Nederland versteent #1 – tijd voor een betonstop?

01-10-2019 | Blog entry

Ondanks alle afspraken en strenge regels in de ruimtelijke ordening neemt de verstening van Nederland toe. Soms geleidelijk en bijna ongemerkt, soms uitgesproken en opvallend zoals bijvoorbeeld in Almere Oosterwold met een voor Nederland unieke mix van wonen, (stads)landbouw en natuur. De groei van de bevolking en de economie gaat ten koste van open ruimte en – vooral – landbouwgrond. Het PBL sprak hierover begin 2019 met de Belgische professor Hans Leinfelder naar aanleiding van zijn onderzoek in Vlaanderen en zijn oproep tot een betonstop. En het PBL onderzoekt in het project SUPER (Sustainable Urbanization and land-use Practices in European Regions) hoe Nederland zich hierin verhoudt in de Europese context.

Het bericht van het CBS dat “Nederland versteent” sluit aan bij onze bevindingen. In de 20 jaar tussen 1996 en 2015 is er in Nederland bijna 60.000 hectare aan woonwijken, werkterreinen en infrastructuur bijgekomen. Dat is omgerekend iets minder dan de helft van de provincie Utrecht in 20 jaar tijd. Of, elk jaar een hele gemeente Haarlem erbij!

De ruimte voor wonen groeide in 20 jaar met ruim 13%, voor een aanzienlijk deel door de VINEX-wijken. In dezelfde periode nam het aantal mensen in Nederland toe met 1,4 miljoen mensen, een stijging van 9%. Zo bezien lijkt het ruimtebeslag door wonen onevenredig te groeien. Het aantal huishoudens nam echter toe met 17 procent, van 6,5 miljoen tot 7,6 miljoen. Per huishouden is de toename van het ruimtegebruik dus minder dan vroeger. We zijn in Nederland in deze periode eigenlijk zuinig met ruimte zijn omgegaan. Echter driekwart van die toename wordt veroorzaakt door éénpersoonshuishoudens, wat deels die zuinigheid verklaart; éénpersoonshuishoudens gebruiken sowieso minder ruimte per huishouden.

In 2015 was 492,6 duizend hectare (14,6%) van het Nederlands grondgebied bestemd voor wonen, werken en infrastructuur. In 1996 was dat nog 433,4 duizend hectare (13%). Het werkterrein nam in de periode 1996-2015 met bijna 22% toe. Deze groei is vooral toe te schrijven aan een toename van bedrijfsterreinen, met ruim 25 duizend hectare. Het aantal banen (van meer dan 12 uur per week) groeide tussen 1996 en 2015 met 1,36 miljoen, een toename van 24%.

De totale optelsom van groei van het aantal banen en het ruimtebeslag voor werkgelegenheid zuiniger is dan de periode daarvoor – het gemiddelde ruimtebeslag per baan neemt (iets) af.

Als er elk jaar bebouwing ter grootte van een hele gemeente Haarlem bij moet komen, laten we dat dan sluipenderwijs gebeuren?

Cor Pierik, onderzoeker natuur, landbouw en ruimte bij het CBS zegt: ‘We zien dat er positieve samenhang is tussen inwonersaantallen en verstedelijking en de groei van de economie en het aantal bedrijventerreinen.’ 

Het klinkt als een wetmatigheid waar geen speld tussen valt te krijgen:meer inwoners en meer bedrijvigheid leiden tot meer verstedelijking en bedrijventerreinen.

Daarmee ligt echter nog niet alles vast. Hoe en waar  je verstedelijkt is wel degelijk een (politieke) keuze. Als er dan elk jaar bebouwing ter grootte van een hele gemeente Haarlem bij moet komen, laten we dat dan stiekem en sluipenderwijs gebeuren, met een wijkje aan de rand hier en een weilandje daar? Of gaan we voor het planmatig aanwijzen van nieuwe woonwijken, laten we het sluipenderwijs langs de randen van de stad gebeuren of zetten we alles op herstructurering? Dat maakt nogal wat verschil qua woonmilieu, kosten en mobiliteit. De woningvraag voor de komende 30 jaar (1 miljoen woningen?) vraagt om afstemming op nationaal en regionaal niveau, en hangt tegelijk onlosmakelijk samen met nieuwe, ingrijpende veranderingen in onze leefomgeving zoals we die nu zien bij energie, klimaat, natuur en landbouw. Dat vereist nadenken, over wat we waar willen en wat waar niet. Op naar de NOVI-wijk?