuigen zijn ontwikkeld. 'Dit zal enorme positieve gevolgen voor de leefomgeving hebben.'

Tenminste houdbaar tot

In Nederland wordt jaarlijks voor € 5 miljard aan voedsel weggegooid. Bob Hutten heeft met zijn Verspillingsfabriek een initiatief genomen om rest- en bijstromen uit de voedingsindustrie niet in de afvalbak te laten belanden door ze te verwerken in nieuwe voedselproducten. De circulaire economie heeft tijd nodig om te rijpen, ervaart hij aan den lijve. Het is lastig om de balans te vinden tussen geld verdienen en maatschappelijke relevantie. ‘Ondernemen in de circulaire economie is niet goedkoper.’ Dat het in tenderprocedures doorgaans om de allergoedkoopste bieder gaat, is bepaald geen prikkel, waarschuwt Hutten. Maatschappelijke relevantie zou zwaarder moeten meewegen.

De kunst is om de markt te vinden die de nieuwe producten afneemt. ‘Daar kan de overheid bij helpen, bijvoorbeeld door naar Deens voorbeeld belasting te heffen op verspilling.’ Hutten besluit zijn betoog met een oproep om in Nederland dit domein, op basis van de aanwezige kennis en efficiency in de sector, te claimen: ‘In het tegengaan van voedselverspilling worden wij de allerbeste van de wereld.’ Als je in een transitie zit, concludeert hij, heb je nog geen richtlijnen of regels die erbij passen. Schaf 'tenminste houdbaar tot' af, is zijn advies.

Regels én gedrag aanpassen

Volgens Maarten Camps, SG van het ministerie van Economische Zaken, is gedragsverandering een belangrijke sleutel. ‘Ingewikkeld, want het gaat om ingesleten patronen bij consumenten, bedrijven en overheid.’ Collega-SG van Infrastructuur en Milieu Lidewijde Ongering haalt het programma Ruimte in Regels aan, waarmee het Rijk initiatieven voor groene groei verder probeert te helpen. ‘Soms moeten we hiervoor regels aanpassen. Laat het ons weten’, maant ze het publiek. Eveline Jonkhoff, strategisch adviseur duurzaamheid en circulaire economie van gemeente Amsterdam, beschouwt ‘samenwerking dwars door de hele productieketen heen’ als een voorwaarde voor het kunnen maken van de benodigde schaalsprong.

De overheid als versneller

EZ, legt Camps uit, ondersteunt initiatieven die de broodnodige innovatie brengen met kennis, een beetje financiering of door partijen bij elkaar te brengen. Dit staat nog in de kinderschoenen. ‘De echte transitie moet nog komen’ aldus Camps. IenM, vertelt Ongering, probeert het goede voorbeeld te geven en heeft de eigen CO2-voetafdruk in een jaar tijd met 16% verkleind. In Amsterdam is de stedelijke stofwisseling in kaart gebracht en is circulair werken een kwestie van ‘leren door te doen’, aldus Jonkhoff. De bouwketen en de biomassaketen hebben een substantiële economische én ecologische impact, zo geeft onderzoek aan. ‘De markt heeft de resultaten omarmd en dat heeft in 2016 geleid tot twee uitvoeringsprogramma’s.’ Zo gaat de gemeente, in de rol van grondbezitter, binnenkort drie bouwkavels ‘circulair tenderen’.

Lerend vermogen en consumenten vinden

De avond samenvattend, noemt Mommaas het verenigen van de systeemwereld met de menselijke maat de voornaamste uitdaging. ‘Gaat het alleen over de technische, formele kant, dan blijft het verhaal leeg. Zodra het gaat over mensen, het zoeken naar gepassioneerde consumenten, dan krijgt het invulling. Die tegenstelling veronderstelt een lerende overheid, die ontzettend goed kijkt naar waar ondernemers tegenaan lopen. Tegelijkertijd moet de overheid niet te ver voor de troepen uitlopen, want dan krijg je een one-size-fits-all-aanpak. Het lerend vermogen van de overheid moet de norm zijn evenals het ontwikkelvermogen van de  ondernemers, die consumenten moeten vinden. Ze moeten met elkaar aan de slag om de transitie te kunnen realiseren‘.

Met een knipoog naar de betogen van de verschillende sprekers sluit poppenspeler Armand Schreurs de Nacht van de Circulaire Economie  knap af met een cabarateske interpretatie.

 

Publicatiedatum09-10-2017