Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Welvaart en Leefomgeving - Horizonscan

Rapport | 10-10-2013
abstracte gebouwen

Economische groei, pensioengarantie, stijgende huizenprijzen en een stabiele bankensector vormen sinds het begin van de crisis in 2008 niet langer de pijlers onder de Nederlandse welvaart. Tegelijkertijd hebben politiek en bestuur steeds minder mogelijkheden om ontwikkelingen in de door de samenleving gewenste richting te sturen. Onzekerheid over hoe we onze welvaart kunnen behouden wakkert de roep om toekomstverkenningen aan. In de vandaag openbaar gemaakte publicatie ‘Welvaart en Leefomgeving – Horizonscan’ heeft het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving), in samenwerking met het CPB (Centraal Planbureau), een aantal belangrijke mondiale en nationale trends op een rij gezet en daarnaast vier onwaarschijnlijke trends verkend.

PBL en CPB benoemen niet alleen trends, maar gaan ook in op de onzekerheid hoe deze zich in de toekomst zullen ontwikkelen. Hiermee hebben de planbureaus een aanzet geleverd voor een nieuwe toekomstverkenning op het terrein van welvaart en leefomgeving (WLO), waarvan het eerste deel naar verwachting in het voorjaar van 2014 zal verschijnen. In het verleden is de WLO door politiek en beleid gebruikt bij afwegingen rondom investeringen voor infrastructuur en stedelijke ontwikkelingen. De laatste WLO verscheen in 2006: ruim voor het begin van de huidige crisis.

Mondiale trends

In het rapport worden de volgende mondiale trends beschreven:

  • De wereldbevolking groeit langzamer en wordt gemiddeld ouder; de vruchtbaarheid neemt overal af. In de westerse landen komt de bevolkingsgroei tot een eind.
  • Het zwaartepunt in de wereldeconomie verschuift naar nieuwe groeilanden. Dat gaat ten koste van de positie van de westerse landen.
  • Een toenemende internationale culturele en economische verweving verandert de economische structuur van landen. Het is niet duidelijk tot hoever die globalisering zal gaan.
  • De snelle ontwikkeling van de nieuwe groeilanden gaat daar gepaard met ingrijpende institutionele hervormingen, maar zij zullen de westerse waarden niet overnemen. Het westers perspectief op mondiale vraagstukken zal aan belang inboeten.
  • De urbanisatie zal verder toenemen. Vooral buiten de westerse wereld zal de groei van steden zeer sterk zijn.
  • De groei van bevolking en economie verhoogt de druk op milieukwaliteit, energievoorraden, bodemgebruik, biodiversiteit, water en voedselvoorziening, vooral als zich ontwikkelende landen in een energie-intensieve fase komen. De verandering van het klimaat zal die schaarste in veel landenregio’s nog verhogen. Daardoor kunnen politieke spanningen ontstaan en neemt de veiligheid af.
  • Technologische innovaties zullen de wereld sterk veranderen, maar hóe is over zo’n lange termijn moeilijk te voorspellen. Op het gebied van digitale media, biotechnologie, nanotechnologie en robotica lijken de verwachte innovaties het meest ingrijpend.
  • Op het wereldtoneel zal de macht van Europa afnemen. Maar Europa blijft een relatief welvarende regio en zal in de toekomst nog steeds migranten aantrekken. Door bevolkingskrimp en vergrijzing zal Europa ook behoefte  hebben aan goed opgeleide migranten om zijn sociale voorzieningen op peil te houden. De aanwezigheid van politiek instabiele landen langs de buitengrenzen kan tot extra migratiedruk leiden. Ook voor de energievoorziening is Europa voorlopig gedeeltelijk van deze landen afhankelijk.

Nationale trends

In het rapport worden de volgende nationale trends beschreven:

  • De arbeidsproductiviteit neemt in Nederland al zeer lang toe. Er is discussie over de vraag of die toename in de komende decennia in dezelfde mate doorzet.
  • Aan de groei van de Nederlandse bevolking komt langzaamaan een eind en het land vergrijst. Onzekere factoren zijn migratie en de levensverwachting. Het aantal huishoudens zal nog flink toenemen, in het bijzonder het aantal oudere eenpersoonshuishoudens. De beroepsbevolking krimpt en veroudert snel. Delen van Nederland krijgen met krimp te maken. De regionale verschillen nemen toe.
  • De scheidslijnen tussen werk en vrije tijd, werk en thuis en tussen publiek en privé vervagen. De kloof tussen hoog- en laagopgeleiden wordt groter.
  • Het vertrouwen in politiek en samenleving is groot. De rol van de rijksoverheid verschuift.
  • Veel steden groeien weer en ontwikkelen zich over meerdere kernen.
  • In de steden maakt de voortgaande toename van het aantal (eenpersoons-) huishoudens uitbreiding van de woningvoorraad nodig.
  • Op de markten voor bedrijfsvastgoed, kantoren en winkels ontstaan langdurende overschotten.
  • Geheel nieuwe vervoerswijzen worden niet voorzien. De elektrische auto lijkt voorlopig nog geen volwaardig alternatief. Wel kan de automatisch gestuurde  voertuigtechniek een opmars gaan maken. Autogebruik vermindert onder jongeren. De luchtvaart en scheepvaart groeien aanzienlijk. De hubfunctie van Schiphol krijgt echter wel concurrentie van vliegvelden in het Midden-Oosten, omdat vluchtroutes met de mondiale economie mee schuiven.
  • Het energieverbruik in Nederland stijgt waarschijnlijk nauwelijks meer, maar het aandeel fossiele brandstoffen is groot en neemt niet snel af.
  • De geleidelijke veranderingen in het klimaat zijn goed beheersbaar.

De vier onwaarschijnlijke trends: ‘Stel dat…’

  • Stel dat mensen gemiddeld 120 jaar oud kunnen worden.
  • Stel dat grote bedrijven een centrale rol krijgen in de publieke omgeving en voorzieningen.
  • Stel dat de opslag van elektriciteit veel goedkoper en compacter kan, dankzij lichte en betaalbare accu’s die een factor 20 beter zijn dan de huidige.
  • Stel dat Nederland in de komende 15 à 20 jaar wordt geconfronteerd met een sterke toename van weer- en klimaatextremen.

Hoe zou dat onze welvaart en leefomgeving kunnen beïnvloeden?  

Auteur(s)Jan Schuur
Rapportnr.1136
Publicatiedatum10-10-2013
ISBN978-94-91506-45-1
Pagina's87
TaalNederlands