Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de subnavigatieNaar de hoofdinhoud
Regionale bevolkingsprognose

Huishoudens

In de afgelopen decennia is het aantal huishoudens voortdurend sterk gegroeid, 2 keer zo snel als de bevolking. In de komende decennia blijft het aantal huishoudens naar verwachting sterk doorgroeien, met uitzondering van de randen van Nederland.

Huishoudens

Link to infographic: 'Ontwikkeling aantal huishoudens per gemeente, 2015-2030'
Link to infographic: 2'Ontwikkeling aantal huishoudens per gemeente, 2015-2030'

In vrijwel alle regio’s neemt het aantal huishoudens tussen 2015 en 2030 toe, met uitzondering van de randen van Nederland.

download alle kaarten over huishoudens (ZIP, 0.7 MB)

Tot 2030: stijging aantal huishoudens

In vrijwel alle regio’s neemt het aantal huishoudens tussen 2015 en 2030 toe. Net als bij de bevolkingsgroei, is in de Randstad de absolute toename van het aantal huishoudens groot.

  • In termen van procentuele groei van het aantal huishoudens is Flevoland de koploper en daarbinnen Almere.
  • Ook in de Noord- en Zuidvleugel van de Randstad is de relatieve groei sterk. Met name de 4 grote gemeenten groeien sterk.
  • Buiten de Randstad zijn het vooral de gemeenten met een bovenregionale functie die in de komende 15 jaar waarschijnlijk stevig groeien. Voorbeelden hiervan zijn Groningen, Nijmegen, Tilburg, Breda en Zwolle. In deze gemeenten worden de komende jaren nog veel woningen gebouwd.

Bevolkingskrimp betekent niet altijd huishoudensafname

Bij de gemeentelijke bevolkingsontwikkeling is krimp een vrij breed voorkomend verschijnsel, maar bij het aantal huishoudens speelt krimp een meer bescheiden rol. Dat komt doordat bevolkingskrimp niet per definitie samengaat met een huishoudensafname. Het proces van gezinsverdunning kan de bevolkingskrimp compenseren.

Bevolkingskrimp treedt veelal op in de meer vergrijsde gemeenten; hier vallen door sterfte weliswaar veel levenspartners weg maar het huishouden blijft bestaan, nu als eenpersoonshuishouden. Daarnaast leidt het uit elkaar gaan van samenwonende partners tot extra huishoudens, omdat beide partners dan meestal zelfstandig gaan wonen.

In de periode 2030-2040 gaat krimp van het aantal huishoudens een wat belangrijker rol spelen, met name aan de randen van Nederland. Naarmate de vergrijzing voortschrijdt zijn de overleden ouderen vaker alleenstaand, waardoor het huishouden ophoudt te bestaan. Desalnietteminzal in het merendeel van de gemeenten het aantal huishoudens blijven toenemen.
 

Eenpersoonshuishoudens

Link to infographic: 'Eenpersoonshuishoudens per gemeente, 2030 '
Link to infographic: 2'Eenpersoonshuishoudens per gemeente, 2030 '

Ruim 3 op de 10 huishoudens is momenteel een eenpersoonshuishouden. In 2040 zal dit ruim 4 op de 10 huishoudens zijn.

download alle kaarten over eenpersoonshuishoudens (ZIP, 0.6 MB)

Tot 2040: meer eenpersoonshuishoudens

Zo’n 37% van de huishoudens is momenteel een eenpersoonshuishouden. In 2040 zal dit ruim 42% van de huishoudens zijn. Eenpersoonshuishoudens vormen de motor achter de groei van het aantal huishoudens in de toekomst.

  • In de grote steden en in het bijzonder de universiteitssteden ligt het aandeel eenpersoonshuishoudens hoog. Veel jongeren trekken naar de grote stad voor het volgen een opleiding of het vervullen van een eerste baan. In Groningen, Wageningen, Amsterdam, Delft, Nijmegen, Utrecht, Leiden en Maastricht bestaat ruim de helft van de huishoudens uit dit type.
  • In een aantal plattelandsgemeenten ligt het aandeel eenpersoonshuishoudens ook hoog, zoals langs de kust van Noord-Holland en rond de Vecht of aan de randen van Nederland. Waar aan de randen van Nederland jongeren wegtrekken en ouderen achterblijven zijn langs de Vecht en de kust de gemeenten landschappelijk zo aantrekkelijk dat het ouderen aantrekt. In beide typen gemeenten wonen relatief veel ouderen, die na het overlijden van de partner hier alleen achter blijven.
  • In diverse streng christelijke gemeenten is het aandeel eenpersoonshuishoudens juist vrij laag. In deze gemeenten trouwen jongeren relatief jong en komen scheidingen minder vaak voor.
  • Ook in gemeenten met veel nieuwbouw ligt het percentage eenpersoonshuishoudens vaak laag, omdat hier veel jonge gezinnen met kinderen wonen.


 

Eenpersoonshuishoudens op AOW-gerechtigde leeftijd

Link to infographic: 'Eenpersoonshuishoudens AOW-leeftijd of ouder per gemeente, 2030'
Link to infographic: 2'Eenpersoonshuishoudens AOW-leeftijd of ouder per gemeente, 2030'

Het aandeel eenpersoonshuishoudens op AOW-gerechtigde leeftijd ten opzichte van het totaal aantal eenpersoonshuishoudens varieert regionaal sterk.

download alle kaarten over eenpersoonshuishoudens AOW-leeftijd of ouder (ZIP, 0.7 MB)
download alle kaarten over eenpersoonshuishoudens 65 jaar of ouder (ZIP, 0.7 MB)

Grote verschillen in regio

Het aandeel eenpersoonshuishoudens op AOW gerechtigde leeftijd ten opzichte van het totaal aantal eenpersoonshuishoudens varieert regionaal sterk:

  • Aan de randen van Nederland en in diverse plattelandsgemeenten bestaat meer dan de helft van de eenpersoonshuishoudens uit alleenstaanden op AOW-gerechtigde leeftijd.
  • In de meeste grote steden en diverse universiteitssteden bestaat ongeveer 1 op de 5 van de eenpersoonshuishoudens uit alleenstaanden op AOW-gerechtigde leeftijd.

Eenouderhuishoudens

Link to infographic: 'Eenouderhuishoudens per gemeente, 2030'
Link to infographic: 2'Eenouderhuishoudens per gemeente, 2030'

Ongeveer één op de vijftien huishoudens is een eenoudergezin.

download alle kaarten over eenouderhuishoudens (ZIP, 0.6 MB)

Meer eenoudergezinnen in grote gemeenten

Ongeveer 1 op de 15 huishoudens is een eenoudergezin. Vroeger ontstonden eenoudergezinnen vooral door het overlijden van een ouder, maar tegenwoordig is een scheiding veruit de belangrijkste oorzaak.

Het percentage eenouderhuishoudens is hoog in diverse gemeenten in Flevoland, Noord-Holland en Zuid-Holland. Vooral in de grotere gemeenten ligt het percentage hoger dan het landelijk gemiddelde en in het bijzonder in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Almere. Dit lijkt verband te houden met een andere leefstijl van de stedelijke bevolking: ze zijn vaker niet gelovig en wonen vaker niet gehuwd samen, hetgeen samengaat met een hogere scheidingskans.

In de meeste plattelandsgemeenten ligt het aandeel eenouderhuishoudens op slechts enkele procenten.