PBL Academielezing: Internationale klimaatafspraken - wanneer doet Nederland genoeg?

Wat betekenen de internationale klimaatafspraken voor Nederland? In de opmaat naar de klimaatconferentie in Glasgow later dit jaar zet PBL-onderzoeker en internationaal bekend klimaatwetenschapper Detlef van Vuuren uiteen waar Nederland staat. In de lezing, uitgezonden vanuit het PBL-kantoor op 8 juni, duidt hij de nieuwste inzichten van het IPCC, alsmede zijn gedachten over de mogelijkheden én verplichtingen die Nederland heeft om klimaatverandering tegen te gaan.

Na de lezing volgt discussie met toehoorders en een inhoudelijke reactie vanuit het beleid in de persoon van Kitty van der Heijden, directeur-generaal bij Buitenlandse Zaken. PBL-directeur Hans Mommaas is gastheer en zal vragen vanuit het publiek modereren.

De Academielezing vindt plaats op 8 juni van 15:00 uur tot uiterlijk 17:00 uur. Aanmelden kan in onderstaand formulier.

Detlef van Vuuren (1970) werkt bij het PBL aan wereldwijde duurzaamheidsvraagstukken en in het bijzonder aan het klimaatprobleem. Hij werkt daarnaast als hoogleraar aan de Universiteit Utrecht en maakt deel uit van het kernschrijversteam van het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties. Van Vuuren levert als leider van het team wetenschappers een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van nieuwe scenario’s. In 2018 won hij de prestigieuze Huibregtsenprijs en hij is een van de leidende wetenschappers op het gebied van global sustainability. Zijn werk wordt gebruikt bij de internationale klimaatonderhandelingen en hij behoort bij een selecte groep wetenschappers die in meerdere disciplines ‘meest geciteerd’ zijn.

Geen tijd voor pessimisme

Het Parijsakkoord uit 2015 geldt als een belangrijke doorbraak voor klimaatbeleid: voor het eerst lukte het om wereldwijd tot concrete afspraken te komen om de stijging van de mondiale temperatuur te beperken, te weten tot ruim onder de 2 graden. De doelstelling is echter geformuleerd voor ‘de wereld’ – qua nationale verplichtingen is ‘Parijs’ een stuk minder duidelijk. Een grote vraag is dan ook: Wat is er exact voor nodig om aan deze doelstelling te voldoen, wereldwijd, in Europa en natuurlijk in Nederland?

In de PBL Academielezing zal Detlef van Vuuren de betekenis van het akkoord systematisch voor Nederland duiden. De doelstellingen hangen af van lastige keuzes hoe om te gaan met de vele onzekerheden in klimaat en technologische ontwikkeling, en ook de vraag welke bijdrage van individuele landen kan worden verwacht (en willen leveren). Duidelijk is dat de energievoorziening in rijke landen halverwege deze eeuw zo goed als CO2-emissievrij zal moeten zijn om aan de doelstelling van het Parijs Akkoord te voldoen. De huidige trends halen de benodigde emissiereducties bij lange na nog niet. En zelfs als het lukt, dan zijn we er nog niet, ook het landbouw- en voedselsysteem dienen te veranderen. Desondanks zijn ook de contouren van een broeikasgas-neutrale economie al te zien. Het is nu een tijd om te handelen. Geen tijd voor pessimisme dus. De komende tien jaar zijn cruciaal om de Parijsdoelstellingen realistisch te houden.

Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *